Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesverwaltungsgericht (Duitsland) op 29 oktober 2019 – Bondsrepubliek Duitsland / SpaceNet AG

(Zaak C-793/19)

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Bundesverwaltungsgericht

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij in Revision: Bondsrepubliek Duitsland

Verwerende partij in Revision: SpaceNet AG

Prejudiciële vragen

Moet artikel 15 van richtlijn 2002/58/EG1 in het licht van de artikelen 7, 8 en 11 en artikel 52, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie2 , enerzijds, en artikel 6 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 4 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, anderzijds, aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling volgens welke aanbieders van openbaar beschikbare elektronische-communicatiediensten verplicht zijn om verkeers- en locatiegegevens van de eindgebruikers van deze diensten te bewaren wanneer

–    deze verplichting geldt zonder specifieke grond qua plaats, tijd of ruimte;

–    De volgende gegevens vallen onder de verplichting tot gegevensbewaring bij het aanbieden van openbaar beschikbare telefoondiensten – met inbegrip van het verzenden van tekst-, multimedia- of soortgelijke berichten alsook onbeantwoorde telefoonoproepen of niet tot stand gekomen communicaties:

–    het nummer of een andere identificatie van de oproepende of opgeroepen aansluiting en, in het geval van om- of doorschakeling, het nummer of een andere identificatie van elke verdere bij de communicatie betrokken aansluiting,

–    datum en tijdstip van het begin en het einde van de verbinding of – in het geval van de verzending van een tekst-, multimedia of soortgelijk bericht – het tijdstip van verzending en ontvangst van het bericht onder vermelding van de toepasselijke tijdzone,

–    informatie over de gebruikte dienst wanneer in het kader van de telefoondienst verschillende diensten kunnen worden gebruikt,

–    in het geval van mobiele telefoondiensten voorts:

de internationale identificaties van de mobiele abonnees voor zowel de oproepende als de opgeroepen aansluiting,

de internationale identificatie van het oproepende en het opgeroepen eindtoestel,

in het geval van prepaid diensten de datum en het tijdstip van de eerste activering van de dienst onder vermelding van de toepasselijke tijdzone,

de identificaties van de cellen die bij het begin van de verbinding worden gebruikt door de oproepende en de opgeroepen aansluiting,

–    in het geval van telefoondiensten via internet tevens de internetprotocoladressen van de oproepende en de opgeroepen aansluiting en de daaraan toegewezen gebruikersidentificaties,

–    De volgende gegevens vallen onder de verplichting tot gegevensbewaring bij het aanbieden van openbaar beschikbare internettoegangsdiensten:

–    het aan de abonnee voor het gebruik van het internet toegewezen internetprotocoladres,

–    een unieke identificatie van de aansluiting die voor de toegang tot het internet wordt gebruikt en een toegewezen gebruikersidentificatie,

–    datum en tijdstip van het begin en het eind van het internetgebruik via het toegewezen internetprotocoladres, onder vermelding van de toepasselijke tijdzone,

–    in het geval van mobiel internetgebruik, de identificatie van de bij het begin van de verbinding gebruikte cel,

de volgende gegevens mogen niet worden bewaard:

–    de inhoud van de communicatie,

–    gegevens over opgeroepen webpagina’s,

–    gegevens betreffende e-maildiensten,

–    gegevens van verbindingen naar of van bepaalde aansluitingen van personen, instanties en organisaties in de sociale of kerkelijke sfeer,

–    locatiegegevens, dat wil zeggen de identificatiegegevens van de gebruikte cel, worden gedurende vier weken en de overige gegevens worden gedurende tien weken bewaard,

–    een doeltreffende beveiliging van de bewaarde gegevens tegen het risico van misbruik en tegen elke vorm van onbevoegde toegang is gewaarborgd, en

–    de bewaarde gegevens mogen alleen worden gebruikt ter vervolging van ernstige misdrijven en ter afwending van dreigende gevaren voor de gezondheid, het leven of de vrijheid van personen of voor de soevereiniteit van de federale staat of een deelstaat, met uitzondering van het aan de abonnee voor internetgebruik toegewezen internetprotocoladres, waarvan het gebruik is toegestaan in het kader van de vestrekking van abonneegegevens met het oog op vervolging van alle vormen van criminaliteit, afwending van gevaren voor de openbare veiligheid en de openbare orde en uitoefening van de taken van de inlichtingendiensten?

____________

1 Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie) (PB 2002, L 201, blz. 37), laatstelijk gewijzigd bij richtlijn 2009/136/EG (PB 2009, L 337, blz. 11).

2 PB 2000, C 364, blz. 1.