Language of document :

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Naczelny Sąd Administracyjny (Polen) op 31 december 2019 – M.A./Konsul Rzeczypospolitej Polskiej w N.

(Zaak C-949/19)

Procestaal: Pools

Verwijzende rechter

Naczelny Sąd Administracyjny

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: M.A.

Verwerende partij: Konsul Rzeczypospolitej Polskiej w N.

Prejudiciële vraag

Moet artikel 21, lid 2 bis, van de Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen1 , gelezen in samenhang met artikel 47, eerste alinea, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, aldus worden uitgelegd dat het recht op een doeltreffende voorziening in rechte moet worden gewaarborgd jegens een onderdaan van een derde land aan wie een visum voor verblijf van langere duur is geweigerd en die het recht van vrij verkeer op het grondgebied van de overige lidstaten uit hoofde van artikel 21, lid 1, van de Overeenkomst ter uitvoering van het Schengenakkoord niet kan uitoefenen?

____________

1 PB 2000, L 239, blz. 19.