Hogere voorziening ingesteld op 4 december 2019 door GMB Glasmanufaktur Brandenburg GmbH tegen het arrest van het Gerecht (Vijfde kamer) van 24 september 2019 in zaak T-586/14 RENV, Xinyi PV Products (Anhui) Holdings/Commissie

(Zaak C-888/19 P)

Procestaal: Engels

Partijen

Rekwirante: GMB Glasmanufaktur Brandenburg GmbH (vertegenwoordiger: R. MacLean, Solicitor)

Andere partijen in de procedure: Xinyi PV Products (Anhui) Holdings Ltd, Europese Commissie

Conclusies

het bestreden arrest vernietigen;

het tweede onderdeel van het eerste middel van het verzoekschrift in eerste aanleg – zoals herhaald in het bestreden arrest – ongegrond verklaren;

zelf uitspraak ten gronde doen over het tweede onderdeel van het eerste middel van het verzoekschrift in eerste aanleg, zoals herhaald in het bestreden arrest;

de zaak terugverwijzen naar het Gerecht voor een uitspraak over de overige middelen van de verzoekster in eerste aanleg inzake rechtsschendingen; en

verzoekster in eerste aanleg verwijzen in rekwirantes kosten van zowel de onderhavige procedure als de procedure in eerste aanleg en in beroep.

Middelen en voornaamste argumenten

Rekwirante voert aan dat het bestreden arrest op grond van drie afzonderlijke middelen moet worden vernietigd.

Eerste middel: Het Gerecht heeft in het bestreden arrest blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting bij de uitlegging en toepassing van de samenhangende begrippen „verstoringen van betekenis” en „financiële situatie” zoals bedoeld in artikel 2, lid 7, onder c), derde streepje, van de antidumpingbasisverordening1 en de daaruit voortvloeiende verschuiving van de bewijslast voor behandeling als marktgerichte onderneming (BMO) van de verzoekende partij naar de Commissie.

Tweede middel: Het Gerecht heeft de grenzen van de beoordelingsmarge van de Commissie bij het beoordelen van BMO-verzoeken miskend en ten aanzien van de omstandigheden van de producent-exporteur zijn eigen beoordeling in de plaats gesteld van die van de Commissie.

Derde middel: Rekwirante verzoekt om vernietiging van het eerste punt van het dictum van het bestreden arrest op grond dat het Gerecht met de daarin vervatte vaststelling ultra petita heeft geoordeeld.

____________

1 Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (PB 2009, L 343, blz. 51).