Language of document : ECLI:EU:C:2009:303

Zaak C‑180/06

Renate Ilsinger

tegen

Martin Dreschers, handelend als bewindvoerder in het faillissement van Schlank & Schick GmbH

(verzoek van het Oberlandesgericht Wien om een prejudiciële beslissing)

„Rechterlijke bevoegdheid in burgerlijke zaken – Verordening (EG) nr. 44/2001 – Bevoegdheid inzake door consumenten gesloten overeenkomsten – Recht van consument tot wie misleidende reclame is gericht, om schijnbaar gewonnen prijs in rechte op te eisen – Kwalificatie – Vordering uit overeenkomst bedoeld in artikel 15, lid 1, sub c, van die verordening – Voorwaarden”

Samenvatting van het arrest

Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken – Rechterlijke bevoegdheid en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken – Verordening nr. 44/2001 – Bevoegdheid inzake door consumenten gesloten overeenkomsten

(Verordening nr. 44/2001 van de Raad , art. 15, lid 1, sub c)

De bevoegdheidsregels van verordening nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, moeten in een situatie waarin een consument op basis van de wetgeving van de lidstaat op het grondgebied waarvan hij zijn woonplaats heeft, voor de rechterlijke instantie van de plaats waar hij woont, een in een andere lidstaat gevestigd postorderbedrijf wil doen veroordelen tot uitkering van een door hem schijnbaar gewonnen prijs, en

– deze onderneming die consument, met de bedoeling hem ertoe te bewegen een overeenkomst te sluiten, een tot hem persoonlijk gericht schrijven heeft gezonden waarmee bij hem de indruk wordt gewekt dat hij een prijs heeft gewonnen die hem zal worden uitgekeerd wanneer hij daarom verzoekt door het bij dat schrijven gevoegde „certificaat voor het opvragen van de prijs” terug te sturen,

– maar aan de uitkering van die prijs niet de voorwaarde verbonden is dat een bestelling van door deze onderneming te koop aangeboden goederen of een proefbestelling wordt gedaan,

worden uitgelegd als volgt:

– een dergelijke vordering in rechte van de consument valt onder artikel 15, lid 1, sub c, van voormelde verordening mits de beroepsmatig handelende verkoper de verbintenis op zich heeft genomen die prijs aan de consument uit te keren;

– wanneer aan deze voorwaarde niet is voldaan, valt een dergelijke vordering slechts onder die bepaling van verordening nr. 44/2001 ingeval de consument inderdaad een bestelling bij die beroepsmatig handelende verkoper heeft geplaatst.

Artikel 15, lid 1, sub c, van verordening nr. 44/2001, waarvan de bewoordingen gelijk zijn aan die van artikel 13 Executieverdrag, vereist immers dat een overeenkomst is gesloten door een consument met een persoon die commerciële of beroepsactiviteiten uitoefent. Van een overeenkomst in de zin van die bepaling is slechts sprake indien de beroepsmatig handelende verkoper een verbintenis op zich neemt door een definitief aanbod te doen dat, wat het voorwerp en de draagwijdte betreft, voldoende duidelijk en nauwkeurig is om een contractuele betrekking te doen ontstaan, dat wil zeggen door te verklaren onvoorwaardelijk bereid te zijn de betrokken prijs uit te keren aan de consument die daarom mocht verzoeken. Bij gebreke van een dergelijke verbintenis is artikel 15, lid 1, sub c, slecht van toepassing indien volgend op de misleidende prijstoezegging een overeenkomst tussen de consument en het postorderbedrijf wordt gesloten die tot stand komt doordat bij deze onderneming een bestelling wordt geplaatst.