Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado de lo Mercantil nº 2 de Madrid (Spanje) op 22 januari 2020 – RH / AB Volvo e.a.

(Zaak C-30/20)

Procestaal: Spaans

Verwijzende rechter

Juzgado de lo Mercantil nº 2 de Madrid

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: RH

Verwerende partijen: AB Volvo, Volvo Group Trucks Central Europ GmbH, Volvo Lastvagnar AB en Volvo Group España S.A.

Prejudiciële vraag

Dient artikel 7, punt 2, van verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad1 van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken – volgens hetwelk een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat in een andere lidstaat kan worden opgeroepen, „[...] ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad, voor het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen” – aldus te worden uitgelegd dat het enkel de internationale bevoegdheid regelt van de rechterlijke instanties van de lidstaat waar die plaats zich bevindt, zodat de relatief bevoegde nationale rechterlijke instantie binnen die lidstaat moet worden bepaald onder verwijzing naar de interne procedurele normen, of dient die bepaling te worden uitgelegd als een gemengde norm die zowel de internationale bevoegdheid als de nationale relatieve bevoegdheid rechtstreeks regelt zonder dat een verwijzing naar de interne regelgeving noodzakelijk is?

____________

1 PB 2012, L 351, blz. 1.