Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunale di Milano (Italië) op 14 november 2019 – Banco di Desio e della Brianza SpA e.a. / YX, ZW

(Zaak C-831/19)

Procestaal: Italiaans

Verwijzende rechter

Tribunale di Milano

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: Banco di Desio e della Brianza SpA, Banca di Credito Cooperativo di Carugate e Inzago sc, Intesa Sanpaolo SpA, Banca Popolare di Sondrio s.c.p.a, Cerved Credit Management SpA

Verwerende partijen: YX, ZW

Prejudiciële vragen

Staan de artikelen 6 en 7 van richtlijn 93/13/EEG1 en artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie in de weg aan een nationale regeling als in casu, die de executierechter belet om een gerechtelijke executoriale titel die gezag van gewijsde heeft verkregen, inhoudelijk te toetsen indien de consument, na kennis te hebben gekregen van zijn hoedanigheid van consument (waarbij hij zich voorheen volgens het geldende recht en de geldende rechtspraak niet kon beroepen op die kennis), om een dergelijke toetsing verzoekt, en zo ja, onder welke voorwaarden?

Staan de artikelen 6 en 7 van richtlijn 93/13/EEG en artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie in de weg aan een nationale regeling als in casu, die indien een beslissing dat een contractueel beding niet oneerlijk is impliciet gezag van gewijsde heeft verkregen, de executierechter die uitspraak moet doen op het door een consument aangetekende verzet tegen de tenuitvoerlegging, belet om vast te stellen dat het beding oneerlijk is, en kan dit beletsel worden geacht ook te bestaan indien, gelet op het recht en de rechtspraak zoals van toepassing op het tijdstip waarop die beslissing gezag van gewijsde heeft verkregen, de oneerlijkheid van het beding niet kon worden getoetst omdat de borg niet als consument kon worden aangemerkt, en zo ja, onder welke voorwaarden?

____________

1 Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB 1993, L 95, blz. 29).