Language of document :

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sąd Okręgowy w Opolu (Polen) op 24 juli 2018 – Profi Credit Polska S.A. z siedzibą w Bielsku- Białej / OH

(Zaak C-483/18)

Procestaal: Pools

Verwijzende rechter

Sąd Okręgowy w Opolu

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Profi Credit Polska S.A. z siedzibą w Bielsku- Białej

Verwerende partij: OH

Prejudiciële vraag

Moeten de bepalingen van richtlijn 93/13/EEG van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten1 , zoals gewijzigd, inzonderheid artikel 3, lid 1 en lid 2, artikel 6, lid 1, en artikel 7, lid 1, alsmede de bepalingen van richtlijn 2008/48/EG van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van richtlijn 87/102/EEG2 van de Raad, zoals gewijzigd, met name artikel 22, lid 3, aldus worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een uitlegging van artikel 10 juncto artikel 17 van de Poolse wet van 28 april 1936 op wisselbrieven en orderbriefjes (prawo wekslowe), volgens welke een rechter niet ambtshalve mag optreden wanneer hij op grond van documenten die niet afkomstig zijn van de partijen in de zaak, tot de stellige en gegronde overtuiging is gekomen dat de overeenkomst waarop de onderliggende verbintenis berust, op zijn minst deels ongeldig is, en de verzoekende partij haar recht uit hoofde van een blanco uitgegeven orderbriefje uitoefent terwijl de verwerende partij geen verweermiddelen aanvoert en inactief blijft?

____________

1 PB L 95, blz. 29.

2 PB L 133, blz. 66.