Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal Superior de Justicia de Aragón (Spanje) op 31 december 2019 – Servicio Aragones de la Salud/LB

(Zaak C-942/19)

Procestaal: Spaans

Verwijzende rechter

Tribunal Superior de Justicia de Aragón

Partijen in het hoofdgeding

Appellant: Servicio Aragones de la Salud

Geïntimeerde: LB

Prejudiciële vragen

Moet clausule 4 van de door het EVV, de Unice en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, die is opgenomen in de bijlage bij richtlijn 1999/70/EG1 , aldus worden uitgelegd dat het uit het vervullen van een functie in de publieke sector voortvloeiende recht op toekenning van een bepaalde administratieve status met betrekking tot de tot dat moment – ook in de publieke sector – vervulde functie een arbeidsvoorwaarde is, die op vergelijkbare wijze moet gelden voor werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en werknemers in vaste dienst?

Moet clausule 4 van de door het EVV, de Unice en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, die is opgenomen in de bijlage bij richtlijn 1999/70/EG, aldus worden uitgelegd dat als rechtvaardiging voor het verschil in behandeling op basis van objectieve redenen tussen werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en werknemers in vaste dienst, kan dienen het – tegen de achtergrond van het grondwettelijke recht op bescherming van de gezondheid – voorkomen van grote storingen en hinder als gevolg van een instabiel personeelsbestand in een zeer gevoelige sector zoals de gezondheidszorg, en wel op zodanige wijze dat het de grondslag kan zijn voor het niet toekennen van een bepaalde verlofstatus aan personen die een tijdelijke functie gaan vervullen, doch niet aan personen die een vaste functie krijgen?

Moet clausule 4 van de door het EVV, de Unice en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, die is opgenomen in de bijlage bij richtlijn 1999/70/EG, aldus worden uitgelegd dat zij zich verzet tegen een bepaling als artikel 15 van koninklijk besluit 365/1995, op grond waarvan een functie als ambtenaar in tijdelijke dienst of als arbeidscontractant voor bepaalde tijd niet in aanmerking komt voor toekenning van de status „verlof wegens dienstverlening in de publieke sector”, terwijl die status wel moeten worden toegekend aan personen die een vaste functie in de publieke sector gaan vervullen en voor een ambtenaar voordeliger is dan andere alternatieve administratieve statussen waarop een beroep zou moeten worden gedaan om de nieuwe functie waarvoor hij is aangesteld, uit te kunnen oefenen?

____________

1 Richtlijn van de Raad van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de Unice en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (PB 1999, L 175, blz. 43).