BESCHIKKING VAN DE PRESIDENT
VAN DE DERDE KAMER VAN HET HOF

13 mei 2014 (*)

„Doorhaling”

In zaak C‑207/13,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (Nederland) bij beslissing van 15 april 2013, ingekomen bij het Hof op 18 april 2013, in de procedure

Wagenborg Passagiersdiensten BV e.a.

tegen

Minister van Infrastructuur en Milieu,

in tegenwoordigheid van:

Wagenborg Passagiersdiensten BV,

Terschellinger Stoombootmaatschappij BV,

geeft

DE PRESIDENT

VAN DE DERDE KAMER VAN HET HOF,

advocaat-generaal N. Wahl gehoord,

de navolgende

Beschikking

1        Bij brief van 22 april 2014, ingekomen ter griffie van het Hof op 5 mei 2014, heeft het College van Beroep voor het Bedrijfsleven het Hof meegedeeld dat het zijn verzoek om een prejudiciële beslissing introk.

2        Bijgevolg dient de doorhaling van deze zaak in het register van het Hof te worden gelast.

3        Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

De president van de Derde kamer van het Hof beschikt:

Zaak C‑207/13 wordt doorgehaald in het register van het Hof.

Luxemburg, 13 mei 2014.

De griffier

 

      De president van de Derde kamer

A. Calot Escobar

 

      M. Ilešič


* Procestaal: Nederlands.