Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Landgericht Stuttgart (Duitsland) op 24 april 2019 – Eurowings GmbH/GD, HE, IF

(Zaak C-334/19)

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Landgericht Stuttgart

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Eurowings GmbH

Verwerende partijen: GD, HE, IF

Prejudiciële vraag

Moeten de bepalingen – met name artikel 5, lid 3, – van verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/911 , aldus worden uitgelegd dat de uit ziekmeldingen resulterende spontane afwezigheid van een significant deel van het cabinepersoneel („wilde staking”) bij de luchtvaartmaatschappij die op grond van een overeenkomst betreffende de huur van een vliegtuig met bemanning („wet lease”) het vliegtuig met bemanning verhuurt aan de „luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert” in de zin van artikel 2, onder b), van de verordening, maar niet de operationele verantwoordelijkheid voor de vluchten draagt, ertoe leidt dat ook de „luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert” zich niet op „buitengewone omstandigheden” in de zin van artikel 5, lid 3, van de verordening kan beroepen in overeenstemming met het arrest van 17 april 2018, Krüsemann e.a., C-195/172 ?

____________

1 PB 2004, L 46, blz. 1.

2 EU:C:2018:258.