Hogere voorziening ingesteld op 6 augustus 2018 door de Landeskammer für Land- und Forstwirtschaft in Steiermark tegen het arrest van het Gerecht (Negende kamer) van 7 juni 2018 in zaak T-72/17, Gabriele Schmid / (EUIPO)

(Zaak C-514/18 P)

Procestaal: Duits

Partijen

Rekwirante: Landeskammer für Land- und Forstwirtschaft in Steiermark (vertegenwoordigers: I. Hödl, Rechtsanwältin, S. Schoeller, Rechtsanwalt)

Andere partij in de procedure: Gabriele Schmid, Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO)

Conclusies

Rekwirante verzoekt het Gerecht:

het bestreden arrest van het Gerecht (Negende Kamer) van 7 juni 2018 in zaak T-72/17 te vernietigen voor zover het Gerecht het beroep met betrekking tot het primaire middel heeft toegewezen en de beslissing van de vierde kamer van beroep van het EUIPO van 7 december 2016 (zaak R 1768/2015-4) heeft vernietigd, en de zaak zelf af te doen; subsidiair

het bestreden arrest van het Gerecht (Negende Kamer) van 7 juni 2018 in zaak T-72/17 te vernietigen voor zover het Gerecht het beroep met betrekking tot het primaire middel heeft toegewezen en de beslissing van de vierde kamer van beroep van het EUIPO van 7 december 2016 (zaak R 1768/2015-4) heeft vernietigd, en de zaak voor een nieuwe beslissing terug te verwijzen naar het Gerecht;

verzoekster in eerste aanleg, Gabriele Schmid, te verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Rekwirante stelt hogere voorziening in tegen het arrest van het Gerecht (Negende Kamer) van 7 juni 2018 in zaak T-72/17, EU:T:2018:335, betreffende een beroep tegen de beslissing van de vierde kamer van beroep van het EUIPO van 7 december 2016 (zaak R 1768/2015-4) inzake de procedure tot vervallenverklaring tussen Schmid en de Landeskammer für Land- und Forstwirtschaft in Steiermark, omdat dit arrest artikel 15, lid 1, van verordening nr. 207/2009 (thans artikel 18, lid 1 van verordening 2017/1001) schendt.

De hogere voorziening berust op twee middelen: schending van artikel 15, lid 1, van verordening nr. 207/2009 (thans artikel 18, lid 1 van verordening 2017/1001), en van artikel 15, lid 2, van verordening nr. 207/2009 (thans artikel 18, lid [2], van verordening 2017/1001).

Rekwirantes eerste middel, bestaande uit vier onderdelen, is ontleend aan de onjuiste beoordeling van het gebruik van beschermde geografische aanduiding die als individueel merk overeenkomstig zijn wezenlijke functie is ingeschreven, de onjuiste rechtsopvatting betreffende het vereiste inzake de identiteit van de producent, de ontbrekende rechtspraak over de kwaliteitsfunctie van individuele merken als keurmerken die een beschermde geografische aanduiding bevatten, en het gebruik van het handelsmerk door de leden van de licentiehoudster.

Rekwirantes tweede middel is ontleend aan de onjuiste toepassing van artikel 15, lid 2, van verordening nr. 207/2009 (thans artikel 18, lid 2, van verordening 2017/1001), in het bijzonder aan de beoordeling van het Gerecht betreffende het legitieme gebruik van het Uniemerk door derden, namelijk de uit haar leden bestaande vereniging, en de toerekening van dat gebruik aan de merkhoudster.

____________