Language of document :

Beschikking van het Hof (Achtste kamer) van 22 april 2020 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Watford Employment Tribunal - Verenigd Koninkrijk) – B / Yodel Delivery Network Ltd

(Zaak C-692/19)1

(Prejudiciële verwijzing – Artikel 99 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof – Richtlijn 2003/88/EG – Organisatie van de arbeidstijd – Begrip „werknemer” – Bedrijf voor pakketbezorging – Hoedanigheid van koeriers die in dienst zijn genomen op basis van een dienstenovereenkomst – Mogelijkheid voor de koerier om een beroep te doen op onderaannemers en gelijktijdig vergelijkbare diensten voor derden te verrichten)

Procestaal: Engels

Verwijzende rechter

Watford Employment Tribunal

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: B

Verwerende partij: Yodel Delivery Network Ltd

Dictum

Richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd, moet aldus worden uitgelegd dat zij zich ertegen verzet dat een persoon die door zijn vermeende werkgever is aangeworven op basis van een dienstenovereenkomst waarin wordt aangegeven dat hij zelfstandig ondernemer is, als „werknemer” wordt gekwalificeerd in de zin van deze richtlijn, wanneer deze persoon de mogelijkheid heeft om:

–    een beroep te doen op onderaannemers of vervangers om de dienst te verrichten waartoe hij zich heeft verplicht;

–    de verschillende door zijn vermeende werkgever aangeboden taken al dan niet te aanvaarden of eenzijdig een maximumaantal vast te leggen;

–    voor derden diensten te verlenen, met inbegrip van directe concurrenten van de vermeende werkgever; en

–    binnen bepaalde parameters zijn eigen „arbeidstijd” te bepalen, alsmede zijn tijd af te stemmen op wat hemzelf het beste uitkomt en niet alleen op de belangen van de vermeende werkgever,

wanneer ten eerste de onafhankelijkheid van deze persoon niet fictief is en ten tweede niet kan worden vastgesteld dat er sprake is van ondergeschiktheid tussen voormelde persoon en zijn vermeende werkgever. Het staat echter aan de verwijzende rechter om, rekening houdend met alle relevante elementen met betrekking tot deze persoon en met de economische activiteit die hij uitoefent, zijn hoedanigheid te kwalificeren in het licht van richtlijn 2003/88.

____________

1 PB C 423 van 16.12.2019.