Language of document :

Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 13 september 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door Consiglio di Stato - Italië) – Autorità Garante della Concorrenza e del Mercato / Wind Tre SpA, voorheen Wind Telecomunicazioni SpA (C-54/17), Vodafone Italia SpA, voorheen Vodafone Omnitel NV (C-55/17)

(Gevoegde zaken C-54/17 en C-55/17)1

(Prejudiciële verwijzing – Bescherming van de consument – Richtlijn 2005/29/EG – Oneerlijke handelspraktijken – Artikel 3, lid 4 – Werkingssfeer – Artikelen 5, 8 en 9 – Agressieve handelspraktijken – Bijlage I, punt 29 – Handelspraktijken die onder alle omstandigheden agressief zijn – Niet-gevraagde levering – Richtlijn 2002/21/EG – Richtlijn 2002/22/EG – Telecommunicatiediensten – Verkoop van simkaarten (Subscriber Identity Module cards, abonnee-identiteitsmodulekaarten) met bepaalde vooraf geïnstalleerde en geactiveerde diensten – Geen voorafgaande informatieverstrekking aan de consument)

Procestaal: Italiaans

Verwijzende rechter

Consiglio di Stato

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Autorità Garante della Concorrenza e del Mercato

Verwerende partijen: Wind Tre SpA, voorheen Wind Telecomunicazioni SpA (C-54/17), Vodafone Italia SpA, voorheen Vodafone Omnitel NV (C-55/17)

in tegenwoordigheid van: Autorità per le Garanzie nelle Comunicazioni (C-54/17), Altroconsumo, Vito Rizzo (C-54/17), Telecom Italia SpA

Dictum

Het begrip „niet-gevraagde levering”, in de zin van punt 29 van bijlage I bij richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van richtlijn 84/450/EEG van de Raad, richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad (Richtlijn oneerlijke handelspraktijken), moet aldus worden uitgelegd dat daaronder, onder voorbehoud van door de verwijzende rechter te verrichten verificaties, mede handelwijzen vallen als die in de hoofdgedingen, die erin bestaan dat een telecommunicatie-exploitant simkaarten (Subscriber Identity Module cards, abonnee-identiteitsmodulekaarten) in de handel brengt waarop vooraf bepaalde functionaliteiten, zoals internet- en voicemaildiensten, zijn geïnstalleerd en geactiveerd zonder dat de gebruiker van tevoren naar behoren over dit vooraf installeren en activeren of over de kosten van die diensten is geïnformeerd.

Artikel 3, lid 4, van richtlijn 2005/29 moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale regeling op grond waarvan een handelwijze als die welke aan de orde is in de hoofdgedingen, die een niet-gevraagde levering in de zin van punt 29 van bijlage I bij richtlijn 2005/29 vormt, moet worden getoetst aan de bepalingen van die richtlijn, zodat op grond van die regeling de nationale regelgevende instantie in de zin van richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Kaderrichtlijn), zoals gewijzigd bij richtlijn 2009/140/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009, niet bevoegd is om een dergelijke handelwijze te bestraffen.

____________

1 PB C 239 van 24.7.2017.