Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Justice de paix de Charleroi III (België) op 26 november 2018 – IZ / Ryanair DAC

(Zaak C-735/18)

Procestaal: Frans

Verwijzende rechter

Justice de paix de Charleroi III

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: IZ

Verwerende partij: Ryanair DAC

Prejudiciële vragen

[Het] verzoek om een prejudiciële beslissing met betrekking tot de uitlegging van artikel 5, lid 3, van verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/911 luidt als volgt:

Moet artikel 5, lid 3, van verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/91 aldus worden uitgelegd dat een gebeurtenis als aan de orde in het onderhavige geding, te weten de staking van de luchtverkeersleiders op het grondgebied dat een vliegtuig moet overvliegen vanuit een luchthaven buiten het door de staking getroffen grondgebied, met als bestemming een luchthaven buiten het door de staking getroffen grondgebied, moet worden beschouwd als een gebeurtenis die inherent is aan de normale uitoefening van de activiteit van de luchtvaartmaatschappij en dientengevolge niet kan worden aangemerkt als „buitengewone omstandigheid” op basis waarvan de luchtvaartmaatschappij wordt vrijgesteld van haar verplichting om de passagiers te compenseren in geval van annulering van een vlucht die door dit vliegtuig wordt uitgevoerd[?]

In het geval dat de gebeurtenis als aan de orde in het onderhavige geding, te weten de staking van de luchtverkeersleiders op het grondgebied dat een vliegtuig moet overvliegen vanuit een luchthaven buiten het door de staking getroffen grondgebied, met als bestemming een luchthaven buiten het door de staking getroffen grondgebied, moet worden beschouwd als een „buitengewone omstandigheid”, moet daaruit dan worden afgeleid dat het voor de luchtvaartmaatschappij om een „buitengewone omstandigheid” gaat die niet had kunnen worden voorkomen, zelf niet als alle redelijke maatregelen waren getroffen?

Moet worden aangenomen dat het feit dat de staking is aangekondigd, tot gevolg heeft dat de gebeurtenis als aan de orde in het onderhavige geding, te weten de staking van de luchtverkeersleiders op het grondgebied dat een vliegtuig moet overvliegen vanuit een luchthaven buiten het door de staking getroffen grondgebied, met als bestemming een luchthaven buiten het door de staking getroffen grondgebied, niet valt onder het begrip „buitengewone omstandigheden” in de zin van artikel 5, lid 3, van verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/91?

Moet, gelet op overweging 15 van verordening (EG) nr. 261/2004, worden aangenomen dat de gebeurtenis als aan de orde in het onderhavige geding, te weten de staking van de luchtverkeersleiders op het grondgebied dat een vliegtuig moet overvliegen vanuit een luchthaven buiten het door de staking getroffen grondgebied, met als bestemming een luchthaven buiten het door de staking getroffen grondgebied, voor de luchtvaartmaatschappij een buitengewone omstandigheid vormde, die niet had kunnen worden voorkomen en op grond waarvan zij, als redelijke maatregel om verdere annuleringen te kunnen vermijden, mocht beslissen de betrokken vlucht te annuleren om een situatie te vermijden waarin haar crews niet meer in staat zouden zijn om op de dag van de staking andere vluchten uit te voeren, waardoor zij voor de hele luchtvaartmaatschappij en alle passagiers de storingen en ongemakken als gevolg van de staking tot een minimum kon beperken?

____________

1 PB L 46, blz. 1.