Language of document : ECLI:EU:C:2019:1045

Voorlopige editie

ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer)

4 december 2019 (*)

„Prejudiciële verwijzing – Bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen – Verordeningen (EG) nr. 510/2006 en (EU) nr. 1151/2012 – Artikel 13, lid 1 – Verordening (EG) nr. 583/2009 – Artikel 1 – Registratie van de benaming ‚Aceto Balsamico di Modena (BGA)’ – Bescherming van de niet-geografische bestanddelen van die benaming – Omvang”

In zaak C‑432/18,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door het Bundesgerichtshof (hoogste federale rechter in burgerlijke en strafzaken, Duitsland) bij beslissing van 12 april 2018, ingekomen bij het Hof op 2 juli 2018, in de procedure

Consorzio Tutela Aceto Balsamico di Modena

tegen

Balema GmbH,

wijst

HET HOF (Vijfde kamer),

samengesteld als volgt: E. Regan, kamerpresident, I. Jarukaitis (rapporteur), E. Juhász, M. Ilešič en C. Lycourgos, rechters,

advocaat-generaal: G. Hogan,

griffier: D. Dittert, hoofd van een administratieve eenheid,

gezien de stukken en na de terechtzitting op 23 mei 2019,

gelet op de opmerkingen van:

–        het Consorzio Tutela Aceto Balsamico di Modena, vertegenwoordigd door A. Ringle en A. Rinkler, Rechtsanwälte,

–        Balema GmbH, vertegenwoordigd door C. Eggers en C. Böhler, Rechtsanwälte,

–        de Duitse regering, vertegenwoordigd door J. Möller, M. Hellmann en U. Bartl als gemachtigden,

–        de Griekse regering, vertegenwoordigd door G. Kanellopoulos, A.‑E. Vasilopoulou en E.‑E. Krompa als gemachtigden,

–        de Spaanse regering, vertegenwoordigd door A. Rubio González en L. Aguilera Ruiz als gemachtigden,

–        de Italiaanse regering, vertegenwoordigd door G. Palmieri als gemachtigde, bijgestaan door S. Fiorentino, avvocato dello Stato,

–        de Europese Commissie, vertegenwoordigd door B. Eggers, D. Bianchi, B. Hofstötter en I. Naglis als gemachtigden,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 29 juli 2019,

het navolgende

Arrest

1        Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 1 van verordening (EG) nr. 583/2009 van de Commissie van 3 juli 2009 houdende inschrijving van een benaming in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen [Aceto Balsamico di Modena (BGA)] (PB 2009, L 175, blz. 7).

2        Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen Consorzio Tutela Aceto Balsamico di Modena (hierna: „Consorzio”) – een vereniging van producenten van producten met de benaming „Aceto Balsamico di Modena (BGA)” – en Balema GmbH betreffende het gebruik door laatstgenoemde van de term „balsamico” op de etiketten van producten op azijnbasis die niet beantwoorden aan het productdossier van deze beschermde geografische aanduiding (hierna: „BGA”).

 Toepasselijke bepalingen

 Verordening (EG) nr. 510/2006

3        Bij verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (PB 2006, L 93, blz. 12) is verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad van 14 juli 1992 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (PB 1992, L 208, blz. 1) ingetrokken en vervangen. Verordening nr. 510/2006 is zelf met ingang van – overwegend – 3 januari 2013 ingetrokken en vervangen door verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (PB 2012, L 343, blz. 1).

4        De bewoordingen van artikel 3, lid 1, tweede alinea van verordening nr. 510/2006, die zijn overgenomen uit artikel 3, lid 1, tweede alinea van verordening nr. 2081/92 en thans in essentie zijn opgenomen in artikel 3, punt 6, van verordening nr. 1151/2012, luidden:

„In de zin van deze verordening wordt onder een benaming die een soortnaam is geworden, verstaan de naam van een landbouwproduct of een levensmiddel, die weliswaar verband houdt met de plaats of streek waar dit product of dit levensmiddel oorspronkelijk werd geproduceerd of in de handel gebracht, doch in de Gemeenschap de gangbare naam is geworden van een product of een levensmiddel.”

5        Artikel 7 van verordening nr. 510/2006, met als opschrift „Bezwaar, registratiebesluit”, bepaalde in lid 1 en in lid 5, eerste, derde en vierde alinea, het volgende:

„1.      Lidstaten of derde landen kunnen tot uiterlijk zes maanden na de in artikel 6, lid 2, eerste alinea, vermelde bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie [van het enige document en de verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier] bezwaar aantekenen tegen de geplande registratie door een met redenen omklede verklaring bij de Commissie in te dienen.

[...]

5.      Wanneer een bezwaarschrift [...] ontvankelijk is, verzoekt de Commissie de belanghebbende partijen op gepaste wijze overleg te plegen.

[...]

Als er geen akkoord wordt bereikt, neemt de Commissie volgens de [in de artikelen 5 en 7 van besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (PB 1999, L 184, blz. 23)] bedoelde procedure een besluit waarbij zij rekening houdt met de loyale en traditionele gebruiken en met de werkelijke risico’s van verwarring.

Het besluit wordt in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.”

6        Deze bepalingen zijn in essentie overgenomen in respectievelijk artikel 51, lid 1, eerste alinea, artikel 51, lid 3, eerste alinea, artikel 52, lid 3, onder b), en artikel 52, lid 4, van verordening nr. 1151/2012.

7        De bewoordingen van artikel 13, leden 1 en 2, van verordening nr. 510/2006, die in essentie zijn overgenomen uit artikel 13, leden 1 en 3, van verordening nr. 2081/1992 en thans zijn opgenomen in artikel 13, leden 1 en 2, van verordening nr. 1151/2012, luidden:

„1.      Geregistreerde benamingen zijn beschermd tegen:

a)      elk rechtstreeks of onrechtstreeks gebruik door de handel van een geregistreerde benaming voor producten die niet onder de registratie vallen, voor zover deze producten vergelijkbaar zijn met de onder deze benaming geregistreerde producten, of voor zover het gebruik van de benaming betekent dat van de reputatie van deze beschermde benaming wordt geprofiteerd;

b)      elk misbruik, elke nabootsing of voorstelling, zelfs indien de werkelijke oorsprong van het product is aangegeven, of indien de beschermde benaming is vertaald, of vergezeld gaat van uitdrukkingen zoals ‚soort’, ‚type’, ‚methode’, ‚op de wijze van’, ‚imitatie’ en dergelijke;

c)      elke andere valse of misleidende aanduiding met betrekking tot de herkomst, de oorsprong, de aard of de wezenlijke hoedanigheden van het product op de binnen‑ of buitenverpakking, in reclamemateriaal of documenten betreffende het betrokken product, alsmede het gebruik van een recipiënt die tot misverstanden over de oorsprong van het product aanleiding kan geven;

d)      elke andere praktijk die de consument ten aanzien van de werkelijke oorsprong van het product kan misleiden.

Indien een geregistreerde benaming de naam omvat van een landbouwproduct of levensmiddel, die als soortnaam wordt beschouwd, wordt het gebruik van die soortnaam op dat landbouwproduct of levensmiddel niet beschouwd als strijdig met punt a) of b).

2.      Beschermde benamingen mogen geen soortnamen worden.”

 Verordening nr. 583/2009

8        Zoals blijkt uit de overwegingen van verordening nr. 583/2009 is deze verordening vastgesteld op basis van verordening nr. 510/2006, met name artikel 7, lid 5, derde en vierde alinea, ervan.

9        De overwegingen 2 tot en met 5, 7, 8 en 10 tot en met 12 van verordening nr. 583/2009 luiden:

„(2)      Duitsland, Griekenland en Frankrijk hebben overeenkomstig artikel 7, lid 1, van verordening [nr. 510/2006] bezwaar tegen de registratie aangetekend. [...]

(3)      Het bezwaar van Duitsland had met name te maken met de vrees dat de registratie van de beschermde geografische aanduiding ‚Aceto Balsamico di Modena’ nadelig zou zijn voor producten die reeds minstens vijf jaar legaal op de markt zijn en onder de benamingen Balsamessig/Aceto balsamico worden verkocht, en met het feit dat laatstgenoemde benamingen soortnamen zouden zijn. [...]

(4)      Het Franse bezwaar luidde dat de ‚Aceto Balsamico di Modena’ niet kan bogen op een eigen reputatie die kan worden onderscheiden van die van de ‚Aceto balsamico tradizionale di Modena’ waarvan de beschermde oorsprongsbenaming reeds is geregistreerd bij verordening (EG) nr. 813/2000 van de Raad [van 17 april 2000 tot aanvulling van de bijlage bij verordening (EG) nr. 1107/96 van de Commissie betreffende de registratie van de geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen in het kader van de procedure van artikel 17 van verordening (EEG) nr. 2081/92 (PB 2000, L 100, blz. 5)]. Volgens Frankrijk zou er bij de consument verwarring kunnen ontstaan over de aard en de oorsprong van het product in kwestie.

(5)      Griekenland heeft gewezen op de belangrijke productie op zijn grondgebied van balsamicoazijn die onder meer onder de benaming ‚balsamico’ of ‚balsamon’ op de markt wordt gebracht, en bijgevolg op de ongunstige gevolgen van de registratie van de benaming ‚Aceto Balsamico di Modena’ voor vorengenoemde producten die eveneens reeds minstens vijf jaar legaal op de markt zijn. Griekenland beweert eveneens dat de termen ‚aceto balsamico’, ‚balsamic’ enz. soortnamen zijn.

[...]

(7)      Aangezien Frankrijk, Duitsland, Griekenland en Italië geen akkoord hebben bereikt binnen de vastgestelde termijn, moet de Commissie een besluit nemen [...].

(8)      De Commissie heeft het [...] wetenschappelijk comité voor oorsprongsbenamingen, geografische aanduidingen en specificiteitcertificering verzocht advies uit te brengen over de vraag of aan de voorwaarden voor registratie is voldaan. In zijn unanieme advies van 6 maart 2006 oordeelde het comité dat de benaming ‚Aceto Balsamico di Modena’ onmiskenbaar op de nationale en internationale markt naamsbekendheid heeft verworven hetgeen blijkt uit het feit [dat] de benaming vaak wordt aangetroffen in talrijke keukenrecepten in vele lidstaten, op het internet en in de geschreven pers en de andere media. De voorwaarde waaraan moet zijn voldaan om van een specifieke naamsbekendheid te kunnen gewagen wordt dus door de ‚Aceto Balsamico di Modena’ vervuld. Het comité is er zich van bewust dat de producten al een eeuw lang naast elkaar op de markt te koop zijn. Het comité heeft ook vastgesteld dat de ‚Aceto Balsamico di Modena’ en de ‚Aceto balsamico tradizionale di Modena’ verschillende producten zijn qua eigenschappen, doelgroep, gebruik, distributie, presentatie en prijs zodat de desbetreffende producenten een billijke behandeling mogen verwachten en de consument niet in verwarring wordt gebracht. Deze overwegingen worden door de Commissie integraal bekrachtigd.

[...]

(10)      De bewering van Duitsland en Griekenland als zou de voor registratie voorgestelde benaming een soortnaam zijn, sloeg niet op de volledige benaming, te weten ‚Aceto Balsamico di Modena’, maar slechts op bepaalde bestanddelen ervan, namelijk de termen ‚aceto’, ‚balsamico’ en ‚aceto balsamico’, of vertalingen daarvan. Welnu, de bescherming wordt verleend aan de volledige benaming ‚Aceto Balsamico di Modena’. De niet-geografische bestanddelen van de volledige benaming mogen, ook in combinatie met elkaar en/of na vertaling, op het grondgebied van de [Unie] worden gebruikt met inachtneming van de beginselen en regels die gelden in het [Unie]recht.

(11)      Rekening houdend met deze elementen, moet de benaming ‚Aceto Balsamico di Modena’ derhalve worden ingeschreven in het ‚Register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen’.

(12)      De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor beschermde geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen.”

10      In artikel 1 van verordening nr. 583/2009 is bepaald dat „[d]e in bijlage I [hierbij] vermelde benaming wordt geregistreerd”. Deze bijlage vermeldt ‚Aceto Balsamico di Modena (BGA)’.

 Hoofdgeding en prejudiciële vraag

11      Balema vervaardigt en verkoopt producten die zijn gebaseerd op azijn afkomstig van wijn uit de regio Baden (Duitsland) en brengt die al minstens 25 jaar in de handel. Op de etiketten van deze producten worden met name de termen „Balsamico” en „Deutscher balsamico” vermeld. Ze komen voor in de daarop aangebrachte opschriften „Theo der Essigbrauer, Holzfassreifung, Deutscher balsamico traditionell, naturtrüb aus badischen Weinen” (Theo de brouwer van azijn, gerijpt in houten vaten, traditionele Duitse balsamico, van nature troebel, vervaardigd uit wijnen van Baden) of „1. Deutsches Essig-Brauhaus, Premium, 1868, Balsamico, Rezeptur No. 3” (eerste Duitse azijnbrouwerij, premium, 1868, balsamico, receptuur nr. 3).

12      Het Consorzio is van mening dat het gebruik van de term „Balsamico” door Balema inbreuk maakt op de BGA „Aceto Balsamico di Modena” en heeft Balema derhalve een ingebrekestelling gestuurd. Deze vennootschap heeft in reactie daarop bij de Duitse rechterlijke instanties een vordering tot verkrijging van een negatieve verklaring voor recht ingesteld met betrekking tot haar verplichting om deze term niet langer in de vorm van de in het vorige punt genoemde etiketten te gebruiken voor in Duitsland vervaardigde producten op azijnbasis. Nadat deze vordering in eerste aanleg was afgewezen, heeft deze vennootschap hoger beroep ingesteld. Dit werd toegewezen, met name omdat dit gebruik niet in strijd was met artikel 13, lid 1, eerste alinea, onder b), van verordening nr. 1151/2012. De door verordening nr. 583/2009 aan deze BGA verleende bescherming gold namelijk alleen voor de benaming „Aceto Balsamico di Modena”.

13      Het Bundesgerichtshof (hoogste federale rechter in burgerlijke en strafzaken, Duitsland), waarbij door het Consorzio beroep in Revision is ingesteld, is van mening dat het welslagen van dit beroep afhangt van de vraag of het gebruik van de term „Balsamico” of de woordcombinatie „Deutscher balsamico” in strijd is met artikel 13, lid 1, eerste alinea, onder a) of b), van verordening nr. 1151/2012, hetgeen inhoudt dat allereerst moet worden nagegaan of de bij artikel 1 van verordening nr. 583/2009 verleende bescherming van de benaming „Aceto Balsamico di Modena” uitsluitend betrekking heeft op die algemene benaming of zich uitstrekt tot het gebruik van de afzonderlijke niet-geografische bestanddelen ervan.

14      De verwijzende rechter is van oordeel dat uit artikel 13, lid 1, tweede alinea, van verordening nr. 1151/2012 en de rechtspraak van het Hof volgt dat de bescherming van een benaming die bestaat uit meerdere bestanddelen en als oorsprongsbenaming of als geografische aanduiding is geregistreerd, zich kan uitstrekken over de verscheidene bestanddelen ervan. De omvang van de bescherming van een uit meerdere elementen bestaande BGA kan evenwel geldig worden beperkt door de handeling waarbij de betreffende benaming wordt geregistreerd. Deze rechter is ook van mening dat geen sprake is van een onrechtmatige afwijking van verordening nr. 1151/2012 wanneer de Commissie in de overwegingen van verordeningen tot registratie van beschermde benamingen opmerkingen opneemt die de omvang van de bescherming beperken, aangezien de Commissie op grond van verordening nr. 1151/2012 het recht heeft om een beslissing over de registratie te nemen indien bezwaar is aangetekend en geen overeenstemming is bereikt.

15      De verwijzende rechter stelt vast dat de overwegingen 3, 5 en 10 van verordening nr. 583/2009 in het onderhavige geval ervoor pleiten de omvang van de bescherming te beperken tot de volledige benaming „Aceto Balsamico di Modena” en de niet-geografische bestanddelen van die bescherming uit te sluiten. Bovendien is het weliswaar juist dat met betrekking tot de in verordening nr. 813/2000 geregistreerde beschermde oorsprongsbenamingen (BOB’s) „Aceto balsamico tradizionale di Modena” en „Aceto balsamico tradizionale di Reggio Emilia” per geval moet worden onderzocht of het vrije gebruik van de niet-geografische bestanddelen van deze volledige benamingen, waarover in de verordening tot registratie van deze benamingen niets is vermeld, rechtmatig is in het licht van artikel 13, lid 1, eerste alinea, onder b), en artikel 13, lid 1, tweede alinea, van verordening nr. 1151/2012, maar het is daarmee niet in tegenspraak om voor de bij de verwijzende rechter aan de orde gestelde BGA te aanvaarden dat verordening nr. 583/2009 gepaard gaat met beperkingen op de bescherming daarvan, aangezien het ontbreken van een vermelding in die zin in de verordening tot registratie van voornoemde BOB’s eenvoudigweg het gevolg kan zijn van het feit dat daartegen geen bezwaar is gemaakt.

16      In deze omstandigheden heeft het Bundesgerichtshof de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vraag:

„Geldt de bescherming van de volledige benaming ‚Aceto Balsamico di Modena’ ook voor het gebruik van de niet-geografische bestanddelen van de volledige benaming (‚Aceto’, ‚Balsamico’, ‚Aceto Balsamico’)?”

 Verzoek om heropening van de mondelinge behandeling

17      Na lezing van de conclusie van de advocaat-generaal heeft het Consorzio bij brief van 7 augustus 2019 verzocht om de heropening van de mondelinge behandeling te gelasten. Ter staving van haar verzoek voert het Consorzio in essentie aan dat de conclusie van de advocaat-generaal is gebaseerd op nieuwe gegevens waarover de partijen hun standpunten nog niet hebben kunnen uitwisselen, welke gegevens betrekking hebben op de registratie van de BOB’s „Aceto balsamico tradizionale di Modena” en „Aceto balsamico tradizionale di Reggio Emilia” alsook op het feit dat hier sprake kan zijn van gangbare benamingen en dat het voorgestelde antwoord niet ingaat op het eigenlijke probleem van deze zaak en de verwijzende rechter evenmin in staat stelt om het bij hem aanhangige geschil op adequate wijze te beslechten. Uit deze conclusie volgt eveneens dat het Hof niet voldoende is ingelicht om uitspraak te kunnen doen.

18      Volgens artikel 83 van zijn Reglement voor de procesvoering kan het Hof in elke stand van het geding, de advocaat-generaal gehoord, de heropening van de mondelinge behandeling gelasten, onder meer wanneer het zich onvoldoende voorgelicht acht of wanneer een partij na afsluiting van deze behandeling een nieuw feit aanbrengt dat van beslissende invloed kan zijn voor de beslissing van het Hof, of wanneer een zaak moet worden beslecht op grond van een argument waarover de partijen of de in artikel 23 van het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie bedoelde belanghebbenden hun standpunten niet hebben kunnen uitwisselen.

19      Dat is in casu niet het geval. Niet alleen wordt niet aangevoerd dat sprake is van een nieuw feit, maar ook hebben het Consorzio en de overige belanghebbenden die aan de onderhavige procedure hebben deelgenomen, immers zowel tijdens de schriftelijke als de mondelinge behandeling ervan de feitelijke en juridische argumenten kunnen uiteenzetten die zij voor de beantwoording van de gestelde vraag relevant achtten. In dit verband moet in het bijzonder met betrekking tot de beweerdelijk nieuwe gegevens waarnaar het Consorzio verwijst, worden opgemerkt dat de verwijzende rechter in zijn verzoek om een prejudiciële beslissing uitdrukkelijk is ingegaan op het eerste gegeven, dat de Commissie het tweede gegeven in haar schriftelijke opmerkingen aan de orde heeft gesteld en dat het Hof hierover aan de partijen ter terechtzitting een schriftelijke vraag heeft gesteld. Derhalve is het Hof van oordeel, de advocaat-generaal gehoord, dat het over alle noodzakelijke elementen beschikt om uitspraak te doen en dat de zaak niet hoeft te worden beslecht op grond van een nieuw feit of een argument waarover de partijen of de belanghebbenden hun standpunten niet hebben kunnen uitwisselen.

20      Overigens dient er met betrekking tot de kritiek op de conclusie van de advocaat-generaal aan te worden herinnerd dat het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie en het Reglement voor de procesvoering van het Hof niet voorzien in de mogelijkheid voor de belanghebbende partijen om opmerkingen in te dienen in antwoord op de conclusie van de advocaat-generaal (arresten van 25 oktober 2017, Polbud – Wykonawstwo, C‑106/16, EU:C:2017:804, punt 23 en aldaar aangehaalde rechtspraak, en 25 juli 2018, Mitsubishi Shoji Kaisha en Mitsubishi Caterpillar Forklift Europe, C‑129/17, EU:C:2018:594, punt 25).

21      Voorts zij opgemerkt dat de advocaat-generaal krachtens artikel 252, tweede alinea, VWEU tot taak heeft in het openbaar in volkomen onpartijdigheid en onafhankelijkheid met redenen omklede conclusies te nemen aangaande zaken waarin zulks overeenkomstig het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie vereist is. Het Hof is in dat verband niet gebonden door de conclusie van de advocaat-generaal of door de motivering op grond waarvan de advocaat-generaal tot die conclusie komt. Het feit dat een partij het oneens is met de conclusie van de advocaat-generaal kan als zodanig dus geen grond voor de heropening van de mondelinge behandeling opleveren, ongeacht welke kwesties hij in zijn conclusie heeft onderzocht (arresten van 25 oktober 2017, Polbud – Wykonawstwo, C‑106/16, EU:C:2017:804, punt 24, en 25 juli 2018, Mitsubishi Shoji Kaisha en Mitsubishi Caterpillar Forklift Europe, C‑129/17, EU:C:2018:594, punt 26).

22      Gelet op een en ander ziet het Hof, de advocaat-generaal gehoord, geen aanleiding om de heropening van de mondelinge behandeling te gelasten.

 Prejudiciële vraag

23      Met zijn vraag wenst de verwijzende rechter in essentie te vernemen of artikel 1 van verordening nr. 583/2009 aldus moet worden uitgelegd dat de bescherming van de benaming „Aceto Balsamico di Modena” zich uitstrekt tot het gebruik van de afzonderlijke niet-geografische bestanddelen ervan.

24      Volgens artikel 1 van verordening nr. 583/2009, gelezen in samenhang met overweging 11 en bijlage I daarbij, is de benaming „Aceto Balsamico di Modena (BGA)” ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen. Derhalve is volgens de bewoordingen van dit artikel 1 de benaming „Aceto Balsamico di Modena” als geheel geregistreerd en dientengevolge beschermd.

25      In dit verband heeft het Hof al geoordeeld dat in de beschermingsregeling van verordening nr. 2081/92 – die is overgenomen in verordening nr. 510/2006 en die thans is opgenomen in verordening nr. 1151/2012 – de nationale rechter tot taak heeft na een gedetailleerd onderzoek van de feiten die hem door de belanghebbenden worden voorgelegd, uit te maken welke bescherming aan de verschillende bestanddelen van een geregistreerde benaming toekomt (zie in die zin arresten van 9 juni 1998, Chiciak en Fol, C‑129/97 en C‑130/97, EU:C:1998:274, punt 38, en 26 februari 2008, Commissie/Duitsland, C‑132/05, EU:C:2008:117, punt 30).

26      Het Hof heeft evenwel ten aanzien van een overeenkomstig verordening nr. 2081/92 ingeschreven „samengestelde” benaming ook geoordeeld dat het feit dat niet in de vorm van een voetnoot in de verordening waarbij deze benaming is geregistreerd, wordt verklaard dat voor een bepaald deel van de benaming geen registratie wordt aangevraagd, niet noodzakelijkerwijs impliceert dat elk van de delen ervan beschermd is. Het Hof heeft immers verduidelijkt dat zelfs al mag het juist zijn dat ingevolge artikel 13 van verordening nr. 2081/92, behoudens specifieke omstandigheden waarin het tegendeel blijkt, de door deze bepaling geboden bescherming niet alleen geldt voor de samengestelde benaming als zodanig, maar ook voor de bestanddelen daarvan, dit alleen het geval is indien deze samenstelling geen soortnaam of gangbare benaming betreft (zie in die zin arrest van 9 juni 1998, Chiciak en Fol, C‑129/97 en C‑130/97, EU:C:1998:274, punten 37 en 39).

27      Aangezien de in verordening nr. 2081/92 vastgestelde beschermingsregeling voor geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen wat de bescherming van deze benamingen betreft zonder wezenlijke wijzigingen is overgenomen in verordening nr. 510/2006 en vervolgens in verordening nr. 1151/2012, en aangezien de bepalingen van artikel 13 van die eerste verordening eveneens zonder wezenlijke wijzigingen zijn overgenomen in artikel 13 van elk van deze opeenvolgende verordeningen, moet worden geconstateerd dat deze rechtspraak relevant blijft en derhalve ook van toepassing is op samengestelde benamingen – zoals de aan de orde zijnde BGA – die zijn geregistreerd overeenkomstig verordening nr. 510/2006 en thans worden beschermd door verordening nr. 1151/2012.

28      Uit de specifieke omstandigheden van de registratie van de benaming „Aceto Balsamico di Modena” bij verordening nr. 583/2009 volgt dat de aan deze benaming verleende bescherming zich niet kan uitstrekken tot de niet-geografische bestanddelen ervan.

29      In dit verband moet in herinnering worden gebracht dat het dispositief van een handeling onafscheidelijk verbonden is met de motivering ervan, zodat het indien nodig moet worden uitgelegd met inachtneming van de overwegingen die tot de vaststelling ervan hebben geleid (arresten van 27 juni 2000, Commissie/Portugal, C‑404/97, EU:C:2000:345, punt 41 en aldaar aangehaalde rechtspraak, en 29 april 2004, Italië/Commissie, C‑91/01, EU:C:2004:244, punt 49).

30      In het onderhavige geval volgt uit overweging 8 van verordening nr. 583/2009 dat de benaming „Aceto Balsamico di Modena” onmiskenbaar op de nationale en internationale markt naamsbekendheid heeft verworven en dat de voorwaarde waaraan moet zijn voldaan om van een specifieke naamsbekendheid te kunnen gewagen, door het product met deze samengestelde benaming als zodanig wordt vervuld.

31      Wat de door de Bondsrepubliek Duitsland en de Helleense Republiek tegen de registratie van deze benaming gemaakte bezwaren betreft, wordt verder in overweging 10 van die verordening gepreciseerd dat de verklaring van deze lidstaten „[niet] sloeg [...] op de volledige benaming, te weten ‚Aceto Balsamico di Modena’, maar slechts op bepaalde bestanddelen ervan, namelijk de termen ‚aceto’, ‚balsamico’ en ‚aceto balsamico’, of vertalingen daarvan”; dat „[...] de bescherming wordt verleend aan de volledige benaming ‚Aceto Balsamico di Modena’” en dat „[d]e niet-geografische bestanddelen van de volledige benaming [...], ook in combinatie met elkaar en/of na vertaling, op het grondgebied van de [Unie] [mogen] worden gebruikt met inachtneming van de beginselen en regels die gelden in het [Unie]recht”.

32      Bijgevolg wordt in overweging 11 van deze verordening aangegeven dat „[r]ekening houdend met deze elementen, [...] de benaming ‚Aceto Balsamico di Modena’ derhalve [moet] worden ingeschreven in het ‚Register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen’”.

33      Uit de overwegingen van verordening nr. 583/2009 volgt dus ondubbelzinnig dat voor de niet-geografische bestanddelen van de betrokken BGA, namelijk „aceto” en „balsamico”, en de combinatie en vertalingen ervan, geen aanspraak kan worden gemaakt op de bescherming die bij verordening nr. 510/2006 aan de BGA „Aceto Balsamico di Modena” werd verleend, en die thans wordt gewaarborgd door verordening nr. 1151/2012.

34      Bovendien staat vast dat de term „aceto” een gangbare benaming is, zoals het Hof al heeft vastgesteld (zie in die zin arrest van 9 december 1981, Commissie/Italië, 193/80, EU:C:1981:298, punten 25 en 26). Voorts is de term „balsamico” de Italiaanse vertaling van het bijvoeglijk naamwoord „balsemiek”, dat geen geografische connotatie heeft en dat met betrekking tot azijn gewoonlijk wordt gebruikt om een azijn met een kenmerkende zoetzure smaak aan te duiden. Ook dit is dus een gangbare benaming in de zin van de in punt 26 van dit arrest in herinnering gebrachte rechtspraak.

35      Zoals de advocaat-generaal in de punten 57 en 58 van zijn conclusie in essentie heeft aangegeven, is deze uitlegging van de beschermingsomvang van de betrokken BGA ten slotte eveneens geboden in het licht van de registratie van de BOB’s „Aceto balsamico tradizionale di Modena” en „Aceto balsamico tradizionale di Reggio Emilia”, waarmee de Commissie, zoals blijkt uit de overwegingen van verordening nr. 583/2009, overigens ook rekening heeft gehouden toen zij deze verordening vaststelde. Aangenomen moet immers worden dat het gebruik van de termen „aceto” en „balsamico”, alsook van de combinatie en de vertalingen ervan in deze BOB’s, geen inbreuk maken op de bescherming die aan de betrokken BGA is verleend.

36      Gelet op een en ander moet op de gestelde vraag worden geantwoord dat artikel 1 van verordening nr. 583/2009 aldus moet worden uitgelegd dat de bescherming van de benaming „Aceto Balsamico di Modena” zich niet uitstrekt tot het gebruik van de afzonderlijke niet-geografische bestanddelen ervan.

 Kosten

37      Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Het Hof (Vijfde kamer) verklaart voor recht:

Artikel 1 van verordening (EG) nr. 583/2009 van de Commissie van 3 juli 2009 houdende inschrijving van een benaming in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen [Aceto Balsamico di Modena (BGA)], moet aldus worden uitgelegd dat de bescherming van de benaming „Aceto Balsamico di Modena” zich niet uitstrekt tot het gebruik van de afzonderlijke niet-geografische bestanddelen ervan.

ondertekeningen


*      Procestaal: Duits.