Language of document : ECLI:EU:C:2019:434


 


 



Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 21 mei 2019 – BI/Commissie

(Zaak C99/19 P)

„Hogere voorziening – Verzoek om rechtsbijstand – Artikel 53, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof – Beslissing van het Gerecht van de Europese Unie waartegen geen beroep kan worden ingesteld – Kennelijke onbevoegdheid”

Hogere voorziening – Voorwerp van het geding – Vernietiging van een beschikking waarbij rekwirants verzoek om rechtsbijstand is afgewezen – Beslissing waartegen geen beroep openstaat – Kennelijke onbevoegdheid van het Hof

(Art. 256, lid 1, VWEU; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 53, lid 2; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 148, lid 8)

(zie punten 57)

Dictum

1)

De hogere voorziening van BI wordt afgewezen wegens kennelijke onbevoegdheid van het Hof.

2)

BI wordt verwezen in de kosten.