Language of document : ECLI:EU:C:2019:439


 


 



Beschikking van het Hof (Achtste kamer) van 22 mei 2019 –
Cuervo y Sobrinos 1882/EUIPO

(Zaak C780/18 P)

„Hogere voorziening – Artikel 181 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof – Uniebeeldmerk met de woordelementen Cuervo y Sobrinos LA HABANA 1882 – Verordening (EG) nr. 207/2009 – Artikel 8, lid 1, onder b) – Beoordeling door het Gerecht of de conflicterende tekens overeenstemmen – Feitelijke analyse – Motiveringsplicht – Hogere voorziening ten dele kennelijk niet-ontvankelijk en ten dele kennelijk ongegrond”

1.      Hogere voorziening – Middelen – Toetsing door het Hof van de beoordeling van de voor het Gerecht aangedragen feiten – Uitgesloten, behoudens het geval van een onjuiste opvatting – Beoordelingen inzake de overeenstemming van de betrokken merken

(Art. 256, lid 1, VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea)

(zie punten 5, 7)

2.      Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste rechtsopvatting – Niet-inaanmerkingneming van alle relevante factoren bij de beoordeling van het gevaar voor verwarring in de zin van artikel 8, lid 1, onder b), van verordening nr. 207/2009 – Ontvankelijkheid

(Art. 256, lid 1, VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea)

(zie punten 5, 7)

3.      Hogere voorziening – Middelen – Ontoereikende motivering – Impliciete motivering door het Gerecht – Toelaatbaarheid – Voorwaarden

(Statuut van het Hof van Justitie, art. 36 en 53, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 117)

(zie punten 5, 7)

Dictum

1)

De hogere voorziening wordt ten dele kennelijk niet-ontvankelijk en ten dele kennelijk ongegrond verklaard.

2)

Cuervo y Sobrinos 1882 SL draagt haar eigen kosten.