Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Schleswig-Holsteinische Verwaltungsgericht (Duitsland) op 29 november 2019 – Deutsche Umwelthilfe eV/Bondsrepubliek Duitsland

(Zaak C-873/19)

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Schleswig-Holsteinische Verwaltungsgericht

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Deutsche Umwelthilfe eV

Verwerende partij: Bondsrepubliek Duitsland

Andere partij in de procedure: Volkswagen AG

Prejudiciële vragen

Moet artikel 9, lid 3, van het op 25 juni 1998 in Aarhus ondertekende en bij besluit 2005/370/EG van de Raad van 17 februari 2005 in naam van de Europese Gemeenschap goedgekeurde Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden1 , gelezen in samenhang met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, aldus worden uitgelegd dat milieuverenigingen in beginsel in rechte moeten kunnen opkomen tegen een besluit waarbij de productie van dieselpersonenvoertuigen met een omschakellogica wordt toegestaan hoewel die toelating mogelijkerwijs schending oplevert van artikel 5, lid 2, van verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen2 met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie?

Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord:

a)    Moet artikel 5, lid 2, van verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, aldus worden uitgelegd dat de maatstaf die wordt gehanteerd bij de beantwoording van de vraag of een omschakellogica noodzakelijk is om de motor te beschermen tegen schade of ongevallen en om de veilige werking van het voertuig te verzekeren, in beginsel moet beantwoorden aan de actuele stand van de techniek in de zin van hetgeen technisch haalbaar is op het tijdstip van afgifte van de EU-typegoedkeuring?

b)    Komen naast de actuele stand van de techniek nog andere omstandigheden in aanmerking op grond waarvan een omschakellogica kan worden toegestaan, ook al is dit instrument – gemeten aan de actuele stand van de techniek alleen – niet „nodig” in de zin van artikel 5, lid 2, tweede volzin, onder a), van verordening nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie?

____________

1     Besluit 2005/370/EG van de Raad van 17 februari 2005 betreffende het sluiten, namens de Europese Gemeenschap, van het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (PB 2005, L 124, blz. 1).

2     PB 2007, L 171, blz. 1.