Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 7 november 2013 — Marcuccio/Commissie

(Zaak F-132/11)1

(Openbare dienst – Artikel 34, leden 1 en 6, Reglement voor de procesvoering – Verzoekschrift binnen beroepstermijn ingediend per fax – Handtekening van advocaat die verschilt van handtekening op originele, per post verzonden verzoekschrift – Termijnoverschrijding – Kennelijke niet-ontvankelijkheid – Non-existentie)

Procestaal: Italiaans

Partijen

Verzoekende partij: Luigi Marcuccio (Tricase, Italië) (vertegenwoordiger: G. Cipressa, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: C. Berardis-Kayer en J. Baquero Cruz, gemachtigden, bijgestaan door A. Dal Ferro, advocaat)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het stilzwijgend besluit van de Commissie tot afwijzing van verzoekers verzoek om, ten eerste, hem schriftelijk mededeling te doen van het aantal in werkdagen uitgedrukte verlofdagen dat hij vóór 2005 en gedurende 2005 tot 2010 had verworven en waarop hij op het moment van indiening van zijn verzoek recht had, alsmede van het aantal verlofdagen waarop hij eind 2010 recht zou hebben, ten tweede, hem toe te staan al die dagen op te nemen en, ten derde, hem eventuele redenen mee te delen op grond waarvan die verzoeken zouden kunnen worden geweigerd

Dictum

Het beroep wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

Marcuccio draagt zijn eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van de Europese Commissie.

____________

1 PB C 65 van 3.3.2012, blz. 23.