Beroep ingesteld op 26 oktober 2012 – ZZ / Commissie

(Zaak F-126/12)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: ZZ (vertegenwoordiger: M. Boury, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie

Voorwerp en beschrijving van het geding

Nietigverklaring van het antwoord op de klacht waarbij verzoeker heeft gevraagd om, ten eerste, erkenning door de Commissie dat alleen bepaalde in zijn persoonsdossier opgenomen stukken aan de onderzoeksrechter van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel mochten worden gezonden en, ten tweede, vaststelling van de onrechtmatigheid van de verzwijging voor deze Rechtbank van het besluit van 2 februari 2001

Conclusies van de verzoekende partij

De verzoekende partij vraagt het Gerecht onder meer om:

nietigverklaring van het antwoord van het TABG van 24 augustus 2012 op klacht nr. R/367/12;

erkenning van de onrechtmatigheid van de verzwijging voor de Belgische justitie van zijn echte persoonsdossier alsmede van het besluit van het TABG van 2 februari 2001 en van alle daarbij behorende stukken, stukken die door de Belgische strafrechtelijke instanties aan de Commissie zijn gevraagd;

erkenning van de onrechtmatigheid van de afgifte aan de Rechtbank te Brussel van vertrouwelijk stukken die zonder enige wettige controle en buiten de statutaire regels om zijn opgesteld in de oude eenheid ADMIN B9, belast met het op 2 februari 2001 door het TABG ingeleide administratief onderzoek, hetgeen in strijd is met de regels van het Statuut;

erkenning van de onrechtmatigheid van de inmenging in het onderzoek van zijn klacht bij de Rechtbank te Brussel van gemachtigden van de Commissie die daartoe noch het mandaat noch de bevoegdheid hadden en bovendien het oogmerk hadden om hem te schaden;

erkenning dat hij en zijn gezin in deze zaak slachtoffer zijn geweest van ernstige schendingen van zijn fundamentele mensenrechten en dat hij ernstige en moeilijk herstelbare loopbaanschade, materiële en immateriële schade heeft geleden, zodat hij recht heeft op schadevergoeding