Hogere voorziening ingesteld op 29 november 2019 door Camelia Manéa tegen het arrest van het Gerecht (Zevende kamer) van 12 september 2019 in zaak T-225/18, Manéa / CdT

(Zaak C-892/19 P)

Procestaal: Frans

Partijen

Rekwirante: Camelia Manéa (vertegenwoordiger: M.-A. Lucas, advocaat)

Andere partij in de procedure: Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie (CdT)

Conclusies

Het arrest van 12 september 2019 (T-225/18) vernietigen;

Opnieuw uitspraak doen op het beroep en de door rekwirante in eerste aanleg ingediende vorderingen toewijzen;

Het CdT verwijzen in de kosten, zowel in de procedure voor het Hof als in de procedure voor het Gerecht.

Middelen en voornaamste argumenten

Tot staving van haar hogere voorziening voert rekwirante zeven middelen aan.

Het eerste middel, dat betrekking heeft op de punten 36 tot en met 38 van het bestreden arrest, is ontleend aan een onjuiste opvatting van de feitelijke en juridische grondslag van het eerste middel van het verzoekschrift.

Het tweede middel, dat betrekking heeft op punt 43 van het bestreden arrest, is ontleend aan schending van de bewijsregels, aan een materieel onjuiste beoordeling op basis van een onvolledig onderzoek van het dossier, aan onjuiste opvatting van de bewijsmiddelen en aan onjuiste opvatting van een document in het dossier.

Het derde middel, dat betrekking heeft op punt 44 van het bestreden arrest, is ontleend aan een tegenstrijdigheid in de motivering, aan een materieel onjuiste opvatting of beoordeling van het besluit van 10 juni 2016 als gevolg van een onvolledig onderzoek van het dossier, en aan schending van de verplichtingen tot herstel van de vroegere situatie met inachtneming van de wettigheid.

Het vierde middel, dat betrekking heeft op punt 55 van het bestreden arrest, is ontleend aan een onjuiste opvatting van de motivering van het besluit van 29 mei 2017.

Het vijfde middel, dat betrekking heeft op punt 56 van het bestreden arrest, is ontleend aan een onjuiste opvatting van het middel van het verzoekschrift dat verband houdt met de niet-inachtneming van de motiveringsplicht.

Het zesde middel is ontleend aan tegenstrijdigheid tussen de punten 81 en 83 van het bestreden arrest.

Het zevende middel, dat betrekking heeft op punt 84 van het bestreden arrest, is ontleend aan verdraaiing van de argumentatie, aan een materieel onjuiste beoordeling op basis van een onvolledig onderzoek van het dossier, en aan de ontoereikendheid van het antwoord van het Gerecht op de argumentatie van verzoekster.

____________