Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tartu Ringkonnakohus (Estland) op 3 januari 2013 - AS Baltic Agro/Maksu- ja Tolliameti Ida maksu- ja tollikeskus

(Zaak C-3/13)

Procestaal: Ests

Verwijzende rechter

Tartu Ringkonnakohus

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: AS Baltic Agro

Verwerende partij: Maksu- ja Tolliameti Ida maksu- ja tollikeskus

Prejudiciële vragen

Moet artikel 3, lid 1, van verordening nr. 661/20082 van de Raad aldus worden uitgelegd dat de importeur en de eerste onafhankelijke afnemer in de Gemeenschap steeds dezelfde persoon dienen te zijn?

Moet artikel 3, lid 1, van verordening nr. 661/2008 van de Raad, juncto besluit 2008/5774 van de Commissie, aldus worden uitgelegd dat de vrijstelling van het antidumpingrecht enkel geldt voor een dergelijke eerste onafhankelijke afnemer in de Gemeenschap die de aan te geven waren niet vóór de aangifte heeft doorverkocht?

Moet artikel 66 van verordening nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek, juncto artikel 251 van verordening nr. 2454/93 van de Commissie en de andere procedurevoorschriften betreffende nadien aan de douaneaangifte aangebrachte wijzigingen, aldus worden uitgelegd dat wanneer bij de invoer van goederen niet de juiste ontvanger in de aangifte is vermeld, de aangifte op verzoek ook ná de vrijgave van de goederen ongeldig moet kunnen worden gemaakt en de vermelding van de ontvanger moet kunnen worden verbeterd, ingeval de in artikel 3, lid 1, van verordening nr. 661/2008 van de Raad bedoelde vrijstelling had moeten worden toegepast indien de juiste ontvanger zou zijn vermeld, of dient artikel 220, lid 2, sub b, van verordening nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek in die omstandigheden aldus te worden uitgelegd dat de douaneautoriteiten in dat geval niet tot boeking achteraf mogen overgaan?

Indien beide sub 3 geformuleerde vragen ontkennend moeten worden beantwoord, is het dan verenigbaar met artikel 20 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, juncto artikel 28, lid 1, en artikel 31 VWEU, dat artikel 66 van verordening nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek, juncto artikel 251 van verordening nr. 2454/93 van de Commissie en de andere procedurevoorschriften betreffende nadien aan de douaneaangifte aangebrachte wijzigingen, niet toestaat dat een aangifte op verzoek ook na de vrijgave van de goederen ongeldig wordt gemaakt en de vermelding van de ontvanger wordt verbeterd, ingeval de in artikel 3, lid 1, van verordening nr. 661/2008 van de Raad bedoelde vrijstelling had moeten worden toegepast indien de juiste ontvanger zou zijn vermeld?

____________

1 - Verordening (EG) nr. 661/2008 van de Raad van 8 juli 2008 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, op grond van artikel 11, lid 2, en een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek, op grond van artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 384/96 (PB L 185, blz. 1).

2 - 2008/577/EG: Besluit van de Commissie van 4 juli 2008 tot aanvaarding van de verbintenissen die zijn aangeboden in het kader van de antidumpingprocedure betreffende ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland en Oekraïne (PB L 185, blz. 43).

3 - Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 302, blz. 1).

4 - Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 253, blz. 1).