Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Cour de cassation (Frankrijk) op 22 november 2018 – HX / Procureur général près la cour d’appel de Paris, Ville de Paris

(Zaak C-727/18)

Procestaal: Frans

Verwijzende rechter

Cour de cassation

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: HX

Verwerende partijen: Procureur général près la cour d’appel de Paris, Ville de Paris

Prejudiciële vragen

Is richtlijn 2006/123/EG van 12 december 20061 , gelet op de omschrijving van het onderwerp en de werkingssfeer ervan in de artikelen 1 en 2, van toepassing op het herhaaldelijk kortstondig, ook niet-beroepsmatig, onder bezwarende titel verhuren van een gemeubileerde woning – die niet de hoofdverblijfplaats van de verhuurder is – aan incidentele klanten die daar niet hun woonplaats kiezen, met name met betrekking tot de begrippen dienstverrichters en diensten?

Bij een bevestigend antwoord op de vorige vraag, vormt een nationale regeling zoals vastgesteld in artikel L631-7 WBW een vergunningstelsel voor bovenvermelde activiteit in de zin van de artikelen 9 tot en met 13 van richtlijn 2006/123/EG van 12 december 2006 of enkel een vereiste dat onder de artikelen 14 en 15 valt?

Indien de artikelen 9 tot en met 13 van richtlijn 2006/123/EG van 12 december 2006 van toepassing zijn:

Dient artikel 9, onder b), van die richtlijn in die zin te worden uitgelegd dat de doelstelling inzake de bestrijding van het tekort aan huurwoningen een dwingende reden van algemeen belang vormt die een nationale maatregel kan rechtvaardigen waardoor in bepaalde geografische gebieden de herhaaldelijke kortstondige verhuur van een gemeubileerde woning aan incidentele klanten die daar niet hun woonplaats kiezen aan een vergunning wordt onderworpen?

Zo ja, is die maatregel evenredig met het nagestreefde doel?

Verzet artikel 10, lid 2, onder d) en e), van de richtlijn zich tegen een nationale maatregel die de „herhaaldelijke” „kortstondige” verhuur van een gemeubileerde woning aan „incidentele klanten die daar niet hun woonplaats kiezen” aan een vergunning onderwerpt?

Verzet artikel 10, lid 2, onder d) tot en met g), van de richtlijn zich tegen een vergunningstelsel waarbij de voorwaarden voor de afgifte van de vergunningen bij besluit na beraadslaging in de gemeenteraad worden vastgesteld, in het licht van de doelstelling van sociale gemengdheid, waarbij met name rekening wordt gehouden met de kenmerken van de woningmarkten en de noodzaak te voorkomen dat de woningnood nog groter wordt?

____________

1     Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PB L 376, blz. 36).