Language of document : ECLI:EU:C:2019:117





Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 14 februari 2019 –
Prada/EUIPO

(Zaak C510/18 P)

„Hogere voorziening – Artikel 181 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof – Uniemerk – Oppositieprocedure – Aanvraag tot inschrijving van het woordmerk THE RICH PRADA – Gedeeltelijke afwijzing van de oppositie”

1.      Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste beoordeling van de feiten en het bewijsmateriaal – Niet-ontvankelijkheid – Toetsing door het Hof van de beoordeling van de feiten en het bewijsmateriaal – Uitgesloten, behoudens het geval van een onjuiste opvatting

(Art. 256, lid 1, VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea)

(zie punten 5, 6)

2.      Uniemerk – Definitie en verkrijging van het Uniemerk – Relatieve weigeringsgronden – Oppositie door de houder van een gelijk of overeenstemmend ouder bekend merk – Uitbreiding van de bescherming van het oudere bekende merk tot niet-soortgelijke waren of diensten – Voorwaarden – Verband tussen de merken – Beoordelingscriteria

(Verordening nr. 207/2009 van de Raad, art. 8, lid 5)

(zie punt 9)

Dictum

1)

De hogere voorziening wordt afgewezen.

2)

Prada SA draagt haar eigen kosten.