Language of document : ECLI:EU:C:2019:805


 


 



Beschikking van het Hof (Achtste kamer) van 1 oktober 2019 –
Apple/Pear Technologies

(Zaak C295/19 P)

„Hogere voorziening – Artikel 181 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof – Uniemerk – Oppositieprocedure – Aanvraag tot inschrijving van het beeldmerk dat het woordelement ‚pear’ bevat – Eerder beeldmerk dat een appel afbeeldt – Relatieve weigeringsgrond – Verordening (EG) nr. 207/2009 – Artikel 8, lid 5 – Geen overeenstemming van de conflicterende tekens – Hogere voorziening kennelijk ongegrond”

1.      Uniemerk – Definitie en verkrijging van het Uniemerk – Relatieve weigeringsgronden – Oppositie door de houder van een gelijk of overeenstemmend ouder bekend merk – Uitbreiding van de bescherming van het oudere bekende merk tot niet-soortgelijke waren of diensten – Voorwaarden – Overeenstemming van de betrokken merken – Vereiste mate van overeenstemming

(Verordening nr. 207/2009 van de Raad, art. 8, lid 5)

(zie punt 6)

2.      Uniemerk – Definitie en verkrijging van het Uniemerk – Relatieve weigeringsgronden – Oppositie door de houder van een gelijk of overeenstemmend ouder bekend merk – Uitbreiding van de bescherming van het oudere bekende merk tot niet-soortgelijke waren of diensten – Voorwaarden – Verband tussen de merken – Beoordelingscriteria

(Verordening nr. 207/2009 van de Raad, art. 8, lid 5)

(zie punt 6)

3.      Hogere voorziening – Middelen – Ontoereikende motivering – Impliciete motivering door het Gerecht – Toelaatbaarheid – Voorwaarden

(Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 36 en 53, eerste alinea)

(zie punt 6)

Dictum

1)

De hogere voorziening wordt kennelijk ongegrond verklaard.

2)

Apple Inc. draagt haar eigen kosten.