Language of document :

Beroep ingesteld op 4 januari 2019 – Algebris (UK) en Anchorage Capital Group / GAR

(Zaak T-2/19)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partijen: Algebris UK ltd (Londen, Verenigd Koninkrijk) en Anchorage Capital Group LLC (New York, New York, Verenigde Staten) (vertegenwoordigers: T. Soames, lawyer, R. East, Solicitor, N. Chesaites, en D. Mackersie, Barristers)

Verwerende partij: Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad (GAR)

Conclusies:

het besluit van de GAR vernietigen voor zover daarbij is vastgesteld dat de definitieve waardering ex post van Banco Popular Español S.A. krachtens artikel 20, lid 11, van verordening (EU) nr. 806/20141 niet was vereist;

de GAR te verwijzen in de kosten van de verzoekende partijen.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voeren de verzoekende partijen vier middelen aan.

Het eerste middel is eraan ontleend dat het besluit van de GAR waarbij is vastgesteld dat de definitieve waardering ex post van Banco Popular Español S.A. krachtens artikel 20, lid 11, van verordening nr. 806/2014 niet was vereist, berust op een onjuiste rechtsopvatting van artikel 20, lid 11, en/of artikel 20, lid 12, van die verordening, die voorschrijven dat een definitieve waardering ex post moet worden verricht ingeval afwikkelingsmaatregelen worden genomen op basis van een voorlopige waardering die niet voldoet aan de vereisten in artikel 20, leden 1 en 4 tot en met 9, van verordening nr. 806/2014.

Het tweede middel is ontleend aan een kennelijke onjuiste beoordeling door de GAR bij de toepassing van artikel 20, lid 11, van verordening nr. 806/2014 in het bestreden besluit, aangezien de GAR bij de vaststelling van het bestreden besluit is uitgegaan van de onjuiste veronderstelling dat in deze zaak geen definitieve waarderingen ex post waren vereist.

Het derde middel is ontleend aan een met artikel 20, lid 11 en 12 van verordening nr. 806/2014 strijdige onjuiste rechtsopvatting en/of een kennelijke beoordelingsfout, voor zover het bestreden besluit een beslissing van de GAR impliceert om de waarde van de door Banco Santander, S.A. betaalde vergoeding van 1 EUR niet te verhogen.

Het vierde middel is eraan ontleend dat de GAR, in strijd met artikel 296 VWEU, zijn motiveringsplicht niet is nagekomen toen hij het bestreden besluit heeft vastgesteld.

____________

1 Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van verordening (EU) nr. 1093/2010 (PB 2014 L 225, blz. 1).