Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunal de grande instance de Rennes (Frankrijk) op 21 januari 2020 – PF en QG/Caisse d’allocations familiales d’Ille-et-Vilaine (CAF)

(Zaak C-27/20)

Procestaal: Frans

Verwijzende rechter

Tribunal de grande instance de Rennes

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: PF en QG

Verwerende partij: Caisse d’allocations familiales d’Ille-et-Vilaine (CAF)

Prejudiciële vraag

Moet het Unierecht, in het bijzonder de artikelen 20 en 45 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, artikel 4 van verordening nr. 883/20041 en artikel 7 van verordening nr. 492/20112 , aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale bepaling als artikel R 532-3 van de code de la sécurité sociale (wetboek voor sociale zekerheid), op grond waarvan als referentiejaar voor de berekening van kinderbijslag geldt het voorlaatste jaar voorafgaand aan de betaalperiode, wanneer de toepassing van die bepaling er – in een situatie waarin de uitkeringsgerechtigde zich, na een aanzienlijke verhoging van zijn inkomen in een andere lidstaat, bij zijn terugkeer naar zijn land van herkomst geconfronteerd ziet met een scherpe daling van dat inkomen – toe leidt dat deze uitkeringsgerechtigde, anders dan ingezetenen die geen gebruik hebben gemaakt van hun recht op vrij verkeer, het recht op kinderbijslag gedeeltelijk verliest?

____________

1 Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB 2004, L 166, blz. 1).

2 Verordening (EU) nr. 492/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Unie (PB 2011, L 141, blz. 1).