Language of document :

Beroep ingesteld op 19 januari 2010 - Munch / BHIM

(Zaak F-6/10)

Procestaal: Duits

Partijen

Verzoekende partij: Yannick Munch (Barcelona, Spanje) (vertegenwoordiger: H. Tettenborn, advocaat)

Verwerende partij: Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen)

Voorwerp en beschrijving van het geding

Enerzijds, nietigverklaring van de in verzoekers overeenkomst opgenomen clausule dat de arbeidsovereenkomst automatisch wordt beëindigd indien verzoeker niet slaagt voor een extern voor het BHIM georganiseerd vergelijkend onderzoek; anderzijds, vaststelling dat de vergelijkende onderzoeken BHIM/AD/01/07, BHIM/AD/02/07, BHIM/AST/01/07 en BHIM OHMI/AST/02/02 geen gevolgen hebben voor verzoekers arbeidsovereenkomst. Voorts verzoek om schadevergoeding.

Conclusies van de verzoekende partij

het schrijven van het BHIM van 12 maart 2009 alsmede de daarin vervatte besluiten van het BHIM om verzoekers arbeidsverhouding met inachtneming van een opzegtermijn van 7 maanden vanaf 16 maart 2009 te beëindigen nietig verklaren en vaststellen dat de arbeidsverhouding tussen verzoeker en het BHIM nog steeds bestaat. Voor zover het Gerecht dit noodzakelijk acht, het door verzoeker als niet-zelfstandig aangemerkte schrijven van het BHIM van 9 oktober 2009 (afwijzing van de klacht) nietig verklaren;

de ontbindende clausule in artikel 5 van verzoekers arbeidsovereenkomst met het BHIM nietig verklaren, subsidiair,

vaststellen dat ook in de toekomst een beëindiging van verzoekers arbeidsovereenkomst niet op deze ontbindende clausule kan worden gebaseerd;

subsidiair vaststellen dat de in het schrijven van het BHIM van 12 maart 2009 genoemde vergelijkende onderzoeken geen negatieve gevolgen konden verbinden aan de ontbindende clausule;

het BHIM veroordelen tot betaling aan verzoeker van een passende vergoeding, waarvan het Gerecht de hoogte zal bepalen, voor de materiële en immateriële schade die verzoeker heeft geleden door de in punt 1 genoemde verklaringen;

het BHIM ertoe veroordelen om verzoeker, onder vaststelling van de verplichting van het BHIM om verzoeker onder de tot nu toe geldende voorwaarden verder tewerk te stellen en weer in dienst te nemen, de door hem geleden materiële schade volledig te vergoeden, met name door de uitbetaling van de volledige eventueel nog niet betaalde bezoldiging, alsmede alle andere kosten te vergoeden die hij door de onrechtmatige gedraging van het BHIM heeft geleden (met aftrek van de ontvangen werkloosheidsuitkering),

subsidiair, voor het geval verzoeker om juridische of feitelijke redenen in casu niet onder de tot nu toe geldende voorwaarden in dienst wordt genomen of verder tewerk wordt gesteld, het BHIM ertoe veroordelen om verzoeker voor de door de onrechtmatige beëindiging van zijn werkzaamheid ontstane materiële schade een schadevergoeding te betalen ter hoogte van het verschil tussen de daadwerkelijk te verwachten inkomsten en de inkomsten die hij, met inachtneming van de pensioenuitkeringen en andere aanspraken, zou hebben behaald indien de overeenkomst niet was beëindigd;

verzoeker evenwel tenminste voor de door de onrechtmatige beëindiging van zijn werkzaamheid ontstane materiële schade een vergoeding te betalen van het verschil tussen zijn op 15 oktober 2009 behaalde inkomsten en de inkomsten die hij, met inachtneming van pensioenuitkeringen en andere aanspraken, zou hebben behaald indien de overeenkomst zou doorlopen tot en met 15 november 2009;

het BHIM verwijzen in de kosten van de procedure.

____________