Language of document : ECLI:EU:C:2019:951


 


 



Beschikking van het Hof (Negende kamer) van 7 november 2019 –
Ministero dell’Istruzione, dell’Università e della Ricerca e.a.

(Zaak C569/19)

„Prejudiciële verwijzing – Artikel 53, lid 2, en artikel 94 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof – Onvoldoende precisering van de feitelijke en juridische context van het hoofdgeding en van de redenen waarom een antwoord op de prejudiciële vragen noodzakelijk is – Kennelijke niet-ontvankelijkheid”

1.      Prejudiciële vragen – Ontvankelijkheid – Verzoek dat geen enkele precisering van de feitelijke en juridische context verstrekt en de redenen voor de verwijzing naar het Hof niet uiteenzet – Kennelijke niet-ontvankelijkheid

(Art. 267 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 23; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 53, lid 2, en 94)

(zie punten 410, 12, 13 en dictum)

2.      Prejudiciële vragen – Geldigheidstoetsing – Bevoegdheid van het Hof – Primair recht – Daarvan uitgesloten

[Art. 45, lid 4, en 267, eerste alinea, b), VWEU; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 53, lid 2]

(zie punt 11)

Dictum

Het door de Tribunale di Potenza (rechter in eerste aanleg Potenza, Italië) bij beslissing van 13 juni 2019 ingediende verzoek om een prejudiciële beslissing is kennelijk niet-ontvankelijk.