Hogere voorziening ingesteld op 10 september 2018 door HF tegen het arrest van het Gerecht (Eerste kamer – uitgebreid) van 29 juni 2018 in zaak T-218/17, HF / Parlement

(Zaak C-570/18 P)

Procestaal: Frans

Partijen

Rekwirante: HF (vertegenwoordiger: A. Tymen, advocaat)

Andere partij in de procedure: Europees Parlement

Conclusies

Het arrest van het Gerecht van 29 juni 2018 in zaak T-218/17 vernietigen,

dientengevolge

de vorderingen van rekwirante in eerste aanleg toewijzen en, derhalve,

het besluit van het Europees Parlement van 30 juni 2016 tot afwijzing van haar verzoek om bijstand nietig verklaren,

verweerder veroordelen tot betaling van een vergoeding voor de rekwirantes immateriële schade, welke ex aequo et bono wordt vastgesteld op 90 000 EUR,

verweerder in alle kosten van eerste en tweede aanleg verwijzen.

Middelen en voornaamste argumenten

Schending van het recht om te worden gehoord – Schending van artikel 41, lid 1, onder a), van het Handvest;

Schending van artikel 41, lid 1, van het Handvest – Verdraaiing van de door rekwirante geformuleerde argumenten – Niet-nakoming van de motiveringsplicht door de rechter in eerste aanleg;

Schending van artikel 31, lid 1, van het Handvest – Schending van artikel 12bis, leden 1, 3, en artikel 24 van het Statuut.

Tevens betwist rekwirante het besluit van de rechter in eerste aanleg om haar vordering tot schadevergoeding af te wijzen op grond dat het bestreden besluit niet nietig is verklaard.

____________