Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado Contencioso-Administrativo nº 17 de Barcelona (Spanje) op 2 juli 2019 – UQ/Subdelegación del Gobierno en Barcelona

(Zaak C-503/19)

Procestaal: Spaans

Verwijzende rechter

Juzgado Contencioso-Administrativo nº 17 de Barcelona

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: UQ

Verwerende partij: Subdelegación del Gobierno en Barcelona

Prejudiciële vragen

Zijn artikel 6, lid 1, en artikel 17 van richtlijn 2003/1091 verenigbaar met een uitlegging van de nationale rechters volgens welke een strafblad, van welke aard dan ook, voldoende reden is om de status van langdurig ingezetene te weigeren?

Moet de nationale rechter naast het bestaan van een strafblad ook rekening houden met andere factoren, zoals de zwaarte en de duur van de straf, het gevaar dat de aanvrager voor de samenleving vormt, de duur van zijn voorafgaand legaal verblijf en de banden die hij heeft met het land, en een beoordeling verrichten die rekening houdt met al deze elementen?

Moet artikel 6, lid 1, van de richtlijn aldus worden uitgelegd dat het eraan in de weg staat dat volgens een nationale regeling de status van langdurig ingezetene, in de zin van artikel 4, kan worden geweigerd om redenen van openbare orde en openbare veiligheid, zonder de in artikel 6, lid 1, en artikel 17 neergelegde beoordelingscriteria vast te stellen?

Moeten artikel 6, lid 1, en artikel 17 van richtlijn 2003/109 aldus worden uitgelegd dat de nationale rechter volgens de rechtspraak van het Hof betreffende de neerwaartse verticale werking van de richtlijnen bevoegd is om de bepalingen van artikel 6, lid 1, en artikel 17 rechtstreeks toe te passen bij de beoordeling van het bestaan van een strafblad in het licht van de zwaarte ervan, de duur van de straf en het gevaar dat de aanvrager vormt?

Moet het Unierecht, in het bijzonder het recht op de verkrijging van de status van langdurig ingezetene en de beginselen van duidelijkheid, transparantie en begrijpelijkheid, aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een uitlegging door de Spaanse rechters van de artikelen 147 tot en met 149 Real Decreto 557/2011 (koninklijk besluit 557/2011) en artikel 32 Ley Orgánica 4/2000 (organieke wet 4/2000) op grond waarvan redenen van openbare orde en openbare veiligheid voldoende kunnen zijn om de status van langdurig ingezetene te weigeren, ook al stellen die bepalingen niet duidelijk en transparant vast dat dit redenen van weigering kunnen zijn?

Zijn een nationale regeling en de uitlegging daarvan door de rechters, die de verkrijging van de status van langdurig ingezetene bemoeilijken en de verkrijging van de status van tijdelijk ingezetene vergemakkelijken, in overeenstemming met het beginsel dat richtlijn 2003/109, en met name artikel 6, lid 1, daarvan, nuttige werking moet hebben?

____________

1 Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (PB 2004, L 16, blz. 44).