Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Corte suprema di cassazione (Italië) op 18 februari 2019 – Azienda Sanitaria Provinciale di Catania / Assessorato della Salute della Regione Siciliana

(Zaak C-128/19)

Procestaal: Italiaans

Verwijzende rechter

Corte suprema di cassazione

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Azienda Sanitaria Provinciale di Catania

Verwerende partij: Assessorato della Salute della Regione Siciliana

Prejudiciële vragen

Vormt de maatregel van artikel 25, lid 16, van regionale wet nr. [19] van 22 december 2005 van de regio Sicilië, waarin het volgende is bepaald: „Ter verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 1 van regionale wet nr. 12 van 5 juni 1989, en overeenkomstig artikel 134 van regionale wet nr. 32 van 23 december 2000 wordt een bedrag van 20 miljoen EUR vrijgemaakt voor de betaling van de bedragen die de Azienda Unità Sanitaria Locale in Sicilië dienen te betalen aan de eigenaars van dieren die in de periode 2000-2006 zijn geslacht omdat zij leden aan besmettelijke en veelvoorkomende ziekten, en voor de betaling van de zelfstandige dierenartsen die in die periode bij de saneringsactiviteiten betrokken waren. Voor de toepassing van dit lid wordt een bedrag van 10 miljoen EUR (UPB 10.3.1.3.2, post 417702) toegewezen voor het begrotingsjaar 2005. Voor de volgende begrotingsjaren wordt een regeling getroffen overeenkomstig artikel 3, lid 2, onder i), van regionale wet nr. 10 van 27 april 1999, zoals gewijzigd en aangevuld”, in het licht van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag – en thans de artikelen 107 en 108 VWEU – en de communautaire richtsnoeren voor staatssteun in de landbouwsector, die zijn opgenomen in mededeling 2000/C 28/02 van de Commissie en bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen van 1 februari 2000, staatssteun die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalst of dreigt te vervalsen?

Kan de maatregel van artikel 25, lid 16, van regionale wet nr. 19 van 22 december 2005 van de regio Sicilië, waarin het volgende is bepaald: „Ter verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 1 van regionale wet nr. 12 van 5 juni 1989, en overeenkomstig artikel 134 van regionale wet nr. 32 van 23 december 2000 wordt een bedrag van 20 miljoen EUR vrijgemaakt voor de betaling van de bedragen die de Azienda Unità Sanitaria Locale in Sicilië dienen te betalen aan de eigenaars van dieren die in de periode 2000-2006 zijn geslacht omdat zij leden aan besmettelijke en veelvoorkomende ziekten, en voor de betaling van de zelfstandige dierenartsen die in die periode bij de saneringsactiviteiten betrokken waren. Voor de toepassing van dit lid wordt een bedrag van 10 miljoen EUR (UPB 10.3.1.3.2, post 417702) toegewezen voor het begrotingsjaar 2005. Voor de volgende begrotingsjaren wordt een regeling getroffen overeenkomstig artikel 3, lid 2, onder i), van regionale wet nr. 10 van 27 april 1999, zoals gewijzigd en aangevuld”, ofschoon hij in beginsel staatssteun kan vormen die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalst of dreigt te vervalsen, toch worden geacht verenigbaar zijn met de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag – en thans de artikelen 107 en 108 VWEU, gelet op de redenen die de Europese Commissie er in haar beschikking C(2002)4786 van 6 december 2002 toe hebben gebracht om te vast te stellen dat, aangezien was voldaan aan de criteria van de „communautaire richtsnoeren voor staatssteun in de landbouwsector”, die zijn opgenomen in mededeling 2000/C 28/02 van de Europese Commissie en bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen van 1 februari 2000, de soortgelijke bepalingen van artikel 11 van wet nr. 40/1997 van de regio Sicilië en artikel 7 van regionale wet nr. 22/1999 verenigbaar waren met de artikelen 87 en 88 EG?

____________