Language of document :

Mededeling in het PB

 

Verzoek van The High Court of Justice (England and Wales), Queen's Bench Division (Administrative Court) van 17 april 2003, om een prejudiciële beslissing in het geding tussen The Queen op verzoek van 1) Swedish Match AB en 2) Swedish Match UK Ltd tegen Secretary of State for Health

    (Zaak C-210/03)

The High Court of Justice (England and Wales), Queen's Bench (Administrative Court), heeft bij beschikking van 17 april 2003, ingekomen ter griffie van het Hof van Justitie op 15 mei 2003, in het geding tussen The Queen op verzoek van 1) Swedish Match AB en 2) Swedish Match UK Ltd, tegen Secretary of State for Health, het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen verzocht om een prejudiciële beslissing over de navolgende vragen:

1.Moeten de artikelen 28, 29 en 30 EG, toegepast in overeenstemming met het algemene evenredigheids- en het non-discriminatiebeginsel en met de fundamentele rechten (in het bijzonder het eigendomsrecht), aldus worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een nationale wettelijke regeling die de levering, het aanbod of de overeenkomst tot levering, de uitstalling voor levering of het bezit voor levering verbiedt van een product dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit tabak in de vorm van poeder, fijne deeltjes of een combinatie van deze vormen of in vormen die eruit zien als levensmiddelen, en bestemd is voor ander oraal gebruik dan roken of pruimen?

2.Is artikel 8 van richtlijn 2001/237/EG1 geheel of gedeeltelijk ongeldig wegens:

    a.schending van het non-discriminatiebeginsel;

    b.schending van artikel 28 en/of artikel 29 EG;

    c.schending van het evenredigheidsbeginsel;

    d.de ongeschiktheid van artikel 95 en/of artikel 133 als rechtsgrondslag;

    e.schending van artikel 95, lid 3;

    f.misbruik van bevoegdheid;

    g.schending van artikel 253 EG en/of van de motiveringsplicht;

    h.schending van het fundamentele recht van eigendom?

3.In een situatie waarin:

    a.een nationale maatregel tot omzetting van artikel 8 bis van richtlijn 89/622/EEG2 werd vastgesteld in 1992;

    b.deze nationale maatregel werd vastgesteld krachtens bevoegdheden van nationaal recht die niet afhangen van het bestaan van een verplichting de richtlijn uit te voeren;

    c.richtlijn 89/622/EEG (zoals vervolgens gewijzigd door de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden) is ingetrokken en vervangen door richtlijn 2001/37/EG waarvan artikel 8 artikel 8 bis van richtlijn 89/622/EEG overneemt;

    d.artikel 8 van richtlijn 2001/37/EG ongeldig is op grond van de in de vragen 2a, 2c of 2h genoemde beginselen,

moeten deze beginselen dan aldus worden uitgelegd dat zij ook in de weg staan aan de betrokken nationale regeling?

____________

1 - ) --Richtlijn 2001/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2001 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten - Verklaringen van de Commissie (PB L 194 van 18.7.2001 blz. 26-35).

2 - ) --Richtlijn 89/622/EEG van de Raad van 13 november 1989 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de etikettering van tabaksproducten (PB L 359 van 8.12.1989 blz. 1-4).