Language of document : ECLI:EU:F:2010:161

BESCHIKKING VAN DE PRESIDENT VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN VAN DE EUROPESE UNIE

13 december 2010 (*)

„Procedure in kort geding – Minnelijke regeling op initiatief van Gerecht – Doorhaling”

In zaak F‑50/10 R,

betreffende een verzoek ingediend krachtens artikel 278 VWEU en artikel 157 EA alsmede krachtens artikel 279 VWEU, dat van toepassing is op het EGA-Verdrag op grond van artikel 106 bis ervan,

Simone Thérèse De Roos-Le Large, wonende te ’s-Hertogenbosch (Nederland), aanvankelijk vertegenwoordigd door E. Lutjens en M. H. van Loon, advocaten, vervolgens door E. Lutjens, M. H. van Loon en M. Zaman, advocaten,

verzoekster,

tegen

Europese Commissie, vertegenwoordigd door D. Martin en W. Roels als gemachtigden,

verweerster,

geeft

DE PRESIDENT VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN

de navolgende

Beschikking

1        Bij verzoekschrift, binnengekomen ter griffie van het Gerecht op 1 juli 2010, heeft verzoekster gevraagd om opschorting van de tenuitvoerlegging van besluit C(2010) 3206 van de Europese Commissie van 12 mei 2010, waarbij de instelling haar vraagt om terugbetaling van het totaalbedrag van 119 507,90 EUR binnen vijftien dagen na ontvangst van dit besluit, bij gebreke waarvan zij zal overgaan tot gedwongen tenuitvoerlegging op grond van artikel 299, derde alinea, VWEU.

2        Verweerster heeft bij fax van 22 juli 2010 haar schriftelijke opmerkingen bij de griffie van het Gerecht ingediend (de neerlegging van het origineel heeft op 23 juli daaraanvolgend plaatsgevonden).

3        Bij aan partijen gerichte brieven van 20 september 2010 heeft de kortgedingrechter hun meegedeeld dat de zaak in kort geding zich zijns inziens leende voor een minnelijke regeling en hij heeft hun daartoe een voorstel voor een akkoord voorgelegd dat eveneens betrekking had op de kwestie van de kosten van de procedure in kort geding.

4        Bij brief van 1 oktober 2010 heeft verzoekster geantwoord dat zij het door de kortgedingrechter gedane voorstel niet kon accepteren, waarbij zij echter aangaf dat zij nog steeds bereid was om te onderhandelen.

5        Bij op 5 oktober 2010 ter griffie neergelegde brief heeft de Commissie haar instemming betuigd met het voorstel voor een minnelijke regeling.

6        Ter terechtzitting van 26 oktober 2010 zijn partijen gehoord in hun mondelinge opmerkingen en in hun antwoorden op de vragen van de kortgedingrechter. Tijdens die terechtzitting heeft de kortgedingrechter partijen opnieuw verzocht om een minnelijke regeling te treffen en hun aangegeven dat de griffie van het Gerecht hun daartoe een termijn zou stellen.

7        Bij brief van 17 november 2010 heeft verweerster de kortgedingrechter meegedeeld dat partijen een akkoord hadden bereikt dat identiek was aan het voorstel dat partijen op 20 september 2010 was gedaan, met uitzondering van de bedragen die verzoekster aanvankelijk en vervolgens maandelijks aan de Commissie diende te betalen.

8        Bij brief, binnengekomen ter griffie van het Gerecht bij fax van 19 november 2010 (de neerlegging van het origineel heeft op 22 november daaraanvolgend plaatsgevonden), heeft verzoekster het bestaan van dit akkoord bevestigd en haar vordering in kort geding ingetrokken.

9        Derhalve moet krachtens artikel 69, lid 1, tweede alinea, van het Reglement voor de procesvoering de doorhaling van de onderhavige zaak in het register van het Gerecht worden gelast.

DE PRESIDENT VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN

beschikt:

1)      Zaak F‑50/10 R, De Roos-Le Large/Commissie, wordt doorgehaald in het register van het Gerecht.

2)      Partijen zullen de kosten dragen volgens het tussen hen gesloten akkoord.

Luxemburg, 13 december 2010.

De griffier

 

       De president

W. Hakenberg

 

       P. Mahoney

De teksten van deze beslissing en van de daarin aangehaalde beslissingen van de rechterlijke instanties van de Europese Unie zijn beschikbaar op de website www.curia.europa.eu


* Procestaal: Nederlands.