Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal Supremo (Spanje) op 24 september 2019 – Novo Banco, S.A./Junta de Andalucía

(Zaak C-712/19)

Procestaal: Spaans

Verwijzende rechter

Tribunal Supremo

Partijen in het hoofdgeding

Eiseres tot cassatie: Novo Banco, S.A.

Verweerster in cassatie: Junta de Andalucía

Prejudiciële vragen

Moeten de artikelen 49, 56 en 63 VWEU, waarin respectievelijk de vrijheid van vestiging, het vrij verrichten van diensten en het vrije verkeer van kapitaal zijn neergelegd, aldus worden uitgelegd dat zij zich met name verzetten tegen een systeem van aftrekposten zoals het systeem dat voor de IDECA (belasting op deposito’s van klanten bij kredietinstellingen in Andalusië) is opgezet in artikel 6, lid 7, punten 2 en 3, van de uit Andalusië afkomstige wet 11 van 3 december 2010 inzake begrotingsmaatregelen om het overheidstekort terug te dringen en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën te waarborgen?

Moet de IDECA worden aangemerkt als een indirecte belasting, ook al is er in artikel 6, lid 2, van de uit Andalusië afkomstige wet 11 van 3 december 2010 sprake van een directe belasting? Zo ja, zijn het bestaan van die belasting en de bijbehorende eisen dan verenigbaar met de btw-richtlijn1 , rekening houdend met het bepaalde in artikel 401 en artikel 135, lid 1, onder d), van die richtlijn?

____________

1 Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB 2006, L 347, blz. 1).