Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de High Court (Ierland) op 23 april 2019 – KS, MHK / The International Protection Appeals Tribunal, the Minister for Justice and Equality, Ireland and the Attorney General

(Zaak C-322/19)

Procestaal: Engels

Verwijzende rechter

High Court (Ierland)

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: KS, MHK

Verwerende partijen: The International Protection Appeals Tribunal, the Minister for Justice and Equality, Ireland and the Attorney General

Prejudiciële vragen

Wanneer bij de uitlegging van een instrument van EU-recht dat in een bepaalde lidstaat van toepassing is, tegelijkertijd een in deze lidstaat niet-toepasselijk instrument wordt aangenomen, kan dan bij de uitlegging van het eerste instrument rekening worden gehouden met dit tweede instrument?

Is artikel 15 van de richtlijn opvangvoorzieningen (herschikking) 2013/33/EU1 van toepassing op personen ten aanzien van wie een overdrachtsbesluit krachtens verordening (EU) nr. 604/20132 (hierna: „Dublin III-verordening”) is vastgesteld?

Is een lidstaat bij de tenuitvoerlegging van artikel 15 van de richtlijn opvangvoorzieningen (herschikking) 2013/33/EU gerechtigd om een algemene maatregel vast te stellen die eventuele vertragingen bij of na het nemen van een overdrachtsbesluit in feite toeschrijft aan verzoekers die in aanmerking komen voor overdracht krachtens de Dublin III-verordening?

Wanneer een verzoeker een lidstaat verlaat nadat hij of zij daar niet om internationale bescherming heeft verzocht en naar een andere lidstaat reist waar hij of zij een verzoek om internationale bescherming indient, en jegens hen een beslissing krachtens de Dublin III-verordening wordt vastgesteld, waardoor hij of zij wordt teruggezonden naar de eerste lidstaat, kan de daaruit voortvloeiende vertraging bij de behandeling van het verzoek om bescherming dan aan de verzoeker worden geweten in de zin van artikel 15 van de richtlijn opvangvoorzieningen (herschikking) 2013/33/EU?

Wanneer een verzoeker krachtens de Dublin III-verordening in aanmerking komt voor overdracht naar een andere lidstaat, maar deze overdracht wordt vertraagd als gevolg van een door de verzoeker ingestelde procedure voor rechterlijke toetsing, die tot gevolg heeft dat de overdracht wordt opgeschort overeenkomstig een schorsing op bevel van de rechter, kan de daaruit voortvloeiende vertraging bij de behandeling van het verzoek om bescherming dan aan de verzoeker worden geweten in de zin van artikel 15 van de richtlijn opvangvoorzieningen 2013/33/EU, hetzij in het algemeen of, specifiek, wanneer in die procedures wordt vastgesteld dat de rechterlijke toetsing kennelijk of anderszins ongegrond is of misbruik van procedure vormt?

____________

1 Richtlijn 2013/33/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming (PB 2013, L 180, blz. 96).

2 Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB 2013, L 180, blz. 31).