Hogere voorziening ingesteld op 21 januari 2019 door Marion Le Pen tegen het arrest van het Gerecht (Zesde kamer) van 28 november 2018 in zaak T-161/17, Le Pen / Parlement

(Zaak C-38/19 P)

Procestaal: Frans

Partijen

Rekwirante: Marion Anne Perrine, roepnaam Marine, Le Pen (vertegenwoordiger: R. Bosselut, advocaat)

Andere partij in de procedure: Europees Parlement

Conclusies

vernietiging van het arrest van het Gerecht van de Europese Unie (Zesde kamer) van 28 november 2018 in zaak T-161/17.

Derhalve:

nietigverklaring van het besluit van de secretaris-generaal van het Europees Parlement van 6 januari 2017, dat is vastgesteld op grond van artikel 68 van besluit 2009/C 159/01 van het Bureau van het Parlement van 19 mei en 9 juli 2008 houdende de uitvoeringsbepalingen van het Statuut van de leden van het Europees Parlement, zoals gewijzigd, waarbij jegens rekwirante een schuldvordering ten bedrage van 41 554 EUR is vastgesteld.

nietigverklaring van debetnota nr. 2017-22 van 11 januari 2017, waarbij rekwirante ervan op de hoogte werd gesteld dat jegens haar een schuldvordering van 41 554 EUR was vastgesteld bij het besluit van de secretaris-generaal van 6 januari 2017 tot terugvordering van in het kader van parlementaire assistentie onverschuldigd uitgekeerde bedragen, op grond van artikel 68 van de uitvoeringsbepalingen en de artikelen 78,79 en 80 van het FR.

verwijzing van het Parlement in alle kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

A – Middel van openbare orde: schending van het Unierecht – onjuiste rechtsopvattingen – schending van wezenlijke vormvoorschriften - schending van de rechten van de verdediging -

Dit middel is eraan ontleend dat rekwirante niet persoonlijk is gehoord en dat de secretaris-generaal het dossier en in het bijzonder het verslag van OLAF niet heeft toegezonden.

Het Gerecht heeft rekwirantes rechten van verdediging geschonden, met name gelet op het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 6 EVRM.

B – Schending van het Unierecht – onjuiste rechtsopvattingen – schending van het beginsel van bescherming van het gewettigd vertrouwen en van het rechtszekerheidsbeginsel - onjuiste kwalificatie van de juridische aard van de feiten, onjuiste opvattingen van de feiten en het bewijsmateriaal

Het Gerecht heeft de door rekwirante in de bijlage bij haar brief van 14 maart 2016 aan OLAF voorgelegde stukken onjuist opgevat.

Er kan niet worden gesteld dat de krachtens de „kunstmatige” overeenkomst uitgekeerde bedragen niet overeenkomstig de uitvoeringsbepalingen zijn gebruikt. Bijgevolg is er dus geen sprake van enig misbruik van het doel of de aard van die middelen, en evenmin van door het Parlement geleden schade.

C- Misbruik van bevoegdheid – Fumus persecutionis

De discriminatie, het achterhouden van bewijs, het gebrek aan loyaliteit en de schending van de rechten van de verdediging waaraan de secretaris-generaal van het Parlement zich jegens rekwirante schuldig heeft gemaakt, vormen „objectieve, relevante en onderling overeenstemmende gegevens, die zijn vastgesteld met het uitsluitende, of althans doorslaggevende oogmerk, andere doeleinden te bereiken dan die welke worden aangevoerd, of om zich te onttrekken aan de toepassing van een procedure waarin het Verdrag speciaal heeft voorzien om aan de omstandigheden van het geval het hoofd te bieden”. Ook het Gerecht had die zo moeten beschouwen. Zij wijzen erop dat sprake is van een onrechtmatige fumus persecutionis ten nadele van rekwirante.

____________