Language of document : ECLI:EU:C:2019:353

Voorlopige editie

ARREST VAN HET HOF (Tiende kamer)

2 mei 2019 (*)

„Prejudiciële verwijzing – Gemeenschappelijk douanetarief – Tariefindeling – Gecombineerde nomenclatuur – Postonderverdelingen 8526 91 20 en 8528 59 00 – Gps‑navigatiesysteem met meerdere functies”

In zaak C‑268/18,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Curte de Apel Bacău (rechter in tweede aanleg Bacău, Roemenië) bij beslissing van 5 april 2018, ingekomen bij het Hof op 18 april 2018, in de procedure

SC Onlineshop SRL

tegen

Agenţia Naţională de Administrare Fiscală (ANAF) – Direcţia Generală a Vămilor,

wijst

HET HOF (Tiende kamer),

samengesteld als volgt: C. Lycourgos (rapporteur), kamerpresident, M. Ilešič en I. Jarukaitis, rechters,

advocaat-generaal: G. Hogan,

griffier: A. Calot Escobar,

gezien de stukken,

gelet op de opmerkingen van:

–        SC Onlineshop SRL, vertegenwoordigd door S. Ionaşcu-Strungariu,

–        de Roemeense regering, vertegenwoordigd door C. Canţăr, O.‑C. Ichim en A. Wellman als gemachtigden,

–        de Europese Commissie, vertegenwoordigd door A. Caeiros en A. Armenia als gemachtigden,

gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,

het navolgende

Arrest

1        Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van postonderverdelingen 8526 91 20 en 8528 59 00 van de gecombineerde nomenclatuur (hierna: „GN”), opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief‑ en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB 1987, L 256, blz. 1), in de versie ervan die voortvloeit uit uitvoeringsverordening (EU) 2016/1821 van de Commissie van 6 oktober 2016 (PB 2016, L 294, blz. 1), alsmede van uitvoeringsverordening (EU) nr. 698/2012 van de Commissie van 25 juli 2012 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur (PB 2012, L 203, blz. 34), zoals gewijzigd bij uitvoeringsverordening (EU) nr. 459/2014 van de Commissie van 29 april 2014 (PB 2014, L 133, blz. 43) (hierna: „uitvoeringsverordening nr. 698/2012”).

2        Dit verzoek is ingediend in het kader van een geschil tussen SC Onlineshop SRL (hierna: „Onlineshop”) en de Agenția Națională de Administrare Fiscală – Direcția Generală a Vămilor (nationale belastingdienst – directoraat-generaal douane, Roemenië) (hierna: „ANAF‑DGV”) met betrekking tot de tariefindeling van een multifunctioneel toestel van de soort die gebruikt wordt in motorvoertuigen en dat de functies vervult van toestel voor radionavigatie, weergave van geluid en video, ontvangst voor radio-omroep en beeldscherm.

 Toepasselijke bepalingen

 GN

3        Overeenkomstig artikel 9, lid 1, en artikel 10 van verordening nr. 2658/87 stelt de Europese Commissie, bijgestaan door het Comité douanewetboek, ten behoeve van de toepassing van de GN in bijlage I bij verordening nr. 2658/87, de maatregelen voor de indeling van goederen vast.

4        Zoals blijkt uit artikel 12 van verordening nr. 2658/87, stelt de Commissie jaarlijks een verordening vast met daarin de volledige versie van de GN met de daarbij behorende tarieven van invoerrechten van het gemeenschappelijk douanetarief, zoals die voortvloeit uit de door de Raad van de Europese Unie of door de Commissie vastgestelde maatregelen. Die verordening wordt uiterlijk op 31 oktober in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt en treedt met ingang van 1 januari van het daaropvolgende jaar in werking.

5        Op grond van deze bepalingen werden uitvoeringsverordening (EU) 2015/1754 van de Commissie van 6 oktober 2015 tot wijziging van bijlage I bij verordening nr. 2658/87 (PB 2015, L 285, blz. 1) en uitvoeringsverordening 2016/1821 vastgesteld. Elk van deze verordeningen heeft de GN gewijzigd vanaf, respectievelijk, 1 januari 2016 en 1 januari 2017.

6        Titel I van het eerste deel van de GN bevat een afdeling A, met het opschrift „Algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur”:

„Voor de indeling van goederen in de gecombineerde nomenclatuur gelden de volgende bepalingen:

1.      De tekst van de opschriften van de afdelingen, van de hoofdstukken en van de onderdelen van hoofdstukken wordt geacht slechts als aanwijzing te gelden; voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken en – voor zover dit niet in strijd is met de bewoordingen van bedoelde posten en aantekeningen – de navolgende regels.

[...]

3.      Indien goederen vatbaar zijn voor indeling onder twee of meer posten [...], geschiedt de indeling als volgt:

[...]

c)      in de gevallen waarin de indeling aan de hand van het bepaalde onder 3 a) en 3 b) niet mogelijk is, wordt van de verschillende in aanmerking komende posten, de post toegepast die in volgorde van nummering het laatst is geplaatst.

[...]

6.      Voor de indeling van goederen onder de onderverdelingen van een post zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van die onderverdelingen en de aanvullende aantekeningen, alsmede ,mutatis mutandis’ de vorenstaande regels, met dien verstande dat uitsluitend onderverdelingen van gelijke rangorde met elkaar kunnen worden vergeleken. Voor de toepassing van deze regel en voor zover niet anders is bepaald, zijn de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken eveneens van toepassing.”

7        Het tweede deel van de GN, met als opschrift „Tabel van de rechten”, omvat een afdeling XVI, met als opschrift „Machines, toestellen en elektrotechnisch materieel, alsmede delen daarvan; toestellen voor het opnemen of het weergeven van geluid, voor het opnemen of het weergeven van beelden en geluid voor televisie, alsmede delen en toebehoren van deze toestellen”. Aantekening 3 op die afdeling luidt:

„Voor zover niet anders is bepaald, worden [...]machines met twee of meer verschillende (afwisselende of aanvullende) functies, ingedeeld naar de hoofdfunctie die kenmerkend is voor het complex.”

8        Deze afdeling bevat tevens het hoofdstuk 85, met als opschrift „Elektrische machines, apparaten, uitrustingsstukken, alsmede delen daarvan; toestellen voor het opnemen of het weergeven van geluid, voor het opnemen of het weergeven van beelden en geluid voor televisie, alsmede delen en toebehoren van deze toestellen”, waarin in de versie die voortvloeide uit de in het jaar 2016 van toepassing zijnde verordening 2015/1754, de volgende posten en postonderverdelingen vervat zijn:

GNcode

Omschrijving

[...]

[...]

8526

Radartoestellen, toestellen voor radionavigatie en toestellen voor radioafstandsbediening:

8526 10 00

– radartoestellen


– andere:

8526 91

– – toestellen voor radionavigatie:

8526 91 20

– – – radionavigatie-ontvangtoestellen

[...]

[...]

8528

Monitors en projectietoestellen, niet uitgerust met ontvangtoestel voor televisie; ontvangtoestellen voor televisie, ook indien met ingebouwd ontvangtoestel voor radio-omroep of toestel voor het opnemen of weergeven van geluid of van beelden:


– monitors werkend met een kathodestraalbuis:

[...]

[...]


– andere monitors:

8528 51 00

– – van de soort die uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem als bedoeld bij post 8471

8528 59

– – andere:


– – – platte beeldschermen die signalen kunnen weergeven van automatische gegevensverwerkende machines met een aanvaardbaar niveau van functionaliteit:

[...]

[...]

8528 59 70

– – – andere

[...]

[...]


9        Uitvoeringsverordening 2016/1821, die van toepassing was voor het jaar 2017, heeft post 8526 van de GN, zoals ingevoerd door uitvoeringsverordening 2015/1754, ongewijzigd gelaten, maar post 8528 als volgt gewijzigd:

8528

Monitors en projectietoestellen, niet uitgerust met ontvangtoestel voor televisie; ontvangtoestellen voor televisie, ook indien met ingebouwd ontvangtoestel voor radio-omroep of toestel voor het opnemen of weergeven van geluid of van beelden:

[...]

[...]


– andere monitors:

8528 52

– – geschikt om direct te worden aangesloten op en ontworpen zijn om te worden gebruikt met een automatische gegevensverwerkende machine van post 8471:

[...]

[...]

8528 59 00

– – andere

[...]

[...]


 Uitvoeringsverordening nr. 698/2012

10      Artikel 1 van uitvoeringsverordening nr. 698/2012 bepaalt:

„De in kolom 1 van de tabel in de bijlage omschreven goederen worden in de gecombineerde nomenclatuur ingedeeld onder de in kolom 2 van die tabel vermelde GN‑code.”

11      De bijlage bij de verordening luidt als volgt:

Omschrijving

Indeling (GNcode)

Motivering

(1)

(2)

(3)

[...]

[...]

[...]

3. Een multifunctioneel toestel (zogenoemd „multimediatoestel”) van de soort die in motorvoertuigen wordt gebruikt.

Het toestel bevat, in dezelfde behuizing, een ontvangtoestel voor radio-omroep, een apparaat voor de weergave van geluid en video, een toestel voor radionavigatie en een kleurenbeeldscherm met vloeibare kristallen (lcd) met een beeldschermdiagonaal van ongeveer 18 cm (7 inches) en een beeldschermverhouding van 16:9.

Het toestel is uitgerust met aansluitingen voor de ontvangst van videosignalen van externe bronnen, zoals een achteruitkijkcamera of een DVB‑T‑tuner.

Het toestel kan ook geluid en beelden weergeven van een geheugenkaart.

Het toestel wordt aangeboden met een afstandsbediening.

Een extra beeldscherm kan op het toestel worden aangesloten.

8528 59 70

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1, 3 c) en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur en de bewoordingen van de GN‑codes 8528, 8528 59 en 8528 59 70.

Het toestel heeft diverse functies (geluidweergave, videoweergave, radio-omroep, radionavigatie, afspelen van video), waarvan geen enkele, gezien het ontwerp en concept ervan, het toestel zijn wezenlijke karakter verleent.

Met toepassing van algemene indelingsregel 3 c) moet het toestel daarom worden ingedeeld onder GN‑code 8528 59 70 als andere monitors.

 Hoofdgeding en prejudiciële vragen

12      Op 18 juli 2016 heeft Onlineshop de ANAF‑DGV verzocht om afgifte van een bindende tariefinlichting (hierna: „BTI”) voor een toestel genaamd „gps‑navigatiesysteem PNI S 506” en voorgesteld dat dit zou worden ingedeeld in postonderverdeling 8526 91 20 van de GN, die overeenstemt met radionavigatie-ontvangtoestellen.

13      Uit de verwijzingsbeslissing volgt dat dit toestel in wezen vier functies heeft, namelijk radionavigatie, weergave van geluid en video, ontvangst voor radio-omroep en een beeldscherm. Het kan derhalve gebruikt worden als gps‑navigatiesysteem (de gps‑module en ‑antenne zijn ingebouwd) en als tablet‑pc, en is voorzien van meerdere accessoires (een op de voorruit te bevestigen houder, een auto-oplader en een kabel voor gegevensverkeer). Het toestel weegt 152 g en heeft de afmetingen 132 x 184 x 12 mm.

14      Bij beslissing van 23 december 2016 heeft de ANAF‑DGV aan eiseres een BTI afgeleverd die het genoemde toestel indeelde in postonderverdeling 8528 59 00 van de GN en voor die indeling verwezen naar de algemene regels 1, 3 c), en 6 voor de interpretatie van deze nomenclatuur. Deze beslissing vermeldde verder nog uitvoeringsverordening nr. 698/2012.

15      Na de afwijzing van haar op 11 januari 2017 ingediende voorafgaande bezwaar, heeft Onlineshop op 2 augustus 2017 beroep ingesteld bij de verwijzende rechter.

16      Deze rechter wijst erop dat Onlineshop ter onderbouwing van haar verzoek tot indeling van het in het hoofdgeding aan de orde zijnde toestel in postonderverdeling 8526 91 20 van de GN stelt dat de hoofdfunctie het toestel gps‑navigatie is, door middel van twee vooraf geïnstalleerde navigatietoepassingen, terwijl de ANAF‑DGV betoogt dat geen enkele van de functies van dit toestel er zijn wezenlijke karakter aan verleent en dat het derhalve moet worden ingedeeld in de post die in volgorde van nummering het laatst is geplaatst van al die welke op goede gronden in aanmerking komen, namelijk post 8528, die overeenstemt met zijn functie van videoweergave.

17      Ter ondersteuning van de door Onlineshop gevraagde indeling wijst de verwijzende rechter naar het feit dat de Duitse, de Franse en de Nederlandse douaneautoriteiten deze indeling hebben gebruikt voor producten die volgens deze onderneming functies hebben die vergelijkbaar zijn met die van het in het hoofdgeding aan de orde zijnde toestel, waarbij de gps‑navigatie als belangrijkste functie van deze producten werd beschouwd. Voorts merkt deze rechter op dat het toestel bedoeld is om, gelet op de specifieke kenmerken van zijn navigatiefunctie, gebruikt te worden in een motorvoertuig en dat de beperkte afmetingen ervan (5 inch of 12,7 cm) er mogelijk voor pleiten dat het gebruik als tablet‑pc in de ogen van de consument van ondergeschikt belang is.

18      De verwijzende rechter merkt op dat in de BTI van 23 december 2016 weliswaar de bepalingen van uitvoeringsverordening nr. 698/2012 worden vermeld, maar dat de ANAF‑DGV het in het hoofdgeding aan de orde zijnde toestel heeft ingedeeld in postonderverdeling 8528 59 00 van de GN in de versie die voortvloeide uit uitvoeringsverordening 2016/1821, terwijl deze laatste pas in werking trad op 1 januari 2017. Volgens deze rechter diende, indien de ANAF‑DGV zich daadwerkelijk op uitvoeringsverordening nr. 698/2012 had gebaseerd, dit toestel ingedeeld te worden in postonderverdeling 8528 59 70.

19      Deze rechter merkt in dat verband op dat de ANAF‑DGV de vermelding van uitvoeringsverordening nr. 698/2012 heeft gerechtvaardigd door het feit dat het derde product dat in de bijlage werd vermeld „grote gelijkenissen vertoont met het product dat het voorwerp vormt van de BTI‑beschikking wat betreft de functies en componenten van het toestel; dat is de reden waarom [deze verordening] vermeld wordt als een van de rechtsgrondslagen van de indeling”.

20      Vervolgens vraagt de verwijzende rechter zich af of de bepalingen van uitvoeringsverordening nr. 698/2012 wel van toepassing zijn in het hoofdgeding en welke, in voorkomend geval, de gevolgen van de toepassing ervan zouden zijn in dit geval, aangezien de indeling van het betrokken toestel niet heeft plaatsgevonden volgens de GN‑code van die verordening.

21      Daarop heeft de Curte de Apel Bacău (rechter in tweede aanleg Bacău, Roemenië) de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen:

„1)      Moet de [GN] in bijlage I bij [verordening nr. 2658/87], zoals gewijzigd bij [uitvoeringsverordening 2016/1821], aldus worden uitgelegd dat toestellen zoals de gps‑navigatiesystemen PNI S 506, die in het onderhavige geding aan de orde zijn, worden ingedeeld onder tariefpostonderverdeling 8526 91, postonderverdeling 8526 91 20, dan wel onder tariefpost 8528, postonderverdeling 8528 59 00, van die nomenclatuur?

2)      Zijn de versies van de [GN] na wijziging bij achtereenvolgens [uitvoeringsverordening nr. 698/2012] en [uitvoeringsverordening nr. 459/2014] relevant voor het bepalen van de juiste tariefindeling van toestellen zoals de navigatiesystemen die in het onderhavige geding aan de orde zijn, in die zin dat zij naar analogie kunnen worden toegepast op producten die overeenkomen met het betreffende navigatiesysteem, in het bijzonder als de toepassing naar analogie van deze bepalingen in het voordeel is van de uitlegging van de gecombineerde nomenclatuur door de douaneautoriteiten?”

 Beantwoording van de prejudiciële vragen

22      Om te beginnen moet erop worden gewezen dat, volgens de rechtspraak van het Hof, de toepasselijke versie van de GN die is die in werking is op de datum van de nationale beslissing waarbij de betwiste tariefindeling is verstrekt (zie in die zin arrest van 8 juni 2006, Sachsenmilch, C‑196/05, EU:C:2006:383, punt 18).

23      In casu is uitvoeringsverordening 2016/1821 waarover de eerste prejudiciële vraag handelt, weliswaar vastgesteld op 6 oktober 2016, maar pas in werking getreden op 1 januari 2017. Zij is dus niet van toepassing in het hoofdgeding, dat voortkomt uit een BTI die is verstrekt op 23 december 2016.

24      Zoals de Commissie betoogt, is de versie van de GN die op dit geding van toepassing is die welke voortvloeit uit de op 6 oktober 2015 vastgestelde uitvoeringsverordening 2015/1754, die van toepassing was voor het jaar 2016.

25      Ofschoon uitvoeringsverordening 2016/1821 postonderverdeling 8526 91 20 van de GN ten opzichte van deze laatste uitvoeringsverordening niet heeft gewijzigd, heeft zij sommige postonderverdelingen van post 8528 van de GN echter wel gewijzigd, in het bijzonder de laatste postonderverdeling („andere”), die niet meer de code 8528 59 70 draagt, maar de code 8528 59 00.

26      Derhalve wenst de verwijzende rechter met zijn vragen, die gezamenlijk moeten worden behandeld, in wezen te vernemen of de GN in de versie die voortvloeit uit uitvoeringsverordening 2015/1754, aldus dient te worden uitgelegd dat een toestel zoals in het hoofdgeding aan de orde is, dat de functies vervult van toestel voor radionavigatie, weergave van geluid en video, ontvangst voor radio-omroep en beeldscherm, en dat beschikt over toebehoren voor het gebruik in een motorvoertuig, behoort tot post 8526 91 20 of tot post 8528 59 70 van deze nomenclatuur.

27      In dit verband dient te worden gememoreerd dat volgens de algemene regels voor de interpretatie van de GN, de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken bepalend zijn voor de indeling van goederen, terwijl de tekst van de opschriften van de afdelingen, van de hoofdstukken en van de onderdelen van hoofdstukken worden geacht slechts als aanwijzing te gelden (arrest van 15 november 2018, Baby Dan, C‑592/17, EU:C:2018:913, punt 49 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

28      Het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen moet in het belang van de rechtszekerheid en van gemakkelijke controle in de regel worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan, zoals deze in de bewoordingen van de GN‑post en in de aantekeningen bij de afdelingen of hoofdstukken zijn omschreven (arrest van 13 september 2018, Vision Research Europe, C‑372/17, EU:C:2018:708, punt 22 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

29      De bestemming van het product kan een objectief indelingscriterium zijn, wanneer die bestemming inherent is aan dit product en de inherentie kan worden beoordeeld aan de hand van de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan (arrest van 22 maart 2017, GROFA e.a., C‑435/15 en C‑666/15, EU:C:2017:232, punt 40 en aldaar aangehaalde rechtspraak). Een van de te beoordelen relevante gegevens betreft zowel het gebruik waarvoor het product in kwestie volgens de producent dient, als de omstandigheden en de plaats van het gebruik ervan (arrest van 4 maart 2015, Oliver Medical, C‑547/13, EU:C:2015:139, punt 52).

30      Voorts moet een machine die ontworpen is om twee of meer verschillende, alternatieve of complementaire functies te vervullen, volgens aantekening 3 bij afdeling XVI van het tweede deel van de GN worden ingedeeld volgens de hoofdfunctie die kenmerkend is voor het complex.

31      Het Hof heeft in dit verband verklaard dat noodzakelijkerwijze rekening moet worden gehouden met wat voor de consument hoofd‑ en bijzaak is (arrest van 11 juni 2015, Amazon EU, C‑58/14, EU:C:2015:385, punt 24 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

32      In casu blijkt uit de verwijzingsbeslissing dat, anders dan de ANAF‑DGV betoogt, de hoofdfunctie van de vier functies die het toestel in het hoofdgeding vervult, gelet op de plaats en de omstandigheden van het gebruik waarvoor het bedoeld is, radionavigatie is.

33      Bovendien is deze hoofdfunctie inherent aan dit toestel, aangezien zij volgt uit de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan. Afgezien van het feit dat het wordt omschreven als een „gps‑navigatiesysteem” heeft het betrokken toestel als doel om gebruikt te worden als monitor voor radionavigatie in een motorvoertuig dankzij twee voorgeïnstalleerde toepassingen – ook al vereist één ervan een internetverbinding via wifitechnologie – en middels toebehoren, namelijk de op de voorruit te bevestigen houder en de auto-oplader.

34      Voorts blijkt uit de in de verwijzingsbeslissing vervatte feitelijke elementen dat de drie in punt 26 van het onderhavige arrest vermelde andere functies van het toestel, het toestel slechts meerwaarde geven zonder dat één ervan op zichzelf bepalend kan zijn voor de aankoop door de consument.

35      Ten eerste en zoals door de verwijzende rechter is opgemerkt, heeft de functie van radio-ontvangst immers een rudimentair karakter aangezien zij niet wordt uitgevoerd door een ontvangtoestel voor radio-omroep, maar door een FM‑zender waarmee liedjes die opgeslagen zijn in het interne of externe geheugen van het toestel beluisterd kunnen worden via het radiokanaal van het voertuig.

36      Ten tweede is de functie van weergave van geluid en beeld beperkt omdat het in het hoofdgeding aan de orde zijnde toestel niet is uitgerust met verbindingsstukken die de ontvangst van beeldsignalen uit een externe bron mogelijk maakt.

37      Ten derde is de functie van beeldscherm eveneens beperkt wegens de kleine omvang van het scherm (5 inch, namelijk 12,7 cm), wat geen goed kijkcomfort biedt, en wegens het feit dat deze functie weliswaar de weergave van geïnstalleerde toepassingen of videobestanden mogelijk maakt, maar niet de verbinding van het toestel met een bijkomend scherm.

38      Gelet op de hoofdfunctie die het vervult, moet een toestel zoals in het hoofdgeding aan de orde is, derhalve ingedeeld worden in postonderverdeling 8526 91 20 van de GN, die overeenstemt met radionavigatie-ontvangtoestellen.

39      Aan deze analyse kan niet worden afgedaan door de aanwijzingen inzake het derde product dat is ingedeeld in postonderverdeling 8528 59 70 van de GN in de bijlage bij uitvoeringsverordening nr. 698/2012 en waarnaar in de verwijzingsbeslissing wordt verwezen.

40      In dit verband moet worden opgemerkt dat volgens vaste rechtspraak een indelingsverordening een algemene strekking heeft daar zij niet voor één bepaalde marktdeelnemer geldt, maar van toepassing is op alle producten die identiek zijn aan het product dat door het Comité douanewetboek is onderzocht. Om in het kader van de uitlegging van een indelingsverordening de werkingssfeer daarvan vast te stellen, moet onder meer rekening worden gehouden met de motivering ervan (arrest van 22 maart 2017, GROFA e.a., C‑435/15 en C‑666/15, EU:C:2017:232, punt 35 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

41      Een indelingsverordening is weliswaar niet rechtstreeks toepasselijk op producten die niet identiek zijn aan, maar enkel vergelijkbaar zijn met het product waarop die verordening betrekking heeft, maar is op dergelijke producten wel naar analogie toepasselijk. De toepassing naar analogie van een indelingsverordening op soortgelijke producten als die waarop deze verordening betrekking heeft, bevordert immers een coherente uitlegging van de GN en de gelijke behandeling van de deelnemers aan het economisch verkeer (arrest van 22 maart 2017, GROFA e.a., C‑435/15 en C‑666/15, EU:C:2017:232, punt 37 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

42      Om een indelingsverordening naar analogie toe te passen moeten de in te delen producten en de in die verordening bedoelde producten echter wel voldoende soortgelijk zijn. In dit verband moet ook rekening worden gehouden met de motivering van die verordening (arrest van 22 maart 2017, GROFA e.a., C‑435/15 en C‑666/15, EU:C:2017:232, punt 38 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

43      In casu laat de verwijzende rechter de rechtstreekse toepassing van uitvoeringsverordening nr. 698/2012 weliswaar buiten beschouwing omdat geen enkele partij in het hoofdgeding aanvoert dat het in het hoofdgeding aan de orde zijnde toestel identiek is aan het derde product in de bijlage bij deze verordening, maar hij vraagt zich wel af of de genoemde verordening naar analogie moet worden toegepast.

44      In het licht van de door de verwijzende rechter gedane feitelijke vaststellingen met betrekking tot het in het hoofdgeding aan de orde zijnde toestel, dient te worden opgemerkt dat dit toestel en het derde in de bijlage bij uitvoeringsverordening nr. 698/2012 omschreven product niet in die mate gelijkenissen vertonen dat deze een toepassing naar analogie van deze verordening zouden rechtvaardigen.

45      Afgezien van het feit dat het laatstgenoemde product een werkelijke functie van radio-omroep vervult, beschikt het bovendien voor de functie van beeldscherm over een scherm waarvan de doorsnede circa 7 inch of 18 cm bedraagt, en kan hierop een bijkomend scherm worden aangesloten. Het toestel is eveneens uitgerust met connectoren voor de ontvangst van videosignalen uit externe bronnen, zoals een achteruitkijkcamera of een DVB‑T-tuner. Ten slotte heeft het twee afstandsbedieningen.

46      Zoals in de punten 35 tot en met 37 van het onderhavige arrest is overwogen, beschikt het in het hoofdgeding aan de orde zijnde toestel niet over dergelijke functionaliteiten, dan wel zijn de prestaties ervan kleiner.

47      Uitvoeringsverordening nr. 698/2012 is dus rechtstreeks, noch naar analogie van toepassing op een toestel als dat in het hoofdgeding.

48      Gelet op een en ander dient op de prejudiciële vragen te worden geantwoord dat de GN in de versie die voortvloeit uit uitvoeringsverordening 2015/1754 aldus moet worden uitgelegd dat een multifunctioneel toestel van de soort die in motorvoertuigen wordt gebruikt en dat, zoals in het hoofdgeding, in dezelfde behuizing, als hoofdfunctie, dankzij voorgeïnstalleerde toepassingen van gps‑navigatie een monitor voor radionavigatie combineert met, als bijkomende functies, een toestel voor radio-omroep, een toestel voor de weergave van geluid en video en een beeldscherm met een doorsnede van ongeveer 5 inch (12,7 cm), moet worden ingedeeld in postonderverdeling 8526 91 20 van deze nomenclatuur.

 Kosten

49      Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Het Hof (Tiende kamer) verklaart voor recht:

De gemeenschappelijke nomenclatuur die is opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijke douanetarief, in de versie die voortvloeit uit uitvoeringsverordening (EU) 2015/1754 van de Commissie van 6 oktober 2015, dient aldus te worden uitgelegd dat een multifunctioneel toestel van de soort die in motorvoertuigen wordt gebruikt en dat, zoals in het hoofdgeding, in dezelfde behuizing, als hoofdfunctie, dankzij voorgeïnstalleerde toepassingen van gpsnavigatie een monitor voor radionavigatie combineert met, als bijkomende functies, een toestel voor radio-omroep, een toestel voor de weergave van geluid en video en een beeldscherm met een doorsnede van ongeveer 5 inch (12,7 cm), moet worden ingedeeld in postonderverdeling 8526 91 20 van deze nomenclatuur.

ondertekeningen


*      Procestaal: Roemeens.