Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Consiglio di Stato (Italië) op 12 december 2019 – Novaol Srl/Ministero dell’Economia e delle Finanze e.a.

(Zaak C-917/19)

Procestaal: Italiaans

Verwijzende rechter

Consiglio di Stato

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Novaol Srl

Verwerende partijen: Ministero dell’Economia e delle Finanze, Ministero dell’Ambiente e della Tutela del Territorio e del Mare, Ministero delle Politiche Agricole, Alimentari e Forestali e del Turismo, Ministero dello Sviluppo Economico

Prejudiciële vraag

Aan het Hof van Justitie van de Europese Unie wordt gevraagd of – gelet op de artikelen 107 en 108 VWEU, verordening (EG) nr. 659/19991 van de Raad van 22 maart 1999, zoals nadien gewijzigd, verordening (EG) nr. 794/20042 van de Commissie van 21 april 2004 en de eventuele andere relevante bepalingen van [Unie]recht – een handeling van afgeleid recht als de regeling die is vastgesteld bij ministerieel besluit nr. 37/2015 waartegen in casu beroep is ingesteld, waarbij – ter rechtstreekse uitvoering van arresten van de Consiglio di Stato houdende gedeeltelijke nietigverklaring van de eerdere, reeds aan de Europese Commissie meegedeelde regelingen – de wijze van toepassing van de lagere accijnstarieven op biodiesel „ex tunc” is veranderd door de criteria voor de verdeling van het belastingvoordeel onder de aanvragende ondernemingen met terugwerkende kracht te wijzigen zonder de duur van het programma van fiscale steun te verlengen, staatssteun vormt die als zodanig vooraf bij de Europese Commissie moet worden aangemeld?

____________

1     Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag (PB 1999, L 83, blz. 1).

2     Verordening (EG) nr. 794/2004 van de Commissie van 21 april 2004 tot uitvoering van verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag (PB 2004, L 140, blz. 1).