Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden (Nederland) op 12 juni 2019 – Stichting Brein tegen News-Service Europe BV

(Zaak C-442/19)

Procestaal: Nederlands

Verwijzende rechter

Hoge Raad der Nederlanden

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekster: Stichting Brein

Verweerster: News-Service Europe BV

Prejudiciële vragen

Verricht een exploitant van een platform voor Usenetdiensten (zoals NSE is geweest), […] een mededeling aan het publiek in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (PP 2001, L 167, blz. 10; hierna: Auteursrechtrichtlijn)?

Indien het antwoord op vraag 1 bevestigend luidt (en dus sprake is van een mededeling aan het publiek):

Staat de vaststelling dat de exploitant van een platform voor Usenetdiensten een mededeling aan het publiek verricht in de zin van artikel 3, lid 1, van de Auteursrechtrichtlijn in de weg aan toepassing van artikel 14, lid 1, van richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (PB 2000, L 178, blz. 1; hierna: richtlijn inzake elektronische handel)?

Indien het antwoord op vraag 1 of 2 ontkennend luidt (en een beroep op de vrijstelling van artikel 14, lid 1, van de richtlijn inzake elektronische handel dus in beginsel mogelijk is):

Speelt de exploitant van een platform voor Usenetdiensten, die diensten verleent […], een actieve rol die anderszins in de weg staat aan een geslaagd beroep op artikel 14, lid 1, van de richtlijn inzake elektronische handel?

Kan aan de exploitant van een platform voor Usenetdiensten die een mededeling aan het publiek verricht en aan wie een geslaagd beroep toekomt op artikel 14, lid 1, van de richtlijn inzake elektronische handel, worden verboden om de inbreuk voort te zetten, dan wel kan hem een bevel worden opgelegd dat meer omvat dan hetgeen is vermeld in artikel 14, lid 3, van de richtlijn inzake elektronische handel, of levert dat strijd op met artikel 15, lid 1, van de richtlijn inzake elektronische handel?

____________