Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Rayonen sad – Pazardzhik (Bulgarije) op 29 januari 2020 – SF/Teritorialna direktsia na Natsionalna agentsia za prihodite – Plovdiv

(Zaak C-49/20)

Procestaal: Bulgaars

Verwijzende rechter

Rayonen sad – Pazardzhik

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: SF

Verwerende partij: Teritorialna direktsia na Natsionalna agentsia za prihodite – Plovdiv

Prejudiciële vragen

1)     Moet artikel 2, lid 1, van richtlijn (EU) 2015/8491 , gelet op overweging 6 en de artikelen 4 en 5 ervan, aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een algemene nationale wettelijke regeling als die aan de orde in het hoofdgeding, volgens welke binnenlandse betalingen voor een bedrag van 10 000 leva (BGN) of meer enkel via overboeking of storting op een betaalrekening mogen worden verricht en die voor betalingen in contanten geen onderscheid maakt naar gelang van de persoon en de reden, maar van toepassing is op alle contante betalingen tussen natuurlijke en rechtspersonen.

2)     Moet ter verwezenlijking van de doelstellingen van de richtlijn en gelet op overweging 59 alleen rekening worden gehouden met de hoogte van de betalingen, waarbij niet van belang is of het al dan niet gaat om een handeling onder bezwarende titel?

3)     Aan de hand van welke criteria moet worden bepaald of transacties gevoelig zijn voor misbruik, dan wel of een hoog risico bestaat?

____________

1     Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB 2015, L 141, blz. 73)