Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sąd Rejonowy w Siemianowicach Śląskich (Polen) op 12 december 2018 – Mikrokasa S.A. w Gdyni, Revenue Niestandaryzowany Sekurytyzacyjny Fundusz Inwestycyjny Zamknięty w Warszawie/XO

(Zaak C-779/18)

Procestaal: Pools

Verwijzende rechter

Sąd Rejonowy w Siemianowicach Śląskich

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Mikrokasa S.A. w Gdyni, Revenue Niestandaryzowany Sekurytyzacyjny Fundusz Inwestycyjny Zamknięty w Warszawie

Verwerende partij: XO

Prejudiciële vragen

Moeten de bepalingen van richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van richtlijn 87/102/EEG van de Raad1 (PB 2008, L 133, [blz. 66,] zoals gewijzigd), en met name artikel 3, onder g), artikel 10, lid 1, en artikel 22, lid 1, ervan, aldus worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan het onderscheiden van zogenaamde „niet-rentekosten van het krediet”, die forfaitair worden vastgesteld volgens de wettelijk voorgeschreven formule van artikel 36a van de ustawa o kredycie konsumenckim (wet op het consumentenkrediet) van 12 mei 2011 (Dz. U. 2018, volgnr. 993, geconsolideerde tekst), van de zogenaamde „totale kosten van het krediet voor de consument” als bedoeld in de hierboven genoemde richtlijn, zodanig dat de werkelijke door de ondernemer gedragen niet-rentekosten van het krediet voor de consument kunnen worden verhuld?

Moeten de bepalingen van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten2 (PB 1993, L 95, blz. 29, zoals gewijzigd), en met name artikel 1, lid 2, artikel 6, lid 1, en artikel 7, lid 1, ervan, aldus worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan de toetsing van bedingen in consumentenkredietovereenkomsten in het licht van de voorwaarden van artikel 3 van deze richtlijn, voor zover zij zogenaamde niet-rentekosten van het krediet omvatten, waarvan de vaststellingscriteria worden beschreven in artikel 36a van de ustawa o kredycie konsumenckim van 12 mei 2011 (Dz. U. 2018, volgnr. 993, geconsolideerde tekst)?

____________

1 PB 2008, L 133, blz. 66.

2 PB 1993, L 95, blz. 29.