Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal București (Roemenië) op 20 maart 2019 – CHEP Equipment Pooling NV / Agenţia Naţională de Administrare Fiscală – Direcţia Generală Regională a Finanţelor Publice Bucureşti – Serviciul Soluţionare Contestaţii, Agenţia Naţională de Administrare Fiscală – Direcţia Generală Regională a Finanţelor Publice Bucureşti – Administraţia Fiscală pentru Contribuabili Nerezidenţi

(Zaak C-242/19)

Procestaal: Roemeens

Verwijzende rechter

Tribunal București

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: CHEP Equipment Pooling NV

Verwerende partijen: Agenţia Naţională de Administrare Fiscală – Direcţia Generală Regională a Finanţelor Publice Bucureşti – Serviciul Soluţionare Contestaţii, Agenţia Naţională de Administrare Fiscală – Direcţia Generală Regională a Finanţelor Publice Bucureşti – Administraţia Fiscală pentru Contribuabili Nerezidenţi

Prejudiciële vragen

Vormt het vervoer van pallets van een lidstaat naar een andere lidstaat om deze vervolgens in laatstgenoemde lidstaat te verhuren aan een belastingplichtige die in Roemenië is gevestigd en er voor btw-doeleinden is geregistreerd, een niet-overbrenging in de zin van artikel 17, lid 2, van richtlijn [2006/112/EG]1 ?

Wordt, ongeacht het antwoord op de eerste vraag, een belastingplichtige in de zin van artikel 9, lid 1, van richtlijn 2006/112/EG die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat is gevestigd, als belastingplichtige in de zin van artikel 2, punt 1, van richtlijn 2008/9/EG2 beschouwd, ook al is hij in de lidstaat van teruggaaf voor btw-doeleinden geregistreerd of dient hij er zich voor btw-doeleinden te registreren?

Vormt de voorwaarde van niet voor btw-doeleinden in de lidstaat van teruggaaf te zijn geregistreerd, gelet op de bepalingen van richtlijn 2008/9/EG, een extra voorwaarde ten opzichte van die waarin is voorzien bij artikel 3 van richtlijn 2008/9/EG, zodat een in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige die niet in de lidstaat van teruggaaf is gevestigd, recht heeft op teruggaaf in een geval als het onderhavige?

Moet artikel 3 van richtlijn 2008/9/EG aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een praktijk van een nationale administratie om de teruggaaf van btw te weigeren op grond dat niet is voldaan aan een voorwaarde die uitsluitend in het nationale recht is neergelegd?

____________

1 Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB 2006, L 347, blz. 1).

2 Richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn (PB 2008, L 44, blz. 23).