Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Curte de Apel Cluj (Roemenië) op 1 februari 2019 – NG, OH / SC Banca Transilvania SA

(Zaak C-81/19)

Procestaal: Roemeens

Verwijzende rechter

Curtea de Apel Cluj

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: NG, OH

Verwerende partij: SC Banca Transilvania SA

Prejudiciële vragen

Moet artikel l[, lid] 2, van richtlijn 93/13/EEG1 aldus worden uitgelegd dat het zich er niet tegen verzet dat een contractueel beding wordt onderzocht vanuit het oogpunt van de oneerlijke aard ervan, wanneer daarin een bepaling van aanvullend recht is overgenomen waar de partijen van konden afwijken, maar waar zij in de praktijk niet van zijn afgeweken aangezien er niet over is onderhandeld, zoals in het concreet onderzochte geval geldt voor het beding volgens hetwelk het krediet dient te worden terugbetaald in de vreemde munt waarin het is toegekend?

Kan, in de omstandigheid dat er bij de toekenning van het krediet in een vreemde munt geen berekeningen/ramingen aan de consument zijn voorgelegd met betrekking tot de economische impact van een eventuele schommeling van de wisselkoers op de totale uit het contract voortvloeiende betalingsverplichtingen, op goede gronden worden aangevoerd dat een dergelijk beding, volgens hetwelk het valutarisico volledig door de consument wordt gedragen (uit hoofde van het beginsel van het nominalisme), duidelijk en begrijpelijk is en dat de verkoper/de bank in goed vertrouwen heeft voldaan aan de verplichting de kredietnemer te informeren, in aanmerking genomen dat de door de Banca Națională a României (Nationale Bank van Roemenië) vastgestelde maximale schuldenlast van de consumenten is berekend op basis van de wisselkoers zoals die gold op het moment dat het krediet werd toegekend?

Verzetten richtlijn 93/13/EEG en de op basis daarvan ontwikkelde rechtspraak alsmede het doeltreffendheidsbeginsel zich ertegen dat het contract ongewijzigd wordt voortgezet nadat is vastgesteld dat een beding aangaande de toewijzing van het valutarisico oneerlijk is? Welke aanpassing zou het mogelijk maken om het oneerlijke beding buiten toepassing te laten en het doeltreffendheidsbeginsel in acht te nemen?

____________

1 Richtlijn van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB 1993, L 95, blz. 29).