Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Înalta Curte de Casaţie şi Justiţie (Roemenië) op 25 april 2019 – SC Romenergo SA, Aris Capital SA / Autoritatea de Supraveghere Financiară

(Zaak C-339/19)

Procestaal: Roemeens

Verwijzende rechter

Înalta Curte de Casaţie şi Justiţie

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: SC Romenergo SA, Aris Capital SA

Verwerende partij: Autoritatea de Supraveghere Financiară

Prejudiciële vragen

Moeten de artikelen 63 en volgende VWEU, gelezen in samenhang met artikel 2, lid 2, van richtlijn 2004/25/EG1 en artikel 87 van richtlijn 2001/34/EG2 , aldus worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een nationale wettelijke regeling [in casu artikel 2, lid 3, onder j), van regeling nr. 1/2006 van de CNVM], die een wettelijk vermoeden van onderling overleg invoert in verband met deelnemingen in vennootschappen waarvan de aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt en die worden gelijkgesteld met alternatieve beleggingsfondsen (de zogenoemde financiële beleggingsvennootschappen – FBV) met betrekking tot:

1.    personen die gezamenlijke economische transacties, met of zonder banden met de kapitaalmarkt, hebben verricht of verrichten, en

2.    personen die in het kader van economische transacties gebruik maken van financiële middelen die dezelfde oorsprong hebben of afkomstig zijn van verschillende entiteiten die betrokken entiteiten zijn?

____________

1 Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod (PB 2004, L 142, blz. 12).

2 Richtlijn 2001/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 mei 2001 betreffende de toelating van effecten tot de officiële notering aan een effectenbeurs en de informatie die over deze effecten moet worden gepubliceerd (PB 2001, L 184, blz. 1).