Language of document :

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Förvaltningsrätten i Linköping (Zweden) op 12 juli 2018 – Baltic Cable AB / Energimarknadsinspektionen

(Zaak C-454/18)

Procestaal: Zweeds

Verwijzende rechter

Förvaltningsrätten i Linköping

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Baltic Cable AB

Verwerende partij: Energimarknadsinspektionen

Prejudiciële vragen

Is artikel 16, lid 6, van de elektriciteitsverordening1 van toepassing in alle gevallen waarin een persoon inkomsten uit de toewijzing van koppelingscapaciteit verwerft, ongeacht de omstandigheden waarin hij zich bevindt, of is deze bepaling alleen van toepassing wanneer de ontvanger van de inkomsten een transmissiesysteembeheerder is zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 4, van de richtlijn betreffende de interne markt voor elektriciteit?

Indien het antwoord op vraag 1 luidt dat artikel 16, lid 6, van de elektriciteitsverordening enkel van toepassing is op transmissiesysteembeheerders, is een onderneming die louter een interconnector exploiteert dan een transmissiesysteembeheerder?

Indien het antwoord op vraag 1 of 2 betekent dat artikel 16, lid 6, van de elektriciteitsverordening van toepassing is op een onderneming die louter een interconnector exploiteert, kunnen de kosten met betrekking tot de exploitatie en het onderhoud van een interconnector dan in ieder geval worden beschouwd als investeringen in het netwerk om transmissiecapaciteit te handhaven of te vergroten, zoals bedoeld in artikel 16, lid 6, eerste alinea, onder b)?

Indien het antwoord op vraag 1 of 2 betekent dat artikel 16, lid 6, van de elektriciteitsverordening van toepassing is op een onderneming die louter een interconnector exploiteert, kan de regulerende instantie dan uit hoofde van de tweede alinea van artikel 16, lid 6, van de elektriciteitsverordening goedkeuren dat een onderneming die louter een interconnector exploiteert en een methode heeft om tarieven vast te stellen maar geen klanten heeft die rechtstreekse betalingen verrichten voor netwerkkosten (nettarieven) die kunnen worden verminderd, ontvangsten uit de toewijzing van koppelingscapaciteit gebruikt om winst te maken of, indien het antwoord op vraag 3 ontkennend luidt, voor exploitatie en onderhoud?

Indien het antwoord op vraag 1 of 2 betekent dat artikel 16, lid 6, van de elektriciteitsverordening van toepassing is op een onderneming die louter een interconnector exploiteert, en het antwoord op vragen 3 en 4 betekent dat de onderneming ontvangsten uit de toewijzing van koppelingscapaciteit niet mag gebruiken voor exploitatie of onderhoud of om winst te maken, dan wel dat de onderneming de ontvangsten mag gebruiken voor exploitatie en onderhoud, maar niet om winst te maken, is de toepassing van artikel 16, lid 6, van de elektriciteitsverordening op een onderneming die louter een interconnector exploiteert dan strijdig met het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel of een ander toepasselijk beginsel?

____________

1 Verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1228/2003 (PB 2009, L 211, blz. 15).