Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesfinanzgerichts (Außenstelle Graz) (Oostenrijk) op 5 augustus 2019 – SK Telecom Co. Ltd.

(Zaak C-593/19)

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Bundesfinanzgerichts (Außenstelle Graz)

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: SK Telecom Co. Ltd.

Verwerende partij: Finanzamt Graz-Stadt

Prejudiciële vragen

Moet artikel 59 bis, onder b), van richtlijn 2006/112/EG1 , zoals gewijzigd bij artikel 2 van richtlijn 2008/8/EG2 , aldus worden uitgelegd dat de afname van roamingdiensten in een lidstaat in de vorm van toegang tot het binnenlandse mobieletelefonienetwerk voor het tot stand brengen van in- en uitgaande verbindingen door een „niet-belastingplichtige eindafnemer” die tijdelijk op het grondgebied van deze lidstaat verblijft, moet worden aangemerkt als „een werkelijk gebruik en een werkelijke exploitatie” op het grondgebied van deze lidstaat, zodat de verlegging van de plaats van de dienst vanuit het derde land naar deze lidstaat gerechtvaardigd is, hoewel de dienstverlenende mobieletelefonieprovider noch de eindafnemer op het grondgebied van de Gemeenschap is gevestigd en de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de eindafnemer zich evenmin op het grondgebied van de Gemeenschap bevindt?

Moet artikel 59 bis, onder b), van richtlijn 2006/112/EG, zoals gewijzigd bij artikel 2 van richtlijn 2008/8/EG, aldus worden uitgelegd dat de plaats van de telecommunicatiediensten als beschreven in de eerste vraag, die volgens artikel 59 van richtlijn 2006/112/EG, zoals gewijzigd bij artikel 2 van richtlijn 2008/8/EG, buiten de Gemeenschap is gelegen, naar het grondgebied van een lidstaat kan worden verlegd, hoewel de dienstverlenende mobieletelefonieprovider noch de eindafnemer op het grondgebied van de Gemeenschap is gevestigd en de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de eindafnemer zich evenmin op het grondgebied van de Gemeenschap bevindt, alleen al op grond van het feit dat de telecommunicatiediensten in het derde land niet zijn onderworpen aan een met de Unierechtelijke btw vergelijkbare heffing?

____________

1 Richtlijn van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB 2006, L 347, blz. 1).

2 Richtlijn van de Raad van 12 februari 2008 tot wijziging van richtlijn 2006/112/EG wat betreft de plaats van een dienst (PB 2008, L 44, blz. 11).