Language of document : ECLI:EU:C:2019:378

Voorlopige editie

ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer)

8 mei 2019 (*)

„Hogere voorziening – Openbare dienst – Ambtenaren – Vergelijkend onderzoek – Arrest houdende nietigverklaring – Reikwijdte van de nietigverklaring – Afweging van de betrokken belangen – Nietigverklaring van de reservelijsten – Nietigverklaring van de besluiten tot aanwerving van geslaagde kandidaten die op die lijsten voorkwamen”

In zaak C‑243/18 P,

betreffende een hogere voorziening krachtens artikel 56 van het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie, ingesteld op 3 april 2018,

Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie, vertegenwoordigd door G. Poszler en R. Hanak als gemachtigden,

rekwirante,

andere partij in de procedure:

Yosu Galocha, wonende te Madrid (Spanje), vertegenwoordigd door A. Asmaryan Degtyareva, abogada,

verzoeker in eerste aanleg,

wijst

HET HOF (Eerste kamer),

samengesteld als volgt: J.‑C. Bonichot, kamerpresident, C. Toader, A. Rosas (rapporteur), L. Bay Larsen en M. Safjan, rechters,

advocaat-generaal: M. Bobek,

griffier: A. Calot Escobar,

gezien de stukken,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 29 januari 2019,

het navolgende

Arrest

1        Met haar hogere voorziening vordert de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie (hierna: „Fusion for Energy”) vernietiging van het arrest van het Gerecht van de Europese Unie van 25 januari 2018, Galocha/Gemeenschappelijke onderneming Fusion for Energy (T‑561/16, EU:T:2018:29; hierna: „bestreden arrest”), waarbij het Gerecht met name de reservelijsten van selectieprocedure F4E/CA/ST/FGIV/2015/001 en de besluiten van Fusion for Energy tot aanwerving van geslaagde kandidaten die op die lijsten voorkwamen, nietig heeft verklaard.

 Voorgeschiedenis van het geding en voor het Gerecht bestreden besluiten

2        Fusion for Energy, een „gemeenschappelijke onderneming” in de zin van artikel 45 van het Euratom-Verdrag, is opgericht bij besluit 2007/198/Euratom van de Raad van 27 maart 2007 (PB 2007, L 90, blz. 58). Op grond van artikel 4 van de bijlage bij dat besluit, „Rechtspersoonlijkheid”, heeft deze onderneming rechtspersoonlijkheid en bezit zij op het grondgebied van elk van haar leden de ruimste rechtsbevoegdheid die door de wetgeving van het betreffende lid aan rechtspersonen wordt toegekend.

3        Yosu Galocha heeft vanaf 23 april 2014 als tijdelijk functionaris in de bedrijfsruimten van Fusion for Energy te Barcelona (Spanje) gewerkt en vanaf 5 mei 2015 als extern onderaannemer. In februari 2016 liep de overeenkomst van Fusion for Energy met de onderneming waarvoor Galocha werkte, af en sinds die datum werkt hij niet meer in de bedrijfsruimten van Fusion for Energy.

4        Op 5 februari 2015 heeft Fusion for Energy op haar website kennisgeving van vacature F4E/CA/ST/FGIV/2015/001 bekendgemaakt, met het oog op de opstelling van twee reservelijsten voor de aanwerving van functionarissen ter ondersteuning van de kostencontrole, één, van vier geslaagde kandidaten, voor haar vestiging te Barcelona, en de andere, eveneens van vier geslaagde kandidaten, voor haar vestiging te Cadarache (Frankrijk).

5        De geslaagde kandidaten zouden worden aangeworven als arbeidscontractant in de zin van artikel 3 bis van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie (hierna: „RAP”), voor een niet-verlengbare duur van maximaal drie jaar. In punt 3 van de betrokken kennisgeving van vacature werd voor aanvullende informatie over de selectieprocedure van arbeidscontractanten verwezen naar een gids voor de kandidaten, die beschikbaar was op de website van Fusion for Energy, alsmede naar de RAP.

6        Punt 5 van die gids, die beschikbaar was in de loop van de selectieprocedure, droeg als opschrift „Samenvatting van de selectieprocedure”.

7        Hierin werd met name in de oprichting van een selectiecomité voorzien.

8        Punt 5, onderdeel 1 („Beoordeling van de sollicitaties”), derde alinea, van die gids bepaalde dat de geselecteerde kandidaten die de beste profielen hadden, zouden worden uitgenodigd om een mondelinge en schriftelijke toets af te leggen. Volgens de vijfde alinea van dat punt 5 zou uitvoeriger informatie over de datum, het tijdstip en het adres waarop die mondelinge en schriftelijke toetsen zouden plaatsvinden, worden aangegeven in de oproepen die aan de geselecteerde kandidaten werden verzonden. Ten slotte bleek uit de zesde alinea dat de kandidaten, afhankelijk van hun aantal, kon worden gevraagd om de mondelinge en schriftelijke toets dezelfde dag of gespreid over meerdere achtereenvolgende dagen af te leggen.

9        Punt 5, onderdeel 2 („Selectie”), van de gids voor de kandidaten bevatte achtereenvolgens de titels „Mondelinge toets”, „Schriftelijke toets” en „Procedurele aspecten van de toetsen”.

10      In de titel „Mondelinge toets” werd aangegeven dat die toets bedoeld was om de leden van het selectiecomité te helpen bij de beoordeling van de algemene presentatie en de motivatie van de kandidaat, zijn geschiktheid om de taken uit te oefenen die waren omschreven in de titel „Verantwoordelijkheden” van de betrokken kennisgeving van vacature, zijn gespecialiseerde kennis op het betrokken gebied, zijn bekwaamheid om zich uit te drukken in de werktalen van Fusion for Energy en zijn vermogen om zich aan te passen aan een multiculturele omgeving.

11      In de titel „Schriftelijke toets” werd in dat punt 5 aangegeven dat bij die toets rekening zou worden gehouden met de specifieke bekwaamheden voor de vacante post waarvoor de selectieprocedure werd georganiseerd, de bekwaamheid van de kandidaat om zich schriftelijk uit te drukken, zijn presentatie, zijn algemene geschiktheid en zijn taalkundige capaciteiten voor zover deze nodig waren voor de uitvoering van zijn taken.

12      In de titel „Procedurele aspecten van de toetsen” werd in de tweede alinea aangegeven dat de beoordeling van de kandidaten enkel zou worden afgerond wanneer zij aan de twee toetsen, de mondelinge en de schriftelijke, hadden deelgenomen, en dat die beoordeling gebaseerd was op het resultaat dat voor die twee toetsen was verkregen. In de vijfde alinea werd er met name aan herinnerd dat elk contact met de leden van het selectiecomité verboden was.

13      Op 26 februari 2015 heeft Galocha zijn sollicitatieformulier ingediend voor de selectieprocedure die naar aanleiding van de betrokken kennisgeving van vacature werd georganiseerd.

14      Bij e‑mail van 17 april 2015 heeft de eenheid Human Resources van Fusion for Energy Galocha uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek. In een bij die e‑mail gevoegde brief werd hij ervan op de hoogte gesteld dat het gesprek ongeveer 45 minuten zou duren en voornamelijk in het Engels zou plaatsvinden, teneinde de leden van het selectiecomité te helpen bij de beoordeling van zijn algemene presentatie en zijn motivatie, zijn geschiktheid om de taken uit te oefenen die waren omschreven in de titel „Verantwoordelijkheden” van de betrokken kennisgeving van vacature, zijn gespecialiseerde kennis op het betrokken gebied, zijn bekwaamheid om zich uit te drukken in de werktalen van Fusion for Energy en zijn vermogen om zich aan te passen aan een multiculturele omgeving. In die brief werd op geen enkele wijze verwezen naar een schriftelijke toets.

15      Op 11 mei 2015 heeft Galocha deelgenomen aan de mondelinge toets van de betrokken selectieprocedure.

16      Hij noch enige andere kandidaat heeft een uitnodiging gekregen voor een schriftelijke toets.

17      Bij e‑mail van 4 juni 2015 heeft het hoofd van de eenheid Human Resources van Fusion for Energy Galocha namens het selectiecomité meegedeeld dat dit comité, gezien de mondelinge en de schriftelijke toets waaraan hij had deelgenomen, had besloten om zijn naam niet op te nemen op de reservelijsten.

18      Diezelfde dag heeft Galocha bij het selectiecomité een verzoek tot herziening van dat besluit ingediend, waarin hij betoogde dat er geen schriftelijke toets was georganiseerd en erom verzocht dat de uitkomst van de selectie die uitsluitend was gebaseerd op de mondelinge toets, werd nietig verklaard en dat een nieuwe schriftelijke toets werd georganiseerd voordat het selectiecomité een eindbesluit zou nemen.

19      Diezelfde dag heeft Galocha uit hoofde van artikel 90, lid 2, van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie (hierna: „Statuut”), dat op grond van artikel 117 RAP van toepassing is op arbeidscontractanten, eveneens een klacht ingediend bij het tot het aangaan van aanstellingsovereenkomsten bevoegd gezag (hierna: „TAOBG”), te weten de directeur van Fusion for Energy. Zijn klacht was gebaseerd op hetzelfde argument en dezelfde verzoeken tot nietigverklaring van de uitkomst van de selectie en tot organisatie van een nieuwe schriftelijke toets als die welke hij bij dat selectiecomité had ingediend.

20      Bij e‑mail van 3 juli 2015 heeft het selectiecomité Galocha’s verzoek tot herziening afgewezen.

21      De reservelijsten die op basis van de uitkomst van de betrokken selectieprocedure zijn opgesteld, bevatten elk de namen van vier geslaagde kandidaten. Galocha behoorde daar niet toe.

22      Op 25 juni 2015 heeft een van de geslaagde kandidaten wiens naam op die lijsten voorkwam, een werkaanbod van Fusion for Energy gekregen. Hij is op 1 augustus 2015 in Cadarache gaan werken. Op 10 juli 2015 heeft Fusion for Energy een werkaanbod gedaan aan een van de andere geslaagde kandidaten, die op 1 november 2015 in Cadarache is gaan werken.

 Procedure in eerste aanleg

23      Bij verzoekschrift, ingekomen bij de griffie van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie op 18 augustus 2015, heeft Galocha beroep ingesteld waarbij hij het Gerecht voor ambtenarenzaken verzocht:

–      de door Fusion for Energy georganiseerde selectieprocedure voor de posten van functionarissen ter ondersteuning van de kostencontrole, onder referentienummer F4E/CA/ST/FGIV/2015/001, nietig te verklaren;

–      de naar aanleiding van de betrokken selectieprocedure opgestelde reservelijsten nietig te verklaren;

–      de aanstelling van de kandidaten die zijn gekozen als kandidaten voor de vacante posten en de indiensttreding van de door het selectiecomité voorgestelde en door de directeur van Fusion for Energy gekozen kandidaten, nietig te verklaren;

–      vast te stellen dat er een nieuwe selectieprocedure moet worden georganiseerd voor de posten van functionaris ter ondersteuning van de kostencontrole;

–      vast te stellen dat het zinvol is om in het kader van de nieuwe selectieprocedure voor de posten van functionaris ter ondersteuning van de kostencontrole een schriftelijke toets te organiseren en te verklaren dat deze toets met het oog op de selectie van de kandidaten onmiddellijk moet worden georganiseerd;

–      vast te stellen dat de in de geactualiseerde versie van de gids voor de kandidaten voorziene mogelijkheid voor Fusion for Energy om in het kader van de selectieprocedures geen schriftelijke toets te organiseren, misbruik oplevert en deze mogelijkheid ongedaan te maken;

–      elke maatregel te gelasten die zinvol wordt geacht voor het opnieuw organiseren van de selectieprocedure in overeenstemming met de regels zoals die in de betrokken kennisgeving van vacature zijn vastgesteld en met die welke zijn uiteengezet in de daarin genoemde gids voor de kandidaten, waarbij de organisatie van een mondelinge en een schriftelijke toets verplicht is, en

–      Fusion for Energy te verwijzen in de kosten.

24      Overeenkomstig artikel 51, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering van 21 mei 2014 van het Gerecht voor ambtenarenzaken (PB 2014, L 206, blz. 1), is een mededeling bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie van 5 oktober 2015 (PB 2015, C 328, blz. 37), waarin de datum van neerlegging van het verzoekschrift, de naam van de verwerende partij, het voorwerp en de beschrijving van het geschil en de conclusies van het verzoekschrift zijn vermeld.

25      Bij verzoek in kort geding, dat eveneens op 18 augustus 2015 is ingediend, heeft Galocha de president van het Gerecht voor ambtenarenzaken verzocht om opschorting van de tenuitvoerlegging van de besluiten waarbij Fusion for Energy functionarissen ter ondersteuning van de kostencontrole heeft aangesteld en, subsidiair, om opschorting van de uitoefeningen van de functies van die functionarissen indien zij die functies reeds vervulden.

26      Op 20 augustus 2015 is de procedure in de hoofdzaak krachtens artikel 91, lid 4, tweede volzin, van het Statuut opgeschort in afwachting van een antwoord op de door Galocha ingediende klacht. Die klacht is op 30 september 2015 afgewezen.

27      In zijn verzoek in kort geding had Galocha met name betoogd dat in geval van nietigverklaring van de bestreden aanstellingen, de reeds aangestelde functionarissen in het kader van de te organiseren nieuwe selectieprocedure voordeel zouden trekken uit de theoretische en praktische kennis die zij sinds hun aanstelling in de loop van hun functie hadden verworven. Volgens Galocha bestond er bovendien een „mogelijk risico” dat Fusion for Energy in de nieuwe selectieprocedure een voorkeursbehandeling zou geven aan de betrokken functionarissen, aangezien het voor haar voordelig zou zijn om een kandidaat aan te werven die reeds ervaring heeft opgedaan in de te vervullen functie.

28      Het verzoek in kort geding is afgewezen bij beschikking van 1 oktober 2015, Galocha/Gemeenschappelijke Onderneming Fusion for Energy (F‑117/15 R, EU:F:2015:114), en de beslissing omtrent de kosten is aangehouden. In die beschikking heeft de president van het Gerecht voor ambtenarenzaken vastgesteld dat het middel dat Galocha had ontleend aan schending van de kennisgeving van vacature en van de gids voor de kandidaten „op het eerste gezicht” gegrond was en dat er dus sprake was van fumus boni juris. In punt 30 van die beschikking heeft de president opgemerkt dat de „vastgestelde onrechtmatigheid op het eerste gezicht niet enkel de situatie [van Galocha] betrof, maar gevolgen had voor de selectieprocedure in haar geheel”.

29      In die beschikking heeft de president van het Gerecht voor ambtenarenzaken geoordeeld als volgt:

„29      Volgens vaste rechtspraak kunnen besluiten die worden genomen na afloop van een vergelijkend onderzoek dat is georganiseerd voor de vorming van een aanwervingsreserve, geen onherstelbare schade berokkenen aan een kandidaat die is benadeeld door een onregelmatigheid die is begaan tijdens dat vergelijkend onderzoek, aangezien de rechten van een kandidaat, wanneer een toets in het kader van dat vergelijkend onderzoek onrechtmatig wordt geacht, adequaat worden beschermd indien de jury en het [tot het aangaan van aanstellingsovereenkomsten bevoegd gezag (TAOBG)] hun besluiten heroverwegen en een billijke oplossing voor zijn geval zoeken, zonder dat de volledige uitkomst van het vergelijkend onderzoek ter discussie hoeft te worden gesteld of de aanstellingen die naar aanleiding daarvan hebben plaatsgevonden, nietig moeten worden verklaard (beschikking van 1 februari 2007, Bligny/Commissie, F‑142/06 R, EU:F:2007:20, punt 24 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

30      De in het vorige punt genoemde rechtspraak betreft echter de gevolgen van algemene vergelijkende onderzoeken en niet de gevolgen van meer beperkte selectieproeven zoals die waaraan [Galocha] heeft deelgenomen. Hoewel Galocha in zijn verzoekschrift in het hoofdberoep om nietigverklaring van de reservelijst en de verrichte aanstellingen heeft verzocht, blijkt bovendien uit de feiten van de zaak dat de litigieuze selectieprocedure slechts heeft geleid tot de vorming van twee reservelijsten met in totaal acht geslaagde kandidaten en de aanstelling van een van hen, terwijl een tweede aanstelling op het moment van indiening van dit verzoekschrift aan de gang was. Bovendien betreft de op het eerste gezicht vastgestelde onrechtmatigheid niet enkel de situatie [van Galocha], maar heeft zij gevolgen voor de selectieprocedure in haar geheel. Bijgevolg kan de rechtspraak [die voortvloeit uit de beschikking van 1 februari 2007, Bligny/Commissie (F‑142/06 R, EU:F:2007:20)], die op het evenredigheidsbeginsel is gebaseerd, in casu niet van toepassing zijn en niet leiden tot afwijzing van het verzoek om opschorting van de tenuitvoerlegging wegens gebrek aan spoedeisendheid.

31      De autoriteiten die een selectieprocedure opnieuw moeten beginnen of hervatten na een arrest houdende nietigverklaring van aanstellingen die na afloop van die procedure hebben plaatsgevonden, mogen bij de beoordeling van de diploma’s en de verdiensten van de kandidaten geen rekening houden met de ervaring die zij hebben opgedaan bij de uitoefening van functies die verband houden met hun nietig verklaarde aanstelling. In een dergelijk geval worden de diensttijd en de ervaring van de aangestelde geslaagde kandidaten, wier aanstelling nietig is verklaard, geacht nooit te hebben bestaan. In geval van een hervatting van de selectieprocedure moeten die autoriteiten er juist voor zorgen dat de belanghebbenden bij de beoordeling van de verdiensten van de kandidaten geen ongerechtvaardigd voordeel wordt verleend. Wat het ‚mogelijke risico’ betreft dat het TAOBG de functionarissen die in het kader van de litigieuze selectieprocedure zijn aangesteld, een voorkeursbehandeling geeft, dit is slechts een verklaring en er kan niet worden aangenomen dat het TAOBG in het licht van de ervaring van de begunstigden van de nietig verklaarde aanstellingen onrechtmatig zou handelen.”

30      Op 1 oktober 2015 heeft het Gerecht voor ambtenarenzaken de opschorting van de procedure in de hoofdzaak opgeheven.

31      Krachtens artikel 3 van verordening [EU, (Euratom)] 2016/1192 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 betreffende de overdracht aan het Gerecht van de bevoegdheid om in eerste aanleg uitspraak te doen in geschillen tussen de Europese Unie en haar personeelsleden (PB 2016, L 200, blz. 137), is de onderhavige zaak in de stand waarin zij zich op 31 augustus 2016 bevond, overgedragen aan het Gerecht.

32      In haar verweerschrift heeft Fusion for Energy aangegeven dat slechts twee kandidaten een contract hadden gekregen, waarvan de ene op 1 augustus 2015 en de andere op 1 november 2015 in functie is getreden. Zij wees er ook op dat zij naar aanleiding van het verzoek om voorlopige maatregelen had besloten geen gebruik te maken van de reservelijsten in afwachting van een beslissing in de betrokken zaak. In antwoord op een verzoek van het Gerecht heeft Fusion for Energy verduidelijkt dat er slechts één reservelijst bestond die in twee delen was verdeeld, een voor kandidaten die in Barcelona zouden gaan werken en een voor die welke in Cadarache zouden gaan werken, en dat dezelfde geslaagde kandidaten op elk van deze delen waren ingeschreven.

33      Een hoorzitting heeft plaatsgevonden op 14 september 2007.

 Bestreden arrest

34      Het Gerecht heeft geoordeeld dat het selectiecomité, door Galocha en de andere geselecteerde kandidaten te beoordelen zonder een schriftelijke toets te hebben georganiseerd, niet de modaliteiten van de betrokken kennisgeving van vacature in acht heeft genomen, terwijl het wel daartoe gehouden was. De betrokken selectieprocedure bevatte dus een onregelmatigheid.

35      Het Gerecht heeft derhalve het besluit van het selectiecomité om de naam van Galocha niet op te nemen op de reservelijsten van selectieprocedure F4E/CA/ST/FGIV/2015/001, nietig verklaard.

36      Wat de vorderingen betreft waarbij Galocha verzocht om nietigverklaring van de naar aanleiding van de selectieprocedure opgestelde reservelijsten en de besluiten tot aanwerving van geslaagde kandidaten die op die lijsten waren opgenomen, heeft het Gerecht in punt 65 van het bestreden arrest in herinnering gebracht dat in beginsel de situatie rechtens moet worden hersteld waarin Galocha zich bevond voordat het selectiecomité de onrechtmatigheid beging.

37      In punt 66 van het bestreden arrest is in herinnering gebracht dat, wanneer het herstel van de vroegere situatie niet alleen leidt tot de nietigverklaring van een voor de verzoeker bestemde bezwarende handeling, maar eveneens tot de nietigverklaring van daaropvolgende handelingen die voor derden zijn bestemd en die hun tot voordeel strekken, laatstgenoemde handelingen als gevolg daarvan dan alleen nietig worden verklaard indien deze nietigverklaring, met name gelet op de vastgestelde onrechtmatigheid, de belangen van derden en het dienstbelang, niet buitensporig is (arrest van 31 maart 2004, Girardot/Commissie, T‑10/02, EU:T:2004:94, punt 85).

38      Met betrekking tot de belangen van derden heeft het Gerecht in punt 67 van het bestreden arrest tevens eraan herinnerd dat, gelet op de beginselen van evenredigheid en van bescherming van het gewettigd vertrouwen, rekening moet worden gehouden met hun gewettigd vertrouwen, dat met name verband kan houden met de plaatsing van hun naam op de reservelijst en hun aanstelling op de te vervullen post (arrest van 31 maart 2004, Girardot/Commissie, T‑10/02, EU:T:2004:94, punt 86) of, eventueel, met het besluit om hun een werkaanbod te doen.

39      In de punten 68 en 69 van het bestreden arrest heeft het Gerecht de aan de orde zijnde situatie als volgt beoordeeld:

„68      In de omstandigheden van het onderhavige geval kunnen de geslaagde kandidaten wier namen voorkwamen op de reservelijsten, daaronder begrepen zij die een werkaanbod van Fusion for Energy hebben gekregen, echter geen beroep doen op een gewettigd vertrouwen. Ofschoon de kennisgeving van vacature bepaalde dat er een schriftelijke toets zou plaatsvinden, zijn de reservelijsten immers opgesteld en het werkaanbod verzonden zonder dat die kandidaten de schriftelijke toets hadden afgelegd.

69      Gezien de aard van de onregelmatigheid kan evenmin worden vastgesteld dat een nietigverklaring van de reservelijsten en van de besluiten tot aanwerving van de geslaagde kandidaten die op die lijsten voorkwamen, buitensporig zou zijn gelet op het belang van de dienst. Ten eerste raakt de onregelmatigheid de beoordeling van alle kandidaten en kan deze dus niet worden verholpen door maatregelen die uitsluitend [Galocha] betreffen. Ten tweede heeft de onderhavige selectieprocedure slechts een zeer beperkte reikwijdte.”

40      Bijgevolg heeft het Gerecht de verzoeken van Galocha ingewilligd en de reservelijsten van selectieprocedure F4E/CA/ST/FGIV/2015/001 en de besluiten van Fusion for Energy tot aanwerving van op die reservelijsten opgenomen geslaagde kandidaten, nietig verklaard. Het Gerecht heeft het beroep verworpen voor het overige en Fusion for Energy verwezen in de kosten.

 Vorderingen in hogere voorziening

41      In hogere voorziening verzoekt Fusion for Energy het Hof:

–        het bestreden arrest te vernietigen voor zover het Gerecht daarbij de reservelijsten van selectieprocedure F4E/CA/ST/FGIV/2015/001 en de besluiten van Fusion for Energy tot aanwerving van geslaagde kandidaten die op die lijsten voorkwamen, nietig heeft verklaard, en

–        Galocha te verwijzen in de kosten van de hogere voorziening en de kosten van de procedure, voor zover het definitieve arrest van het Hof de vernietiging uitspreekt.

42      Galocha, verzoeker in eerste aanleg, heeft in hogere voorziening geen memorie van antwoord ingediend.

 Hogere voorziening

43      Ter ondersteuning van haar hogere voorziening heeft Fusion for Energy één enkel middel aangevoerd, namelijk schending van het evenredigheidsbeginsel. Volgens haar heeft het Gerecht de naar aanleiding van de bestreden selectieprocedure opgestelde reservelijsten en de besluiten tot aanwerving van de personen die op die lijsten waren opgenomen, ten onrechte nietig verklaard.

 Eerste onderdeel van het enige middel

 Argumenten van rekwirante

44      Met het eerste onderdeel van haar enige middel voert Fusion for Energy aan dat het Gerecht het in de rechtspraak verankerde evenredigheidsbeginsel niet in acht heeft genomen. Volgens dat beginsel vormt de nietigverklaring van alle resultaten van vergelijkende onderzoeken voor de selectie van ambtenaren in beginsel een buitensporige sanctie voor de onregelmatigheid, ongeacht de aard van de onregelmatigheid en de omvang van de gevolgen daarvan voor de resultaten van het onderzoek. De rechter van de Europese Unie zou echter alleen op het gebied van bevordering een beoordeling per geval verrichten.

45      Fusion for Energy voert aan dat een dergelijk beginsel in casu had moeten worden toegepast, gezien de gelijkenis tussen de selectie van ambtenaren en die van andere personeelsleden. Met deze procedures wordt volgens haar hetzelfde doel nagestreefd, aangezien zij het begin vormen van de betrekkingen tussen de instelling van de Unie en de kandidaat, in tegenstelling tot een bevorderingsbesluit, dat de relatie tussen een ambtenaar en zijn instelling niet verandert.

 Beoordeling door het Hof

46      Zoals het Hof in herinnering heeft gebracht, moet de Unierechter, wanneer hij uitspraak doet over de gevolgen van de nietigverklaring van een maatregel betreffende procedures voor de selectie van het personeel van de Unie, proberen om de belangen van de door een onregelmatigheid tijdens die procedure benadeelde kandidaten in overeenstemming te brengen met de belangen van de andere kandidaten, zodat het niet alleen rekening moet houden met de noodzaak om de benadeelde kandidaten in hun rechten te herstellen, maar ook met het gewettigd vertrouwen van de reeds gekozen kandidaten (zie in die zin arresten van 6 juli 1993, Commissie/Albani e.a., C‑242/90 P, EU:C:1993:284, punt 14, en 26 maart 2019, Spanje/Parlement, C‑377/16, EU:C:2019:249, punt 83).

47      Daartoe moet deze rechter rekening houden met de aard van de betrokken onregelmatigheid en de gevolgen ervan, alsmede met de verschillende mogelijke maatregelen die kunnen worden genomen om de noodzaak om de rechten van de benadeelde verzoeker te herstellen, de situatie van derden en het belang van de dienst met elkaar in overeenstemming te brengen. Zoals de president van het Gerecht voor ambtenarenzaken in het kader van het kort geding in de onderhavige zaak (beschikking van 1 oktober 2015, Galocha/Gemeenschappelijke onderneming Fusion for Energy, F‑117/15 R, EU:F:2015:114, punt 30) terecht heeft opgemerkt, zijn het aantal personen dat door de onregelmatigheid van de selectieprocedure is geraakt en het aantal geslaagde kandidaten elementen die voor deze beoordeling van belang kunnen zijn.

48      Uit deze rechtspraak blijkt dat de gevolgen van de nietigverklaring van een handeling betreffende de selectieprocedures voor het personeel van de Unie moeten worden vastgesteld met inachtneming van de specifieke omstandigheden van elk concreet geval. Hieruit volgt dat er geen rechtsregel bestaat volgens welke de resultaten van het vergelijkend onderzoek nooit nietig kunnen worden verklaard omdat een dergelijke nietigverklaring noodzakelijkerwijs een buitensporig gevolg van de begane onregelmatigheid zou zijn.

49      Deze conclusie vindt steun in de recente rechtspraak van het Hof, met name in de zaak die heeft geleid tot het arrest van 26 maart 2019, Spanje/Parlement (C‑377/16, EU:C:2019:249, punt 86), waarbij het Hof niet alleen een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling voor functies als chauffeur nietig heeft verklaard wegens de discriminatoire voorwaarden met betrekking tot de talenkennis van de kandidaten, maar ook de databank met de namen van de kandidaten die konden worden aangeworven omdat ervan kon worden uitgegaan dat deze databank door dezelfde discriminatoire voorwaarden was aangetast.

50      Gelet op het voorgaande moet worden vastgesteld dat de nietigverklaring door het Gerecht van alle resultaten van het vergelijkend onderzoek in de omstandigheden van de onderhavige zaak geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting.

51      Derhalve moet het eerste onderdeel van het enige door Fusion for Energy aangevoerde middel ongegrond worden verklaard.

 Tweede onderdeel van het enige middel

 Argumenten van rekwirante

52      Met het tweede onderdeel van haar enige middel stelt Fusion for Energy dat het Gerecht bij de beoordeling van de gevolgen van de door haar begane onrechtmatigheid de aard van die onrechtmatigheid onjuist heeft gekwalificeerd. Zij wijst erop dat alle deelnemers aan de selectieprocedure op dezelfde wijze zijn behandeld, dat de fout geen invloed heeft gehad op de selectiecriteria en dat zij het recht heeft gehad om een selectieprocedure te organiseren zonder een schriftelijke test. Het betreft dus geen wezenlijke onrechtmatigheid als bedoeld in het arrest van 27 november 2012, Italië/Commissie (C‑566/10 P, EU:C:2012:752), die rechtvaardigt dat daaropvolgende handelingen met betrekking tot derden nietig worden verklaard.

53      Fusion for Energy bekritiseert het standpunt dat het Gerecht heeft ingenomen in punt 69 van het bestreden arrest, waarin het Gerecht van oordeel was dat de nietigverklaring van daaropvolgende besluiten geen buitensporige maatregel was, aangezien de begane onregelmatigheid de beoordeling van alle kandidaten had geraakt. Zij voert aan dat het mogelijk is dat deze onregelmatigheid geen gevolgen heeft gehad voor sommige kandidaten, of zowel negatieve als positieve effecten heeft gehad. De omstandigheden zijn volgens haar dus niet vergelijkbaar met die van een vergelijkend onderzoek dat nietig is verklaard wegens schending van de taalregels die sommige kandidaten heeft bevoordeeld ten opzichte van andere.

 Beoordeling door het Hof

54      In dit verband zij eraan herinnerd dat de onregelmatigheid die Fusion for Energy bij de selectieprocedure zou hebben begaan, niet bestaat in discriminatie van de kandidaten bij die procedure, maar veeleer, zoals blijkt uit punt 46 van het bestreden arrest, in het feit dat het selectiecomité zich niet heeft gehouden aan de voorwaarden die waren vastgesteld in de kennisgeving van vacature waaraan het was gebonden.

55      Bovendien heeft Fusion for Energy niet aangetoond dat het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door in punt 53 van het bestreden arrest op het argument dat Fusion for Energy het recht had om een selectieprocedure zonder schriftelijke toets te organiseren, te antwoorden dat de betrokken kennisgeving van vacature het rechtskader vormde voor het vergelijkend onderzoek van de verdiensten van de kandidaten, en niet het advies dat zij wilde of had kunnen publiceren.

56      Bovendien is Galocha, zoals blijkt uit punt 14 van het onderhavige arrest, bij e‑mail van 17 april 2015, uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek, dat was georganiseerd teneinde de leden van het selectiecomité te helpen bij de beoordeling van zijn algemene presentatie en zijn motivatie, zijn geschiktheid om de taken uit te oefenen die waren omschreven in de titel „Verantwoordelijkheden” van de betrokken kennisgeving van vacature, zijn gespecialiseerde kennis op het betrokken gebied, zijn bekwaamheid om zich uit te drukken in de werktalen van Fusion for Energy en zijn vermogen om zich aan te passen aan een multiculturele omgeving. Deze criteria komen overeen met de criteria voor de mondelinge toets, zoals beschreven in de in punt 10 van het onderhavige arrest genoemde gids voor de kandidaten.

57      Zoals in punt 11 van het onderhavige arrest in herinnering is gebracht, werd in de gids voor de kandidaten bepaald dat bij de schriftelijke toets rekening zou worden gehouden met de specifieke bekwaamheden voor de vacante post waarvoor de selectieprocedure werd georganiseerd, de bekwaamheid van de kandidaat om zich schriftelijk uit te drukken, zijn presentatie, zijn algemene geschiktheid en zijn taalkundige capaciteiten voor zover deze nodig waren voor de uitvoering van zijn taken.

58      Uit het bovenstaande volgt dat elke toets een ander doel nastreefde, zodat de kandidaten, aangezien er geen schriftelijke toets plaatsvond, enkel werden beoordeeld op basis van een aantal van de elementen die volgens die gids in aanmerking moesten worden genomen.

59      Bijgevolg kan de kritiek van Fusion for Energy betreffende punt 69 van het bestreden arrest niet afdoen aan de conclusie dat de begane onregelmatigheid gevolgen heeft gehad voor de beoordeling van alle kandidaten. Het feit dat het organiseren van een schriftelijke toets zonder gevolgen had kunnen blijven dan wel negatieve of positieve gevolgen had kunnen hebben, had namelijk kunnen leiden tot verschillen in de selectie of indeling van de kandidaten op de reservelijsten.

60      Derhalve moet het tweede onderdeel van het enige middel ongegrond worden verklaard.

 Derde onderdeel van het enige middel

 Argumenten van rekwirante

61      Met het derde onderdeel van haar enige middel stelt Fusion for Energy dat het Gerecht geen juiste afweging heeft gemaakt tussen de belangen van Galocha, de kandidaten die zijn aangeworven of op de reservelijsten zijn opgenomen, en het belang van de dienst. Voor Galocha heeft het bestreden arrest geen positieve gevolgen, aangezien hij niet om een schadevergoeding heeft verzocht en het Gerecht zijn verzoek strekkende tot de organisatie van een nieuwe selectieprocedure, niet heeft ingewilligd. Derden daarentegen zouden volgens Fusion for Energy de negatieve gevolgen van het bestreden arrest ondervinden. De met een aantal van hen gesloten overeenkomsten zouden namelijk moeten worden beëindigd en de andere kandidaten zouden hun plaats op de reservelijsten verliezen.

62      Fusion for Energy verwijt het Gerecht in punt 68 van het bestreden arrest te hebben geoordeeld dat de geslaagde kandidaten wier namen voorkwamen op de reservelijsten, daaronder begrepen zij die een werkaanbod van Fusion for Energy hebben gekregen, geen beroep konden doen op een gewettigd vertrouwen, aangezien de betrokken kennisgeving van vacature bepaalde dat er een schriftelijke toets zou plaatsvinden en er geen dergelijke toets plaatsvond voordat het werkaanbod was verzonden.

63      Een dergelijk argument, dat ervan uitgaat dat die kandidaten op de hoogte moesten zijn van de begane onregelmatigheid, aangezien zij geen schriftelijke toets hadden afgelegd, zou in strijd zijn met de rechtspraak volgens welke besluiten ten gunste van derden niet nietig worden verklaard in omstandigheden waarin de door het bestuur begane fout veel ernstiger was dan die van Fusion for Energy. Fusion for Energy verwijst in dat verband naar de arresten van 5 juni 1980, Oberthür/Commissie (24/79, EU:C:1980:145), en 27 november 2012, Italië/Commissie, (C‑566/10 P, EU:C:2012:752). Fusion for Energy voert aan dat zij in de onderhavige zaak haar eigen regels heeft geschonden, te weten de gids voor de kandidaten, en niet de regels die hoger in de hiërarchie van normen staan, die beter bekend zijn bij de kandidaten, zodat zij hadden kunnen bemerken dat er een onrechtmatigheid had plaatsgevonden.

64      Wat het belang van de dienst betreft, betoogt Fusion for Energy dat, wanneer het contract van een functionaris moet worden opgezegd en hij zich opnieuw in een andere lidstaat zal moeten vestigen, de werksfeer binnen de betrokken instelling duidelijk dreigt te verslechteren.

 Beoordeling door het Hof

65      Zoals in wezen volgt uit de in de punten 46 en 47 van het onderhavige arrest aangehaalde rechtspraak, wordt wanneer het herstel van de situatie die bestond vóór de nietigverklaarde handeling, de nietigverklaring meebrengt van latere handelingen die derden betreffen, een dergelijke nietigverklaring alleen uitgesproken indien zij, met name gelet op de aard van de onrechtmatigheid en het dienstbelang, niet buitensporig is. De beginselen van evenredigheid en van bescherming van gewettigd vertrouwen vereisen immers dat het belang van het slachtoffer van de onrechtmatigheid, om in zijn recht te worden hersteld in overeenstemming wordt gebracht met de belangen van derden wier rechtssituatie bij hen een gewettigd vertrouwen heeft kunnen doen ontstaan.

66      In casu heeft het Gerecht geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door in punt 68 van het bestreden arrest vast te stellen dat de geslaagde kandidaten wier namen voorkwamen op de reservelijsten, daaronder begrepen zij die een werkaanbod van Fusion for Energy hebben gekregen, geen beroep konden doen op een gewettigd vertrouwen, aangezien de betrokken kennisgeving van vacature bepaalde dat er een schriftelijke toets zou plaatsvinden, terwijl de reservelijsten zijn opgesteld en het werkaanbod is verzonden zonder dat die kandidaten aan een dergelijke toets zijn onderworpen.

67      Bovendien zij eraan herinnerd dat Galocha een beroep tot nietigverklaring had ingesteld, waarvan het voorwerp en de conclusies zijn bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie van 5 oktober 2015 (PB 2015, C 328, blz. 37), alsmede een verzoek in kort geding dat heeft geleid tot een beschikking van de president van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 1 oktober 2015, Galocha/Gemeenschappelijke onderneming Fusion for Energy (F‑117/15 R, EU:F:2015:114), dat wil zeggen vóór de indiensttreding van een van de geslaagde kandidaten, waarin de president van het Gerecht voor ambtenarenzaken heeft geoordeeld dat het door Galocha aan schending van de betrokken kennisgeving van vacature en de gids voor de kandidaten ontleende middel, „op het eerste gezicht” gegrond was.

68      Het dienstbelang is door het Gerecht in aanmerking genomen, wanneer dit in punt 69 van het bestreden arrest heeft geoordeeld dat de nietigverklaring van de reservelijsten en de besluiten tot aanwerving van geslaagde kandidaten die op die lijsten voorkwamen, niet kon worden beschouwd als een buitensporig gevolg van de nietigverklaring van de selectieprocedure, aangezien de betrokken onregelmatigheid de beoordeling van alle kandidaten raakt en dus niet kan worden verholpen door maatregelen die uitsluitend Galocha betreffen. Bovendien heeft het Gerecht rekening gehouden met de zeer beperkte reikwijdte van de selectieprocedure, wat erop lijkt te wijzen dat het eenvoudig is de selectieprocedure te hervatten of een nieuwe procedure te organiseren.

69      Wat de overwegingen van Fusion for Energy betreft volgens welke het bestreden arrest geen positieve gevolgen heeft voor Galocha, aangezien hij niet om een schadevergoeding had verzocht en het Gerecht zijn verzoek strekkende tot de organisatie van een nieuwe selectieprocedure, niet heeft ingewilligd, heeft het Gerecht geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door in punt 74 van dat arrest in herinnering te brengen dat de Unierechter in het kader van een beroep krachtens artikel 270 VWEU en van artikel 91 van het Statuut niet bevoegd is om bevelen te geven aan de administratie (zie in die zin arrest van 9 augustus 1994, Parlement/Meskens, C‑412/92 P, EU:C:1994:308, punt 71). Hoewel het Gerecht het verzoek strekkende tot de organisatie van een nieuwe selectieprocedure niet kon inwilligen, kan dit aspect op zich evenwel niet inhouden dat Galocha ieder belang verliest bij de nietigverklaring van de betrokken selectieprocedure.

70      In dit verband dient in herinnering te worden gebracht dat het Gerecht, wat de toekenning van een schadevergoeding betreft, volgens vaste rechtspraak, ingevolge artikel 91, lid 1, tweede volzin, van het Statuut, in geschillen van geldelijke aard volledige rechtsmacht heeft, in het kader waarvan het bevoegd is om zo nodig de verwerende partij ambtshalve te veroordelen tot betaling van een vergoeding voor de door haar onrechtmatige daad veroorzaakte schade en om in een dergelijk geval, rekening houdend met alle omstandigheden van het geval, de geleden schade ex aequo et bono vast te stellen (zie met name arresten van 5 juni 1980, Oberthür/Commissie, 24/79, EU:C:1980:145, punt 14; 21 februari 2008, Commissie/Girardot, C‑348/06 P, EU:C:2008:107, punt 58, en 20 mei 2010, Gogos/Commissie, C‑583/08 P, EU:C:2010:287, punt 44).

71      Uit de door Galocha ingestelde vorderingen blijkt echter dat hij wenste dat de resultaten van de selectieprocedure nietig werden verklaard om de mogelijkheid te hebben deel te nemen aan de procedure die zou worden heropend of hervat, en niet dat hij een schadevergoeding wenste te krijgen. Door het besluit om Galocha’s naam niet op de reservelijsten op te nemen en die reservelijsten en de besluiten tot aanwerving van geslaagde kandidaten die op die lijsten voorkwamen, nietig te verklaren, was het Gerecht bovendien impliciet van oordeel dat het in het onderhavige geval passend was om de rechtspositie te herstellen waarin Galocha zich bevond voordat de onrechtmatigheid werd begaan, in plaats van hem een schadevergoeding toe te kennen.

72      Wat de twee op de reservelijsten opgenomen kandidaten betreft, zij erop gewezen dat, indien rekwirante een selectieprocedure had heropend of hervat met inachtneming van de kennisgeving van vacature, zij de mogelijkheid zouden hebben gehad om daaraan deel te nemen. Wat de door rekwirante aangeworven kandidaten betreft, zij erop gewezen dat, hoewel een hogere voorziening geen schorsende werking heeft overeenkomstig artikel 60, eerste alinea, van het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie, rekwirante niet heeft verzocht om opschorting van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het Gerecht. Zoals in punt 68 van het onderhavige arrest is vastgesteld, kunnen de geslaagde kandidaten zich bovendien in casu niet beroepen op een gewettigd vertrouwen, dat bijzonder relevant is voor de beoordeling van de belangen van derden. In ieder geval hadden de eerste twee contracten die in werking zijn getreden, het ene op 1 augustus 2015 en het andere op 1 november 2015, een niet-verlengbare duur van drie jaar. Hieruit volgt dat het middel betreffende de bescherming van de twee geslaagde kandidaten die door rekwirante in dienst zijn genomen, zonder voorwerp is geraakt.

73      Uit een en ander volgt dat het Gerecht geen blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting toen het de in aanmerking te nemen belangen heeft vastgesteld, deze belangen heeft afgewogen, heeft vastgesteld dat het besluit om de reservelijsten van de selectieprocedure en de besluiten van Fusion for Energy tot aanwerving van geslaagde kandidaten die op die reservelijsten voorkwamen, nietig te verklaren geen buitensporig gevolg is van de nietigverklaring van de selectieprocedure, en heeft besloten om de tweede en de derde vordering van Galocha toe te wijzen.

74      Hieruit volgt dat het derde onderdeel van het enige middel ongegrond dient te worden verklaard.

75      Aangezien het enige middel ongegrond is, moet de hogere voorziening in haar geheel worden afgewezen.

 Kosten

76      Volgens artikel 184, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof beslist het Hof over de kosten wanneer de hogere voorziening ongegrond is. Ingevolge artikel 138, lid 1, van dat reglement, dat op grond van artikel 184, lid 1, van dat Reglement van toepassing is op de procedure in hogere voorziening, moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen, voor zover dit is gevorderd.

77      Aangezien Galocha geen memorie van antwoord heeft ingediend, zal Fusion for Energy haar eigen kosten dragen.

Het Hof (Eerste kamer) verklaart:

1)      De hogere voorziening wordt afgewezen.

2)      De Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie zal haar eigen kosten dragen.

ondertekeningen


*      Procestaal: Spaans.