Hogere voorziening ingesteld op 12 december 2018 door het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie tegen het arrest van het Gerecht (Zesde kamer) van 3 oktober 2018 in zaak T-313/17, Wajos GmbH/Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie

(Zaak C-783/18 P)

Procestaal: Duits

Partijen

Verzoekende partij: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (vertegenwoordiger: D. Hanf, gemachtigde)

Andere partij in de procedure: Wajos GmbH

Conclusies

vernietiging van het bestreden arrest;

verwijzing van Wajos GmbH in de kosten van EUIPO.

Middelen en voornaamste argumenten

Volgens het EUIPO is het bestreden arrest in strijd met artikel 7, lid 1, onder b), van verordening (EG) nr. 207/20091 . Het Gerecht heeft voor de beoordeling van het onderscheidend vermogen van het betrokken merk een onjuiste toetsingsnorm toegepast, de relevante criteria niet onderzocht en daarenboven onjuiste onderzoekscriteria gebruikt.

Het bestreden arrest is tevens strijdig met de artikelen 36 en 53, lid 1, van het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie, aangezien het verzoeker noch het Hof in staat stelt de redenen te begrijpen waarom het Gerecht tot de voor het dictum van het arrest bepalende slotsom is gekomen dat de vorm van het betrokken merk, gelet op hetgeen in de sector gangbaar is, van uitzonderlijke aard was.

____________

1 Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het Gemeenschapsmerk (PB 2009, L 78, blz. 1).