Beroep ingesteld op 24 mei 2019 – Republiek Polen / Europees Parlement en Raad van de Europese Unie

(Zaak C-401/19)

Procestaal: Pools

Partijen

Verzoekende partij: Republiek Polen (vertegenwoordigers: B. Majczyna, gemachtigde, W. Gonatarski, advocaat)

Verwerende partijen: Europees Parlement, Raad van de Europese Unie

Conclusies

nietigverklaring van artikel 17, lid 4, onder b), en artikel 17, lid 4, onder c), in fine (dat wil zeggen het gedeelte met de formulering: „en alles in het werk hebben gesteld om toekomstige uploads ervan overeenkomstig punt b) te voorkomen”), van richtlijn (EU) 2019/790 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt en tot wijziging van richtlijnen 96/9/EG en 2001/29/EG1 ;

verwijzing van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

De Republiek Polsen concludeert tot nietigverklaring van artikel 17, lid 4, onder b), en artikel 17, lid 4, onder c), in fine (dat wil zeggen het gedeelte met de formulering: „en alles in het werk hebben gesteld om toekomstige uploads ervan overeenkomstig punt b) te voorkomen”), van richtlijn (EU) 2019/790 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt en tot wijziging van richtlijnen 96/9/EG en 2001/29/EG (PB 2019, L 130, blz. 92) en tot verwijzing van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie in de kosten.

Subsidiair, mocht het Hof oordelen dat de betwiste bepalingen niet kunnen worden gescheiden van de overige bepalingen in artikel 17 van richtlijn (EU) 2019/790 zonder de essentie van de regeling in dit artikel te wijzigen, concludeert de Republiek Polen tot nietigverklaring van artikel 17 van richtlijn (EU) 2019/790 in zijn geheel.

Tegen de betwiste bepalingen van richtlijn 2019/790 voert de Republiek Polen een middel aan dat is ontleend aan schending van het recht op vrijheid van meningsuiting en van informatie, dat is gewaarborgd door artikel 11 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

De Republiek Polen stelt in het bijzonder dat de verplichting van de aanbieders van een onlinedienst voor het delen van content om alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat bepaalde werken en andere materialen waarvoor de rechthebbenden hun de nodige toepasselijke informatie hebben verstrekt, niet beschikbaar zijn (artikel 17, lid 4, onder b), van richtlijn 2019/790) en alles in het werk te stellen om toekomstige uploads waarvoor de rechthebbenden een voldoende onderbouwde melding hebben gedaan, te voorkomen (artikel 17, lid 4, onder c), in fine van richtlijn 2019/790) tot gevolg heeft dat de aanbieders – teneinde te voorkomen dat zij aansprakelijk worden gesteld – content die door gebruikers wordt geüpload voorafgaand automatisch moeten toetsen (filteren) en bijgevolg preventieve controlemechanismen moeten invoeren. Dergelijke mechanismen ondermijnen het wezen van het recht op vrijheid van meningsuiting en van informatie en voldoen niet aan de vereisten van evenredigheid en van de noodzaak van enige beperking van dat recht.

____________

1 PB 2019, L 130, blz. 92.